Een paar weken geleden kreeg ik het verzoek om als journalist mee te varen met de Global Sumud Flotilla, de vloot die hulpgoederen naar Gaza wil brengen. Ik ben daar vanwege allerlei redenen niet op ingegaan. Een belangrijke was dat ik werkelijk doodsbenauwd werd van alleen al het idee te zullen belanden in een Israëlische gevangenis.
Dat het konvooi daarop uit zou draaien, wist namelijk iedereen. Israël blokkeert al jaren elke vorm van maritieme hulpverlening richting de Gazastrook en het neemt die taak de laatste maanden bovendien zo serieus, dat het leger al meermaals hulpschepen enterde in internationale wateren en de bemanning ontvoerde. Want stel je toch eens dat absolute rampscenario voor dat er noodrantsoenen zouden terechtkomen bij een aantal zwaar getraumatiseerde en uitgehongerde Palestijnen.
Daarom kregen alle opvarenden van de Flotilla al ver voordat ze inscheepten juridische trainingen over hun rechten als gevangene in Israël en werd hen verteld hoe ze moesten handelen in het waarschijnlijke geval van een ontvoering.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Die trainingen bleken geen overbodige luxe, want deze week enterde het Israëlische leger inderdaad het hulpkonvooi. Wederom gebeurde dat in internationale wateren en wederom werden tientallen opvarenden gearresteerd, onder wie twee collega’s van BNNVara die moediger bleken dan ik.
In de tijd van vóór de verloedering – echt lang geleden is het niet, maar het voelt als een eeuwigheid – was na zo’n illegale actie de pleuris uitgebroken. Toen twijfelde namelijk niemand aan de intenties van mensen die hun tijd, geld, gezondheid en zelfs vrijheid opofferen om babyvoeding te bezorgen bij aan honger stervende kinderen in oorlogsgebied.
Maar die tijd is helaas voorbij. Inmiddels leven we in een tijdperk waarin de ontvoering van een groep landgenoten hardop wordt bejubeld in De Telegraaf (de Flotilla is een ‘PR-stuntvloot’ waar meer condooms en drugs aan boord zijn dan medicijnen, zo pende die krant eerder al de propaganda van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken klakkeloos over) en de Nederlandse regering pas na urenlang palaveren over de juiste bewoording via X de belegen belofte doet de Israëlische ambassadeur te ontbieden.
De daadwerkelijke boodschap richting Israël is daarmee duidelijk: wat ons betreft, wat Nederland betreft, kunnen jullie je werkelijk alles permitteren. Je mag Gaza systematisch kapot bombarderen, hele steden platwalsen als pure Filistijnen, ziekenhuizen doelbewust aanvallen. Je mag kinderen laten executeren door scherpschutters, andere kinderen martelen in gevangenissen, of uithongeren in vluchtelingenkampen.
Je mag de grenzen rondom je land iedere dag een stukje verder opschuiven, tegenspartelende Palestijnen uitmoorden, net als journalisten en hulpverleners, en als vervolgens een groep bezorgde burgers uit andere landen medicijnen en babyvoeding probeert te bezorgen bij de overlevenden, mag je die overal ter wereld ongestraft ontvoeren, bedreigen en laten knielen voor een sardonisch lachende minister die ondertussen in een camera zegt: ‘Ze kwamen hier vol trots als grote helden naartoe. En kijk ze nu eens’.
Israël is compleet losgeslagen van zijn morele anker en wat doet Nederland? Nederland blijft voorlopig de grootste investeerder in Israël ter wereld. Nog altijd verkopen Nederlandse supermarkten producten uit de bezette gebieden. Nog altijd worden Israëlische wapens via Nederland verhandeld en nog altijd weigert Rob Jetten een grens te trekken, hoe opzichtig hij vorig jaar ook meeliep in die Rode Lijn-demonstratie in Den Haag, en hoe vastberaden hij ook keek op de selfie die hij vervolgens postte op Instagram.
Vol trots als een grote held, zo zag hij eruit. En kijk nu eens.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant