De zorgen over jeugdzorg zijn na de mishandelingen in Stadskanaal groter dan ooit. Dinsdag kwamen er opnieuw vragen in de Kamer over hoe het systeem keer op keer faalt. Het is tijd voor verandering, maar dat is allesbehalve simpel.
Als er zorgen zijn over een gezin, zijn er twee routes: ouders vragen zelf om hulp, of er wordt door een buitenstaander een melding gemaakt bij Veilig Thuis. Dat kan de school of de huisarts doen, maar ook een bezorgde buurvrouw of de politie die geweld heeft geconstateerd. Bij zo'n melding gaat een gezin een molen van schakels in, waarbij iedere keer een andere instantie is betrokken en er soms veel tijd overheen gaat.
Het zorgsysteem in Nederland werkt namelijk als een estafettemodel, legt deskundige Agnes Derksen van het Nederlands Jeugdinstituut uit in gesprek met NU.nl. "Alle betrokken organisaties hebben taken en bevoegdheden, die wettelijk zijn vastgelegd. Als de taak van het ene orgaan af is, geven ze het stokje door aan de volgende partij."
In de Tweede Kamer werden dinsdag vragen gesteld over hoe vaak het nog gruwelijk mis moet gaan in de jeugdzorg, voordat er verandering komt. De vragen volgden op het aanhouden van twee vrouwen uit Stadskanaal op verdenking van kindermishandeling van hun kinderen, een zesjarig meisje en een zevenjarige jongen.
Het meisje moest onder meer haar eigen braaksel eten, zat meermaals vastgebonden in een kelder en was zwaar ondervoed. Ze is in februari in een kunstmatige coma gebracht. Eerder werd duidelijk dat Veilig Thuis meerdere meldingen over de kinderen had gekregen.
In de jeugdzorg is er onvoldoende samenwerking: verantwoordelijkheden overlappen en organisaties zijn niet altijd op de hoogte van wat de ander doet. "Professionals handelen na elkaar, en niet naast elkaar", zegt Derksen. "Als professional ben je vooral bezig met jouw taak: wat mag ik wel en wat mag ik niet doen? En dan moet de volgende aan de bak."
Elke organisatie draagt een deel van de verantwoordelijkheid, maar niemand heeft de regie. Dit maakt de zorg kwetsbaar, zegt Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. "Juist bij gezinnen die hulp weigeren, zijn de zorgen het grootst. Het grootste risico is dat niemand de regie neemt."
De eerste melding over een zorg komt binnen bij onderzoeksinstantie Veilig Thuis. Die beoordeelt of er hulp ingeschakeld moet worden. Mocht er hulp nodig zijn, dan worden de desbetreffende gemeente en lokale wijkteams ingeschakeld.
Als de zorgen ernstig zijn en het gezin hulp weigert, wordt de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld. Die onderzoekt en adviseert de rechter over mogelijk ingrijpen. Besluit de rechter in te grijpen, dan vraagt de kinderrechter jeugdbescherming om een gezinsvoogd in te zetten. Die kan een eventuele uithuisplaatsing regelen.
Maar het kan lang duren voordat de kinderrechter gevraagd wordt een besluit te nemen. Bij iedere nieuwe schakel is er weer een nieuwe wachtlijst. Doordat het lang duurt, kan de informatie tegen die tijd verouderd zijn, zegt Derksen.
Een ander obstakel is dat iedere gemeente een andere aanpak heeft. Zo bepalen gemeentes zelf welke zorg ze inkopen. Dat maakt het gecompliceerd voor betrokken instanties. Ook ieder wijkteam heeft weer een andere aanpak. Daarnaast spelen tekorten en zijn er overal capaciteitsproblemen.
De problemen zitten in het hele systeem, zijn niet nieuw en spelen al minstens zes jaar, vertelt Bruning. "En ze zijn zo groot dat je inmiddels niet meer aan één knop kunt draaien om het op te lossen."
De rapporten die keer op keer verschijnen, liegen er niet om. En elke keer als het uit de hand loopt, wordt in de Kamer op die rapporten gewezen. De urgentie dat het anders moet, is er bij iedere instantie. Er wordt al jaren gewerkt aan een ander toekomstscenario, dat is ondertekend door alle betrokken organisaties.
Daarin wordt gekeken of de hulporganisaties gezamenlijk kunnen optrekken. "Want als de samenwerking tussen Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdbescherming centraal staat, zou dat veel efficiënter zijn", zegt Derksen.
Maar de Raad voor de Kinderbescherming heeft al aangegeven onafhankelijk te willen blijven en gaat daar niet in mee. "Het proces loopt keer op keer vast", zegt Bruning.
Andere oplossingen zouden kunnen liggen in het opnieuw onder de loep nemen van verantwoordelijkheden. Volgens Bruning zou Veilig Thuis bijvoorbeeld meer bevoegdheid kunnen krijgen. "Zoals de mogelijkheid dat zij ook met de kinderen kunnen praten of een spoedmaatregel kunnen uitspreken." Dat zou vragen om aanpassingen in de wet, waar ook weer veel tijd overheen zou gaan.
Volgens Bruning is er veel te weinig politieke aandacht voor de grote problemen van nu voor kinderen die dringend bescherming nodig hebben. "En besef tegelijkertijd: veel is nog onzichtbaar."
"Geen enkele professional wil dat het niet goed gaat met de kinderen", zegt Derksen. Maar dit systeem maakt het ingewikkeld en is versnipperd. Soms raken kinderen en gezinnen uit beeld. "Die snappen vaak ook niet meer waar ze aan toe zijn."
Toch is Derksen voorzichtig hoopvol. "Er zijn op dit moment proeftuinen waar al wordt gewerkt met een gezamenlijke aanpak." Dat vraagt veel van organisaties, die soms al honderd jaar bestaan. Dat betekent een bepaalde werkwijze moeten afbouwen en iets anders opbouwen: een ingewikkeld proces.
"Het is continu met elkaar leren, struikelen", zegt Derksen. "Als er een simpele oplossing was, hadden we dat al gedaan. Het is een grote verandering, die nog jaren kan gaan duren."
Zowel Bruning als Derksen ziet dat Veilig Thuis enorm veel meldingen krijgt. Het is mensenwerk om iedere melding te beoordelen: welke heeft het eerste aandacht nodig?
Als het om Stadskanaal gaat, is Bruning wat kritischer. "Als een meisje concreet zegt dat zij een snee op haar voorhoofd door toedoen van haar moeder kreeg, moet dat als hoogste prioriteit worden aangemerkt. Dan heb je een verklaring van school én van een kind zelf."
Het is nog niet bekend of Veilig Thuis deze melding heeft laten liggen of dat het ergens verder in de keten is blijven liggen. "Maar zo'n duidelijk voorbeeld van fysiek geweld, daar had iemand direct actie op moeten ondernemen", zegt Bruning. De Inspectie Gezondheid en Jeugd zegt tegen NU.nl dat de zaak wordt onderzocht.
Source: Nu.nl algemeen