is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine.
Jarenlang accepteerde ik geen cookies van YouTube, en inloggen vertikte ik evenzeer. Waren ze daar een haartje betoeterd, mopperde ik dan als de recalcitrante boomer die ik was, wie dachten ze wel niet dat ze waren, dat ze alles van me wilden weten? Nou, als straks de werelddictatuur zou worden uitgeroepen door meneer Google en de zijnen, dan konden ze zó lang hun servers doorspitten, het surfgedrag van Thomas van Luyn zou een mysterie blijven. Ik wist tenslotte wat ik wilde youtuben, en verder hadden ze daar in Amerika niets mee te maken.
Het gevolg was dat ik bij elk bezoek aan YouTube mij opnieuw akkoord moest verklaren met de gebruikersvoorwaarden. Superirritant, niet alleen qua extra moeten klikken, maar ook omdat ik eens een keer met iemand van Google wilde spreken over die voorwaarden voordat ik mijn akkoord gaf.
Deze eenzame en vruchteloze pogingen om het internet terug te draaien naar 1994 heb ik opgegeven omdat ik altijd werd geconfronteerd met een youtubehomepage met alleen maar deprimerende shit erop. Google wist niet wie ik was, dus schatten ze me maar in als een debiel, eentje met een voorliefde voor extreemrechts, prankende lolbroeken en dashcams.
Uiteindelijk kon ik deze eindeloze stroom bagger niet meer aan. Ik begon me af te vragen of ik nou gek was, of de rest van de wereld. Totdat het kwartje viel: ik had een bubbel nodig, eentje waarin iedereen mijn smaak heeft, mijn boeken leest, mijn inzichten bevestigt. En die bubbel, die krijg je cadeau van de techreuzen wanneer je jezelf aan hun wil onderwerpt, en schoorvoetend toegeeft: dit vind ik leuk, geef me er meer van.
Dus nu, wanneer ik YouTube open, ben ik ingelogd, en zie: de wereld is een prachtige plek. Engelse sitcoms zo ver het oog reikt, recensies van nieuwe herenparfums, Oekraïne wint op alle fronten, en wat is subatomaire deeltjesverstrengeling ook alweer? Een keurige, beschaafde wereld is geopend, hoera, van nu af aan ben ik de baas.
Het tegengestelde is natuurlijk het geval. Doordat YouTube mijn smaak nu kent, weten ze ook welke geurige worsten ze voor mijn neus moeten houden om mij eeuwig te laten happen. Waar ik voorheen de laptop nog weleens opzij zette ten faveure van een goed boek of een dito gitaar, blijf ik nu eindeloos klikken op links naar uitmuntend vermaak en inspirerende schoonheid, zonder te registreren dat ik bijvoorbeeld honger heb of naar bed wil. Net als zo’n ratje in een laboratorium dat op de genotsknop blijft drukken tot het sterft.
Het ergst zijn de shorts. Ik had Instagram en TikTok uitstekend in de smiezen als zijnde digitale evenknieën van respectievelijk heroïne en crack. YouTube leek daarbij vergeleken een onschuldig fluitje bier, een klein genot dat te overzien was. Sinds de invoering van de shorts echter, ben ik volledig verjunkd.
Shorts hebben geen verhaalboog, geen begin en geen einde. Shorts zijn eindeloos onbevredigend, dus moet ik eeuwig blijven swipen. Al duizendmaal heb ik gedrukt op het knopje ‘minder vaak tonen’, smekend aan meneer Google of hij me alstublieft geen shorts meer wilde voorschotelen. Maar meneer Google luistert niet. Kijk, een stukje van een interview met Jimmy Carr. Dat wou je toch? Daar hield je toch van? Slapen kan altijd nog.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dit is een column uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant