Fernando Alonso heeft met zijn kenmerkende zelfvertrouwen gereageerd op de problemen waarmee Aston Martin en motorpartner Honda momenteel kampen in de Formule 1.
Honda levert dit seizoen exclusief krachtbronnen aan Aston Martin, maar dat huwelijk blijkt nog niet erg gelukkig. De Japanse krachtbron kampt met een waslijst aan kinderziektes, waarvan hevige trillingen een belangrijke zijn. Die trillingen hebben zijn weerslag op mens en machine. Aan het begin van het seizoen lieten Alonso en teamcollega Lance Stroll weten dat ze niet langer dan 15 tot 25 ronden konden rijden, zonder blijvende schade op te lopen.
Ook technisch vormden de vibraties een probleem: meerdere onderdelen raakten erdoor beschadigd en dat leidde tot een tekort aan onderdelen, waaronder batterijen.
Inmiddels zijn die vibraties verholpen, maar Honda en Aston Martin blijven de zwakke broeder in de Formule 1. Om de achterstand op de concurrentie te verkleinen heeft de FIA Honda recent meer ontwikkelingsruimte gegeven.
Onder het ADUO-mechanisme krijgen de Japanners meer geld en tijd om aan updates te werken. Volgens Alonso is dat een stap in de juiste richting, al verwacht hij er op korte termijn geen wonderen van.
"Zeker, zeker. Het zal helpen", reageerde Alonso op de vraag of de extra ontwikkelingsmogelijkheden bemoedigend zijn. "We moeten ons niveau verbeteren. Daarvoor heb je investeringen nodig en meer tijd dan de anderen."
"Je hebt meer dynotijd nodig, meer mensen die met verschillende ideeën zoeken naar een verklaring voor het gebrek aan vermogen en betrouwbaarheid dat we dit jaar ontdekten toen we de motor voor het eerst echt gebruikten. Het zal helpen. Maar het kost tijd."
Waar Aston Martin worstelt met de prestaties van de auto, lijkt Alonso zelf geen moment te twijfelen aan zijn eigen kunnen. Toen hem werd gevraagd hoe hij zijn persoonlijke progressie meet in een seizoen waarin resultaten beperkt zijn, kwam een opvallend kort maar krachtig antwoord.
"Ik meet niets. Ik ben de beste. Ik hoef niemand iets te bewijzen. Ik hoef niets te voelen om te weten dat ik op het juiste niveau zit."
Alonso wordt in juli 45 jaar. De vraag is gerechtvaardigd of hij - met een niet-competitieve auto en weinig zicht op successen - nog wel gemotiveerd is om door te blijven gaan.
"Het is wachten op de kans", legde de coureur uit Oviedo uit over waar hij zijn motivatie vandaan haalt. "Ondertussen probeer ik het team te helpen en mijn competitieve scherpte te behouden, iets wat je nodig hebt in de Formule 1."
Fernando Alonso is naar eigen zeggen nog steeds de beste versie van zichzelf.
Foto door: Sona Maleterova / Getty Images
Om scherp te blijven, zoekt Alonso die competitie ook buiten de Formule 1 op. "In verschillende categorieën rijden, in andere auto's, jezelf testen in andere kampioenschappen en auto's, en voelen dat je competitief bent. Als ik naar een kartbaan ga en ik ben daar niet de snelste, dan maak ik me zorgen. Als ik in een GT-auto stap en ik ben niet de snelste, dan maak ik me zorgen."
"Maar voorlopig doe ik dat allemaal en ben ik nog steeds de snelste", constateerde hij lachend. "Dus als ik naar een Formule 1-weekend kom, is het slechts een kwestie van tijd voordat ik een betere auto heb."
Vervolgens uitte Alonso opnieuw kritiek op het huidige karakter van het racen in de Formule 1, met name door de rol van energiebeheer. Volgens hem worden inhaalacties steeds minder bepaald door puur racen en steeds meer door batterijmanagement.
"Op de rechte stukken, als je meer batterij hebt dan de anderen. Dan is het heel makkelijk. Dat is geen inhalen", stelde de tweevoudig wereldkampioen.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport