Het zal nog niet meevallen om tot nieuwe splijtende inzichten te komen, maar wellicht helpt de enquête bij de traumaverwerking.
is chef van de politieke redactie.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Dat de parlementaire enquêtecommissie naar het coronabeleid alsnog aan haar verhoren begint, is een prestatie van formaat. Lang zag het er naar uit dat het project zou stranden op fundamentele onenigheid over de opzet. Met Kamerleden aan boord die niet eens de overtuiging deelden dat het coronavirus überhaupt een bedreiging voor de volksgezondheid was – en elke poging tot bestrijding dus disproportioneel vonden – zouden de verhoren zijn uitgelopen op potsierlijke vertoningen. Met de huidige, definitieve samenstelling van de commissie is dat gevaar geweken en kan er serieus worden teruggekeken op het grootste nationale trauma sinds de Tweede Wereldoorlog.
In het kader van de traumaverwerking kan de commissie haar nut hebben, maar het gezelschap staat wel voor de forse uitdaging om tot splijtende nieuwe inzichten te komen. Alle hoofdrolspelers spraken al uitgebreid met de Onderzoeksraad voor Veiligheid, die drie diepgravende rapporten afleverde. Met alle begrip voor de soms uiterst moeilijke omstandigheden waarin bestuurders opereerden, legde de raad de zwakten in de aanpak tamelijk genadeloos bloot.
Eén: tot de uitbraak in maart 2020 werd infectieziektebestrijding niet serieus genoeg genomen. Er was weinig geoefend, het ontbrak aan een draaiboek, aan een centrale bevelstructuur en aan voorraden hulpmiddelen.
Twee: na dat eerste moeilijke voorjaar, werd de zomer zo ontspannen beleefd dat de betrokken organisaties ‘verrast en soms zelfs overrompeld’ waren toen het virus in de herfst weer opleefde. Ook het kabinet leunde te veel achterover en doordrong de bevolking te weinig van het gevaar van een nieuwe golf.
Drie: toen de eerste vaccins op de markt kwamen, gokte het kabinet aanvankelijk op de verkeerde fabrikant en bleek de geplande infrastructuur voor de vaccinatiecampagne – via de huisartsen – niet geschikt, met alle onrust in de voorbereiding van dien.
Vier: de communicatie over nut en noodzaak van mondkapjes was ronduit chaotisch.
Vijf: de verwachtingen over het effect van de avondklok werden naar buiten toe opgeklopt. Onzekerheden over de doelmatigheid werden weggemoffeld.
Zes: bij de eerste scholensluiting in voorjaar 2020 was die nog te verdedigen vanuit onbekendheid met het virus. Bij de tweede, in december 2020, kon het kabinet al niet meer goed uitleggen wat het medische nut was. Het doel was vooral om ouders thuis te houden, maar nooit werd duidelijk in hoeverre dat hielp.
Zeven: in het algemeen was er te vaak sprake van jojo-beleid; drastische maatregelen zodra het virus opleefde, volledige prioriteit voor de ‘open samenleving’ zodra het weer wat luwde. Zeker in de eindfase ging dat mis. Uiteindelijk kreeg Nederland als een van de weinige Europese landen een derde, harde lockdown voor z’n kiezen.
Het zal niet verbazen als de enquête in grote lijnen tot dezelfde conclusies komt. Meerwaarde krijgt de commissie vooral als die ook nadrukkelijk durft in te gaan op de rol van de Tweede Kamer zelf. Die speelde bij sommige ondoordachte beslissingen immers een doorslaggevende rol. Daarin kan de Kamer, die doorgaans niet uitblinkt in reflectie, nog wel wat aanbevelingen aan zichzelf doen. In de hoop dat daarvan wat beklijft tot de volgende epidemie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant