Het kabinet stuurt donderdag een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer dat loonverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk moet maken. Op een website kunnen werknemers straks zelf zien hoe het met de loonkloof bij hun werkgever is gesteld.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Over het wetsvoorstel wordt in Den Haag al gesproken sinds in 2023 een Europese richtlijn inging die gelijke beloning voor mannen en vrouwen moet bevorderen. Die was niet vrijblijvend. EU-lidstaten moesten aan de slag met wetgeving die bedrijven verplicht om transparant te zijn over eventuele loonverschillen, een lossere aanpak had immers niet geleid tot gelijke betaling.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) bleek dat in 2024 mannen gemiddeld zo’n 10,5 procent per uur meer betaald krijgen dan vrouwen. In het bedrijfsleven was dat zelfs 14,5 procent. Ook als er wordt gekeken naar mensen met een gelijk opleidingsniveau, arbeidsverleden en functie is er in het bedrijfsleven nog altijd een verschil van 6,1 procent in het voordeel van mannen.
Om die verschillen straks voor iedereen inzichtelijk te maken, moeten bedrijven met ten minste honderd medewerkers hun salarisgegevens naar het ministerie van Sociale Zaken sturen. Het ministerie publiceert vervolgens percentages van loonverschillen tussen mannen en vrouwen per functie. Werknemers kunnen de data doorzoeken, bedrijven en sectoren vergelijken en kijken in hoeverre er sprake is van een loonkloof.
Dat moet werknemers helpen om eventuele loonverschillen bij de werkgever aan te kaarten. ‘We zien nog steeds dat vrouwen minder verdienen dan mannen. En het lastige is: vaak weten mensen dat niet eens’, aldus minister van Sociale Zaken Hans Vijlbrief (D66). Hij hoopt dat werknemers met de informatie op de website ‘een open gesprek’ kunnen aangaan met hun werkgever.
In lijn met de Europese richtlijn verbiedt het wetsvoorstel werkgevers ook om bij een sollicitatie of een arbeidsvoorwaardengesprek te vragen naar de hoogte van eerdere salarissen. Die vraag zou in de praktijk vaak in het nadeel van vrouwen uitvallen. Dat hun beginsalaris vaak al lager is, kan daardoor de hele carrière doorwerken.
Met name de linkerkant van de Tweede Kamer is enthousiast over het wetsvoorstel, al klinkt ook daar kritiek. Zo wees Progressief Nederland-Kamerlid Marjolein Moorman vorige maand in een debat over loonverschillen erop dat de verantwoordelijkheid ‘weer bij de individuele vrouw’ wordt gelegd. Zij moeten immers nog steeds zelf actie ondernemen als er sprake is van een loonkloof, een stap die in de praktijk lastig kan zijn.
Aan de rechterkant wordt juist gewezen op de administratieve lasten voor bedrijven. VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen zette bovendien vraagtekens bij de effectiviteit. ‘Dit is een rapportageplicht en niet meer; we gaan allemaal vinkjes en kruisjes zetten. Of daarmee daadwerkelijk die loonkloof beslecht is, weten we hier totaal niet’, zei ze in hetzelfde debat.
Ondanks de kritiek is de verwachting dat er in zowel de Eerste als Tweede Kamer een meerderheid is. Dat komt ook doordat er linksom of rechtsom actie moet worden ondernomen, omdat Nederland anders niet aan Europese regels voldoet.
Dat is straks sowieso al het geval. Officieel moeten lidstaten uiterlijk 7 juni beleid hebben ingevoerd om aan de richtlijn te voldoen. Die deadline wordt niet gehaald. Als alles volgens plan verloopt, kan de wet op z’n vroegst 1 januari volgend jaar in werking treden.
Het betekent dat de Europese Commissie een juridische procedure tegen Nederland begint, al heeft dat waarschijnlijk niet meteen gevolgen als de wet over een half jaar alsnog ingaat. ‘De vertraging valt mee’, zegt een woordvoerder van het ministerie daarover. ‘Het kabinet is hierover transparant geweest, ook richting Europa.’
De vertraging betekent voor werkgevers dat ze voorlopig nog niet verplicht zijn om salarisgegevens met het ministerie te delen. Bedrijven en organisaties met ten minste 150 werkgevers moeten dat wel gaan doen over 2027, die gegevens moeten dan uiterlijk 7 juni 2028 zijn overhandigd. Werkgevers met 100 tot 150 werknemers hoeven pas over 2030 gegevens te publiceren. Doen ze dat niet, dan kunnen ze een boete krijgen die kan oplopen tot 10.300 euro.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant