Voor Nop Maas was Gerard Reve het leven. Hij schreef de driedelige biografie van grillige auteur, wat hem de nodige kopzorgen gaf. Maar: ‘Je blijft de schrijver en zijn werk bewonderen.’
schrijft voor de Volkskrant over Nederlandstalige literatuur.
Norbert Maria Hubert Maas, roepnaam Nop, geboren op 1 december 1949 in het Limburgse Hoensbroek, kwam uit een eenvoudig, weinig intellectueel gezin. Zijn vader was bovengronds mijnwerker. Nop daarentegen was een echt lezertje en ging Neerlandistiek studeren aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen, waar hij Joep Jaspers ontmoette met wie hij zijn hele leven samen is gebleven.
Na zijn doctoraal in 1975 trad Maas in dienst bij de universiteit als wetenschappelijk medewerker. Hij promoveerde in 1988 op het proefschrift Marcellus Emants’ opvattingen over kunst en leven in de periode 1869-1877, maar vertrok vervolgens om zich zelfstandig aan het schrijven te wijden.
Samen met zijn man betrok hij een huis in Haarlem dat tot de nok toe werd gevuld met oude en bijzondere boeken.
Zijn verzamelwoede woekerde als koorts en richtte zich vooral op de 19de eeuw, de tijd van Emants, Carel Vosmaer en Multatuli. ‘De 19de eeuw was de laatste tijd waarin mensen nog dachten dat ze zelf alles konden volgen. Schopenhauer schiep één, alomvattende, filosofie van het leven en geleerden schreven in hun eentje een hele encyclopedie. De wereld was nog overzichtelijk.’
Van uitgeverij L.J. Veen kreeg Maas in 1983 het ‘hoogst vererend verzoek’ om de brievenboeken van de bewonderde schrijver Gerard Reve te annoteren. Maas zag zich voor een lastige opdracht gesteld. ‘Ik was geneigd tot een zo verantwoord en exact mogelijke uitgave, zonder weglatingen met zo verhelderend mogelijk commentaar.’
Reve vond annoteren chique maar overdreven, ‘want we zitten niet op een taalkundig congres’.
In Brieven aan Wim B. wilde Reve van alles schrappen. Zoals het advies aan ‘Vledermuiskoning’ Wim Bergmans om ‘de Papoea-pruik op zijn kop te decimeren’ en zijn tactiek om voorraden koffie en sardientjes onontdekt de grens over te krijgen: ‘nette auto, nette kleren, verzorgd haar’.
‘Je weet maar nooit,’ schreef Maas in Altijd wat, ‘of douaniers ook brievenboeken lezen.’
Ondanks alle getob zou Nop daarna nog talloze brievenedities verzorgen. Reve werd zijn leven. Hij vond het een voorrecht om het werk te mogen doen, en zat elke dag hardop te lachen achter zijn bureau. Bovendien kreeg hij van de volksschrijver gratis en voor niets advies: ‘Je moet sappen en frisdranken voor de helft aanlengen met water.’
En: ‘Om te voorkomen dat je over de pot pist, moet je altijd eerst in de eikel knijpen.’
In de jaren negentig verhuisden Reve en zijn partner Joop Schafthuizen (alias ‘Matroos Vosch’) van Frankrijk naar Machelen-aan-de-Leie in België. Schafthuizen had hun archief geordend en deed vier koffers ‘binnengekomen post’ cadeau aan Maas, die de gift opvatte als een impliciete uitnodiging om de biografie van Reve te schrijven. Aan die taak zette hij zich met groot plichtsbesef en doorzettingsvermogen.
Reve stierf op 9 april 2006. Toch verscheen drie jaar later, met goedkeuring van weduwnaar Schafthuizen, het 732 pagina’s dikke deel 1 van Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven: De vroege jaren 1923-1962.
