Home

Heel goed dat theatermakers zich niet meer in een hokje laten duwen

schrijft voor de Volkskrant over cabaret, stand-upcomedy en musical.

Het is prijzenweek in het Nederlandse theater. Naast de uitreiking van de Musical Awards werden woensdag ook de selecties bekendgemaakt voor het Nederlands Theater Festival. Op dat festival wordt in september het beste theater van het afgelopen seizoen nogmaals opgevoerd. De Toneeljury koos de tien indrukwekkendste theatervoorstellingen. Voor de Cabaret Collectie – die bestaat sinds 2023 – werden zes ‘in het oog springende’ cabaretvoorstellingen geselecteerd.

Wat opvalt, is dat theatermakers steeds lastiger in een hokje zijn te plaatsen. Goed voorbeeld is Brabo Leone, de fantastische voorstelling van actrice en zangeres Sarah Janneh. Zij vertelt hierin over haar Nederlandse en Afrikaanse wortels met een reeks ijzersterke nieuwe liedjes. Brabo Leone werd gemaakt bij het Groningse theatergezelschap NITE, waar Janneh in het ensemble zit. Tijdens de succesvolle tournee werd Brabo Leone aangeduid als muziektheater.

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Els de Grefte, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof of Anna van Leeuwen stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Toch is Janneh nu geselecteerd bij de Cabaret Collectie en niet de theaterselectie. In de argumentatie van de Cabaret Commissie lezen we dat ‘chansonnière’ Janneh het theaterlied ‘met sprankelende energie nieuw leven inblaast’. Voor die redenering is iets te zeggen, want Janneh staat als zichzelf op het podium, zingt Nederlandstalige liedjes en maakt ook nog weleens een grap. Het moderne Brabo Leone staat in feite in de traditie van de kleinkunstvoorstelling, zoals diva’s Adèle Bloemendaal en Jasperina de Jong die vroeger maakten. En recenter de shows van Wende, zoals Mens en De wildernis.

In de Cabaret Collectie zien we meer titels die tussen de genres in zitten. In Een stukje naar de mensen toe van Bureau Vergezicht en Theater Rotterdam spéélt actrice Rebekka de Wit meer een stand-upcomedian, dan dat ze er echt eentje is. Ook Rüdsichtslos van Ruud Smulders gebruikt stand-upcomedy meer als een vorm om een interessant theatraal concept mee neer te zetten. Of zoals de commissie schrijft: ‘Het is een doordachte voorstelling over zijn veranderende leven.’

Eerlijk gezegd zijn dit niet de shows waarbij ik dit jaar het meest heb gelachen. Maar hiervoor is de Cabaret Collectie ook niet per se bedoeld. Dit is geen selectie van het beste van het jaar, maar een ‘staalkaart van cabaret en kleinkunst in de volle breedte’.

Puur cabaret zit er ook in de selectie, zoals de nieuwe onewomanshow De baas van Lisa Ostermann en het fascinerende debuut Striptease van de dood van de absurdistische David Linszen. Tot slot brengt Patrick Laureij in zijn show Kintsugi stand-upcomedy in een pure, rauwe vorm.

Het maakt duidelijk dat cabaret en (gesubsidieerd) toneel geen gescheiden werelden meer zijn, een trend die al langer gaande is. Toneelmaker Saman Amini ging zich cabaretier noemen en boekt nu succes met zijn Integratieplan #2. Bij de finale van het Amsterdams Kleinkunst Festival in april won Annica Muller, afkomstig uit de performancehoek, de juryprijs. En bladerend door de brochures van volgend jaar zie ik dat de geprezen theatermaker Kim Karssen met een cabaretsolo komt, getiteld God is een snotje. Daar verheug ik mij op.

In welk hokje we die shows dan moeten plaatsen? Daar zullen enkel recensenten en theaterprogrammeurs zich druk om maken. Het publiek gaat gewoon op zoek naar originele en spannende voorstellingen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next