Home

Senioren brengen de gevaarlijke plekken in kaart en gaan dan trainen in het voorkomen van een val: ‘Hoe ga je om met een scheve stoeptegel?’

Een groep senioren probeert in Amsterdam een nieuwe methode om vallen op straat te voorkomen. Ze brengen gevaarlijke plekken in de buurt in kaart, en oefenen in de eigen buurt met het omgaan met obstakels. ‘Soms weet je niet eens waarover je precies valt.’

De weg van seniorenflat Stellingweg in Amsterdam-Noord naar het nabijgelegen winkelcentrum is vol kleine gevaren. Dat heeft de gemiddelde voetganger misschien niet door, maar flatbewoner Paula Janssens (69) wel.

‘Hallo, kijk!’, roept ze, en wijst naar een plek waar de stoeptegels een kuiltje vormen. Ze is licht verbaasd dat het gezelschap waarmee ze de buurt inspecteert de plek zo voorbijloopt. Samen met elf andere vrouwen uit de flat, tussen de 69 en 95 jaar oud, doet Janssens deze woensdag mee aan ‘Zeker blijven lopen!’, de eerste ergotherapeutische training in Nederland die specifiek is gericht op het voorkomen van vallen op straat.

Vandaag op het programma: de ‘buurtaudit’, waarbij de vrouwen – elk een beoordelingsformulier in de hand of de rollatormand – gevaarlijke plekken in de buurt in kaart brengen. Dit kuiltje is duidelijk zo’n plek, meent Janssens, en zij kan het weten: ze viel al vaker hier in de buurt. ‘Gewoon, over obstakels. Soms weet je niet eens precies waarover.’

Vooruitkijken

Jaarlijks belanden zo’n 25 duizend voetgangers in het ziekenhuis of op de spoedeisende hulp na een ‘enkelvoudig’ ongeval. Oftewel: een ongeluk waarbij geen andere verkeersdeelnemer betrokken is, zoals een struikelpartij of een botsing met een paaltje. In de meerderheid van de gevallen gaat het om ouderen, voor wie de gevolgen van zo’n val vaak ernstig zijn.

Zorgwekkend, vond Rijkswaterstaat, en dus vroeg de dienst onder andere Ergotherapie Nederland en het Radboudumc een geschikte ‘interventie’ te vinden. Bestaande valpreventietrainingen focussen vooral op valgevaar in en om het huis, en niet op straat. Daarom werd ‘Zeker blijven lopen!’ ontwikkeld, gebaseerd op een Amerikaanse methode. Deze maand startte in Amsterdam een pilot.

Het concept is simpel, legt Nilke Duinkerken, een van de betrokken ergotherapeuten, uit. In zeven sessies bespreken de ouderen met elkaar hun eigen valrisico. Dan gaan ze de straat op, om obstakels in kaart te brengen, en tips te krijgen van ergotherapeuten en elkaar over hoe met het valgevaar om te gaan. ‘Denk aan: hoe zorg je dat je ondanks je angst altijd vooruitkijkt, in plaats van recht naar beneden?’, zegt Duinkerken. ‘Maar ook: hoe ga je om met een stoeptegel die scheef ligt?’

Fatbikes

Luttele meters na het kuiltje van Janssens stuit de groep opnieuw op een obstakel: een ribbelige putdeksel. Die gaat op het formulier. Ook de flauw oplopende entree van de bibliotheek krijgt een onvoldoende. Annie Beekman, vandaag 95 geworden, kan hem niet veilig op, zegt ze. ‘Mijn wandelbuddy haalt daar dan de koffie, en ik blijf buiten wachten.’

De focus op de eigen omgeving is de kracht van dit programma, vindt Maud Graff, die als bijzonder hoogleraar ergotherapie bij het Radboudumc betrokken is bij de pilot. ‘Trainingen met fysiotherapeuten in zaaltjes zijn ook belangrijk, maar dit kijkt naar activiteiten uit de dagelijkse praktijk. Als je niet naar de buurtkamer durft door een slechte stoep, kun je jezelf dan een strategie aanleren? Of kun je misschien de omgeving laten aanpassen?’

Ergotherapeut Duinkerken wijst deelnemers altijd op wat ze zelf kunnen doen. ‘Als die stoeptegel scheef ligt, kun je daar bijvoorbeeld iets mee bij de gemeente?’ Maar vaak komen de vrouwen zelf al met ideeën, bijvoorbeeld over een urgent thema in Amsterdam-Noord: fatbikes. ‘Eerst was de teneur: schandalig, ze rijden zelfs in het winkelcentrum. Maar toen kwam een deelnemer zelf met: als je bang bent voor de fatbike, ga op een rustige plek staan. En leg, als het lukt, zonder gescheld aan de fatbiker uit waarom het voor jou eng is.’

Een programma als dit kan, in combinatie met interventies gericht op kracht en balans, zeker nut hebben, zegt Nathalie van der Velde, hoogleraar valpreventie bij Amsterdam UMC en niet betrokken bij de pilot. ‘Ik adviseer mensen op de valpoli altijd: ga veel bewegen. Maar wat als je niet goed je huis uit kunt, omdat het voetpad niet effen is? Dit stimuleert deelnemers om te kijken wat ze kunnen veranderen in hun omgeving.’

Actiepunten

Niet haastig worden nu, dan val je, drukken de vrouwen elkaar op het hart wanneer de regen in Amsterdam-Noord begint neer te kletteren, en de patrouille terugkeert naar de Stellingweg. Daar volgt een resumé van de kleine overwinningen van de dag: stoepjes worden vaker via de verlaging bestegen, en deelnemers kijken minder vaak recht naar beneden bij het lopen, maar juist naar de grond voor ze.

‘Die ingang van de bibliotheek, kunnen we daar iets mee?’, werpt Duinkerken tenslotte op. Zojuist ging het nog over de vraag of het zinvol is om te bellen naar de gemeente. ‘We nemen het mee, hoor je dan’, zegt deelnemer Nancy. ‘Waarheen, vraag ik me dan af.’ Nu volgt op Duinkerkens vraag stilte. ‘Marina, wil jij deze week naar de bibliotheek bellen?’, vraagt ze maar. ‘Jawel’, zegt Marina, een vrolijke vrouw met verzorgd, kort grijs haar, zacht terug.

Is dat nou realistisch, vragen of de omgeving aangepast kan worden op ouderen? Gedeeltelijk, denkt Duinkerken. ‘Sommige deelnemers zijn vrij negatief daarover. Maar ik weet dat de gemeente scheve stoeptegels echt wel recht komt leggen als het veel wordt gemeld. Dus daarom zeggen we: probeer het nou. Ze moeten het horen van de mensen die het aangaat.’

Source: Volkskrant

Previous

Next