Een ‘kroniek’ noemde Maas zijn biografie omdat hij zoveel mogelijk gegevens vastlegde en die chronologisch ordende. Hij ontwikkelde – tegen de trend in – geen dwingende visie. Maas schreef droog en zakelijk, en citeerde ruim uit het stilistisch briljante oeuvre van de meester. Een biografie als een encyclopedie. Nop was de koning van het zinloze feit.
Op 28 april 2010 verscheen deel 2, De rampjaren 1962-1975 (855 pagina’s), met Reves coming-out als ‘kampioen homoseksueel van Noord-Holland en koloniën’, zijn depressies en drankzucht. Wilfred Takken schreef in NRC Handelsblad over Maas: ‘Voor zijn uitputtende onderzoek verdient hij een standbeeld.’
Bij deel drie barstte de bom. Voor De late jaren 1975-2006 (700 pagina’s) trok Joop Schafthuizen het citaatrecht van Maas in en spande een kort geding aan. Het was niet toevallig het deel waarin Schafthuizen, ‘Anusje van Alles’, ten tonele verscheen en een ontluisterend beeld wordt geschetst van de ‘barokke’ relatie tussen ‘Tamme Wolf’ (Reve) en de agressieve, geldbeluste Matroos Vosch.
Aanvankelijk werd Schafthuizen door de rechter in het gelijk gesteld, maar in hoger beroep werd dat vonnis tenietgedaan. Het boek verscheen, maar allerlei seksueel getinte of financiële passages moesten worden geschrapt. Op die plekken noteerde Maas drie sterretjes. In deel drie vormen die *** een verduisterende sterrenhemel.
In de nacht van 2 juni 2011 sprak Schafthuizen meermaals het antwoordapparaat van Maas in; hij dreigde ‘een kogel door uw hart te schieten’ en adviseerde hem naar de politie te gaan ‘met de opnames die u gemaakt hebt’. Daarop deed Maas aangifte, maar hoorde daar nooit meer iets van.
Tijdens zijn eigen late jaren zat Nop Maas niet stil. Hij was trots dat hij de dichteres Hanny Michaelis, die van 1948 tot 1959 getrouwd was met Gerard Reve, aan de vergetelheid had weten te ontrukken. Hij bezorgde haar oorlogsdagboeken. In 2023, zeventien jaar na haar dood, publiceerde hij op basis van getapete gesprekken Michaelis’ ontroerend-hilarische herinneringen, ‘Vastgenageld aan de rand van het niets’.
Onder de imprint de Korenmaat maakte Maas deel uit van het Haarlemse drukkerscollectief de Hof van Jan en drukte fraaie boekjes van Arnon Grunberg, P.F. Thomése en L.H. Wiener. Bijna dagelijks ging hij naar de Hof van Jan om uitgaven van een cahiersteek te voorzien of de letterbak te sorteren.
In Uren met Joop Schafthuizen publiceerde Nop Maas zijn dagboekaantekeningen over de ‘Onderneming Reve’. Het is een raadsel dat hij het heeft volgehouden. Hoe kon dat? ‘Je blijft de schrijver en zijn werk bewonderen en soms is het zelfs bijna gezellig.’
Gevoel voor humor heeft zijn leven gered. ‘Gerard Reve was een geniale schrijver die met de registerwisselingen in zijn stijl en zijn krankzinnige logica zelfs terminale patiënten aan het lachen kon krijgen.’
‘Het is een krankzinnige, ongeneeslijke verslaving,’ zei Nop Maas over zijn bibliobesitas. ‘Het verwerven van een boek blijft behoren tot de grootste genoegens des levens.’
Nop Maas vatte het leven van Reve samen in zes woorden: ‘Hij heeft geschreven, gedronken en gemasturbeerd.’ Uit zijn biografie weten we dat Reve zijn ‘witte, tweede bloed der liefde’ wel zeven, acht keer per dag liet vloeien.
‘Op het verwijt dat hij zichzelf herhaalde, antwoordde Reve steevast: ‘Wie moet ik anders herhalen?’ Daarop variërend zei Nop Maas: ‘Wie had dat boek over Reve anders moeten schrijven?’
Source: Volkskrant