De nieuwe Formule 1-reglementen hebben een discussie losgemaakt en uiteenlopende meningen opgeleverd over allerlei onderwerpen, niet in de laatste plaats over de vraag wat goed racen precies inhoudt.
De Formule 1 pronkte na de openingsrace van het seizoen in Australië met het enorme aantal inhaalacties. Dat werd door sommigen geprezen, maar door de meesten bespot. Het legde een vraagstuk bloot dat centraal staat in iedere vorm van autosport: wat maakt een race goed en is meer inhalen altijd beter?
Onze internationale redacteuren geven hun visie.
Stuart Codling, Autosport:
Een van de meest twijfelachtige argumenten die door de commerciële rechtenhouder zijn aangevoerd ter verdediging van de Formule 1-reglementen van 2026, is dat "de fans" al jarenlang zouden klagen dat ze meer inhaalacties wilden zien en dat daar nu eindelijk aan is voldaan. Waar klagen jullie dan nog over? Stil maar!
De Formule 1 wijst daarbij naar onderzoeken onder fans waaruit zou blijken dat een aanzienlijk deel van het publiek vindt dat meer automatisch beter is. Toch is het niet moeilijk om gaten te schieten in de methodologie achter zulke statistieken.
Het tegenargument is dat wanneer inhaalacties als confetti worden uitgedeeld en grotendeels afhangen van relatieve batterijniveaus, het spektakel juist aan waarde verliest. Zeker wanneer de batterijniveaus en software-algoritmes, die bepalen wie wie passeert, zich grotendeels op de achtergrond afspelen en voor de toeschouwer vrijwel onzichtbaar zijn.
Dat is een valide argument. Maar is schaarste op zichzelf dan automatisch iets goeds? Misschien wel, misschien niet.
Michael Schumacher jaagt Fernando Alonso op in de GP van San Marino van 2005.
Foto door: Motorsport Images
Er zijn mensen die de Grand Prix van San Marino 2005 beschouwen als een van de spannendste races aller tijden, juist omdat Michael Schumacher in de tweede helft van de race Fernando Alonso níét wist te passeren. Maar je kunt ook stellen dat dit een schoolvoorbeeld is van het zogenoemde ‘peak-end effect’: de cognitieve bias waarbij mensen een ervaring achteraf hoger waarderen vanwege de emoties die ze voelden op het hoogtepunt ervan.
Sterker nog, tijdens onze redactievergadering deze week waren er collega's die vonden dat San Marino 2005 als geheel eigenlijk best een saaie race was. Maar dan komen we terecht op het terrein van andere cognitieve vertekeningen, beïnvloed door onze kennis van de uiteindelijke afloop.
Zo werkt het nu eenmaal op de hedonistische tredmolen: we staan onszelf nooit toe tevreden te zijn met wat we hebben.
Filip Cleeren, Motorsport.com Global:
Wanneer deze discussie opkomt, moet ik vaak denken aan twee uitersten: de Grand Prix van San Marino 2005 en de Indianapolis 500 van 2013.
Op Imola werd Fernando Alonso ronde na ronde opgejaagd door Michael Schumacher in de Ferrari, terwijl de Duitser er maar niet in slaagde een weg langs hem te vinden. Het was onmogelijk om je ogen ervan af te houden, zonder dat er daadwerkelijk een inhaalactie plaatsvond. Soms is de jacht mooier dan de vangst.
Ik had het geluk aanwezig te zijn bij de Indy 500 van 2013, waar Tony Kanaan een populaire overwinning behaalde. Die race ging echter vooral de geschiedenisboeken in vanwege de krankzinnige 68 inhaalacties voor de leiding. Dat is gemiddeld één keer per drie ronden. Met de auto’s van toen, voorzien van grote achterbumpers, was de leider vrijwel kansloos om zich te verdedigen. Daardoor waren de positiewisselingen aan het begin en einde van de race betekenisvol en spectaculair, maar voelde het merendeel van de inhaalacties halverwege de wedstrijd betekenisloos en kunstmatig aan.
