Home

Ik was op zoek naar rust, niet naar geouwehoer

is schrijver van ‘autobiografische non-fictie’.

Het lukte me niet om mijn boek thuis af te maken wegens afleidingen. Uiteindelijk ging ik met mijn laptop naar een koffietentje bij mij in de buurt, waar ik altijd op woensdag na het sporten koffie drink met een vriendin met wie ik sport. Als ik daar kom, zie ik altijd mensen werken. Toch aarzelde ik, want ik vond het onbeleefd om meteen mijn laptop open te klappen en aan het werk te gaan. Dat leek me zoiets als zomaar de tv aanzetten als je bij iemand op bezoek gaat. Dus ik vroeg netjes of ik daar een tijdje mocht werken. Het meisje keek me bevreemd aan en zei ‘natuurlijk’.

Ik schoot daar iets beter op dan thuis, maar er waren nadelen. Ten eerste voelde ik me verplicht om constant koffie te drinken, waardoor mijn handen begonnen te trillen en mijn maag op een verontrustende manier ging rommelen. Ten tweede waren er natuurlijk allemaal mensen aan het kwebbelen, want dat is de hele functie van koffietentjes. Naast koffie natuurlijk.

Dus googelde ik: plekken om te werken in mijn woonplaats. Er kwamen wat hippe concepten voorbij waar je een abonnement op moest nemen, maar dan hadden ze naast heerlijke matcha en bites ook mogelijkheden tot netwerken met je peers. Daar had ik geen zin in, want ik was op zoek naar rust, niet naar geouwehoer.

Toen opperde een van die websites de openbare bibliotheek. Daar had ik zelf nog nooit aan gedacht. Sinds mijn jeugd, toen ik drie kinderboeken per week las, ben ik nooit meer in een bibliotheek geweest. Boeken koop ik altijd, gewoon in een boekwinkel.

Er zit er eentje bij mij in de buurt, pal naast de sportschool. Ik bleek daar ook zonder abonnement te kunnen zitten. Daarnaast kun je er alle kranten en tijdschriften lezen, en staat er een koffieapparaat waar je voor 50 cent een bakje vieze koffie kunt halen.

Ik vroeg niet naar het wifi-wachtwoord, want internet is mijn achilleshiel.

Helaas is de stilte die in mijn jeugd nog een ijzeren regel was in de bieb, niet meer haalbaar. Aan de balie stond een man luidruchtig te klagen dat er te weinig koffie uit het apparaat kwam en dat hij zijn 50 cent terug wilde. Naast me werd hardop gepraat en iemand zat op een vaste computer iets te kijken MET GELUID. Nu ben ik niet iemand die graag ‘ssst’ zegt of ‘zou u even uw bek willen houden?’, dus met de concentratie ging het niet geweldig. Niettemin kreeg ik nog wel het een en ander voor elkaar.

De volgende dag had ik er gelukkig aan gedacht herriestoppers mee te brengen en werkte ik als een trein, of nou ja, zoals normale mensen zonder aandachtsstoornis werken.

Tijdens de volgende keer koffiedrinken in het tentje vertelde ik enthousiast aan de sportvriendin dat ik de bibliotheek had ontdekt als werkplek. Dat vond ze fijn voor me, want ze weet van mijn beperkingen.

‘Maar ik erger me daar wel heel vaak aan mensen’, zei ik. ‘Net als in de sportschool eigenlijk.’

Tijdens het sporten erger ik me namelijk aan sporters die hardop beeldbellen, of te lang een apparaat bezet houden. En aan mensen die langdurig naakt rondlopen in de kleedkamer.

‘Is het niet zo dat jij je altijd ergert als je geconfronteerd wordt met andere mensen?’, vroeg ze.

Daar antwoordde ik maar niet op.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next