In de Indy 500 van 2013 werd er 68 keer ingehaald voor de leiding.
Foto door: Jay Alley
Voor mij draait het vinden van de juiste balans om ervoor te zorgen dat rijvaardigheid het verschil maakt. Formule 1-auto's moeten lastig genoeg zijn om fouten af te straffen, terwijl het voor de achtervolgende coureur makkelijk genoeg moet zijn om daarvan te profiteren of op pure snelheid een verschil te maken — zonder dat hij er simpelweg al vroeg op het rechte stuk voorbij rijdt.
Persoonlijk zou ik graag een paar inhaalacties minder zien dan in 2026, als dat betekent dat we afscheid nemen van het door batterijen veroorzaakte ‘jojo-racen’. Tegelijkertijd begrijp ik ook dat een terugkeer naar 2005 vanuit het perspectief van de toeschouwer niet voldoende zou zijn. De Formule 1 moet een balans vinden tussen meritocratie en entertainment. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan in een tijdperk zonder tankstops, waarin strategie veel minder mogelijkheden biedt om het verschil te maken.
Stefan Ehlen, Motorsport.com Duitsland:
Alles hangt af van wat je definieert als een "inhaalactie". Hebben we het over een echte manoeuvre waarbij een coureur een ander uitremt en de positie verovert dankzij vaardigheid en race-inzicht? Of over een kunstmatige actie uit het DRS-tijdperk, waarbij een coureur simpelweg op een bepaald moment meer vermogen kan inzetten?
Persoonlijk geef ik veruit de voorkeur aan echte inhaalacties: kwaliteit boven kwantiteit. Sinds de introductie van het Drag Reduction System (DRS) in 2011 heeft de Formule 1 veel te veel goedkope positiewisselingen gezien. Dat bereikte nieuwe hoogten aan het begin van het seizoen 2026, met alle vormen van energiemanagement die de nieuwe technische reglementen met zich meebrengen.
Natuurlijk staat het iedereen vrij om van die voortdurende positiewisselingen te genieten. Ze zien er ongetwijfeld spectaculair uit. Maar voor mij voelen veel van die acties betekenisloos omdat ze zo sterk afhankelijk zijn van omstandigheden. Wanneer zelfs coureurs toegeven dat ze soms "per ongeluk" iemand inhalen omdat de door AI ondersteunde auto de actie feitelijk dicteert, moet je de sportieve waarde van zulke manoeuvres in twijfel trekken.
Ik zie liever een handvol echte inhaalacties per race — acties die zorgvuldig worden voorbereid, voorafgegaan worden door een intens gevecht of uitgevoerd worden met oprechte slimheid. Simpele drive-by-inhaalacties doen mij persoonlijk weinig. Ze missen het element van sportieve prestatie.
Batterijniveau's zijn doorslaggevender voor inhaalacties in 2026 dan echt race-inzicht.
Foto door: Clive Rose / Formula 1 via Getty Images
Jose Carlos de Celis, Motorsport.com Spanje:
Sociale media werden jarenlang overspoeld met reacties waarin vrijwel iedere willekeurige F1-race als "de saaiste ooit" werd bestempeld, juist vanwege een gebrek aan inhaalacties en de aanwezigheid van DRS-treintjes waarin niemand iemand kon passeren. Iedereen omarmde enthousiast het idee dat er vanaf 2026 meer ingehaald zou worden, zonder erbij stil te staan dat meer inhaalacties niet automatisch gelijkstaan aan meer spektakel. Nu is dat precies waar veel mensen kritiek op leveren.
Mensen noemen de inhaalacties van 2026 kunstmatig, terwijl ze vergeten dat DRS dat ook was. Begrijp me niet verkeerd: ik ben geen groot voorstander van deze regels — de dag dat ik een F1-auto die op het rechte stuk zonder vermogen komt te zitten leuk vind, ben ik waarschijnlijk gek geworden — maar was meer inhalen niet precies waar fans om vroegen?
Elke april, of telkens wanneer de Formule 1 terugkeert naar Imola, gaan video's viraal van de Grand Prix van San Marino in 2005 en 2006. Eerst won Alonso door Schumacher tientallen ronden achter zich te houden, een jaar later deed Schumacher hetzelfde bij Alonso.
En als we het toch over Alonso hebben: ik weet zeker dat veel van zijn fans zich, afgezien van zijn podiumplaatsen in 2023, de Hongaarse Grand Prix van 2021 met meer enthousiasme herinneren. Esteban Ocon won die race mede dankzij een meesterlijke verdedigende rit van Alonso tegen Lewis Hamilton.
Met andere woorden: geweldige gevechten hoeven niet altijd te eindigen in een inhaalactie. Het verdedigen van een positie kan net zo spectaculair zijn. Al zou er dan ongetwijfeld weer iets anders zijn om kritiek op te leveren. Want zoals het gezegde luidt: je kunt het nooit iedereen naar de zin maken. En ik zou daaraan toevoegen dat het onmogelijk is om F1-regels te ontwerpen die iedereen tevreden stellen.
Federico Faturos, Motorsport.com Latijns-Amerika:
Ik zal eerlijk zijn: dat de Formule 1 het enorme aantal inhaalacties aan het begin van dit nieuwe reglemententijdperk vierde, voelde op zijn best als een complete misinterpretatie van de situatie. Het werd alleen maar erger toen Stefano Domenicali die boodschap bleef herhalen alsof het het mooiste was wat de sport ooit had voortgebracht, waarna Nigel Mansell uitlegde hoe de werkelijkheid er daadwerkelijk uitziet.
Natuurlijk is een race met inhaalacties beter dan een race zonder inhaalacties. Maar dat vertelt niet het hele verhaal. Als die acties plaatsvinden buiten de controle van de coureur omdat de batterij-inzet de uitkomst al heeft bepaald, of omdat een coureur simpelweg zijn energievoorraad heeft opgebruikt en zich daarna niet meer kan verdedigen, dan zijn het technisch gezien inderdaad inhaalacties. Maar wat is hun werkelijke waarde?
Er wordt in 2026 veel ingehaald, maar te vaak is het op een kunstmatige manier.
Foto door: Rudy Carezzevoli / Getty Images
Misschien komt het doordat ik de veertig nader en niet meer volledig meega in de logica van een jongere generatie, hoewel ik mezelf altijd al ouderwets heb gevonden in dit soort discussies. Ik hield ook nooit van DRS. Zelfs dat voelde al kunstmatig aan.
Een inhaalactie op het hoogste niveau van de autosport zou het resultaat moeten zijn van een coureur — een topsporter — die zijn machine tot de absolute limiet van grip brengt, onmogelijk laat remt, zich volledig committeert en zich langs een rivaal vecht die tegelijkertijd alles doet om zijn positie te verdedigen.
Herinnert iemand zich oprecht een van de honderden inhaalacties die we tot nu toe in het seizoen 2026 hebben gezien? Sprong er werkelijk eentje uit? Zullen mensen over tien jaar nog clips daarvan delen op sociale media?
Het antwoord is nee.
We herinneren ons nog altijd acties als Nelson Piquet op Ayrton Senna in Hongarije 1986, Mansell tegen Piquet op Silverstone in 1987, Mika Häkkinen tegen Michael Schumacher op Spa in 2000 of Juan Pablo Montoya tegen Schumacher in Brazilië 2001, om maar enkele voorbeelden te noemen.
De Formule 1 heeft geen behoefte aan meer inhaalacties. De Formule 1 heeft behoefte aan méér onvergetelijke inhaalacties.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport