Milieudefensie en Shell stonden vrijdag opnieuw tegenover elkaar in de rechtszaal. De milieuorganisatie wil dat Shell verplicht wordt zijn CO₂-uitstoot met een stevig percentage te verminderen, maar volgens de energiereus is dat niet aan de rechter.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Vierhonderd stoelen heeft de Hoge Raad gereserveerd in de statige mr. L.E. Visserzaal, en bijna allemaal zijn ze bezet. Hier in Den Haag dient vrijdag de inhoudelijke behandeling van de cassatie in de rechtszaak tussen Milieudefensie en Shell. Hoewel veel van de argumenten van beide partijen al bekend zijn, is van gebrek aan belangstelling opnieuw geen sprake.
De belangrijkste vraag is deze vrijdag of Shell zijn CO₂-uitstoot voor 2030 moet verminderen met 45 procent. Ja, zei de rechtbank in Den Haag in 2021. Daarop ging Shell in beroep. Het concern vindt het onterecht dat het veel minder fossiele brandstoffen mag verkopen, terwijl dit niet voor concurrenten geldt. Dat leidt tot willekeur en rechtsongelijkheid, stelt het concern.
In hoger beroep won de energiereus in 2024. Het hof oordeelde dat Shell weliswaar een eigen verantwoordelijkheid heeft om gevaarlijke klimaatverandering tegen te gaan, maar dat het geen kans zag hier een percentage op te plakken voor een individueel bedrijf, omdat daarover geen wetenschappelijke overeenstemming zou bestaan.
Die uitspraak was zeer tegen de zin van Milieudefensie. Zonder een reductiepercentage is een verplichting een lege huls, betoogt de organisatie.
Shell ziet dit uiteraard anders. Het energieconcern vindt dat klimaatbeleid niet bij de rechter hoort, maar Europees geregeld moet worden.
Een hevig teleurgesteld Milieudefensie ging vorig jaar in cassatie, en zo kan het dat beide advocatenteams weer tegenover elkaar staan. Inhoudelijk is er weinig nieuws onder de zon. De discussie richt zich vrijdag zoals verwacht vooral op de vraag of Shell nu wel of geen reductiepercentage kan worden opgelegd.
‘Shells bijdrage aan klimaatverandering is groter dan die van de meeste staten’, betoogt Milieudefensies huisadvocaat Roger Cox. Maar de meeste overheden zijn niet meer in staat multinationals als Shell goed te reguleren, omdat zij in tientallen landen opereren en dreigen met vertrek als hun een strobreed in de weg wordt gelegd. Daarom is een rechterlijke uitspraak noodzakelijk. En daar hoort een reductiegetal bij, stelt Cox.
Precies op dit punt nam het hof anderhalf jaar geleden ‘een onverklaarbare afslag’, aldus Cox. Alle wetenschappelijke scenario’s met enig werkelijkheidsgehalte stellen volgens hem dat een forse CO₂-reductie nodig is om gevaarlijke klimaatverandering mogelijk nog af te wenden.
Al deze scenario’s gaan richting een afname van 45 procent of meer. Waarom dit getal dan niet voor Shell zou gelden, is hem een raadsel.
Als bedrijven als Shell onbelemmerd hun goddelijke gang kunnen blijven gaan, iets wat volgens Milieudefensie gebeurt als ze geen percentage krijgen opgelegd, ‘accepteren we dat de samenleving privaatrechtelijke entiteiten heeft gecreëerd die destructiever kunnen zijn dan staten’.
Als we dat toestaan, aldus Cox, zullen volgende generaties daar collectief de prijs voor betalen. ‘En die prijs zal onvoorstelbaar hoog zijn.’
Advocaat Freerk Vermeulen benadrukt vrijdag namens Shell dat het energieconcern op een aantal belangrijke kwesties aan de kant staat van Milieudefensie. Het energieconcern erkent dat klimaatverandering bestaat, dat ze gevaarlijk is en dat er tegen opgetreden moet worden, óók door Shell. ‘We zijn het alleen niet eens over wie welke stappen moet zetten.’
Shell denkt juist dat overheden leidend moeten zijn. Die stellen regels die voor iedereen gelden. Hierdoor ontstaat volgens Vermeulen een gelijk speelveld.
Hij ontkent dat overheden machteloos staan, zoals Milieudefensie beweert: kijk naar het succesvolle klimaatbeleid van de Europese Unie, die haar CO₂-uitstoot bijvoorbeeld dankzij de Green Deal al fors wist te verlagen. ‘Rechterlijke reductiepaden voor arbitrair gekozen ondernemingen zijn schadelijk en op zijn best ineffectief’, stelt hij.
Vermeulen verwijst in zijn pleidooi naar een recente uitspraak in een zaak tegen Mercedes-Benz en BMW, die was aangespannen door de Duitse milieuorganisatie Deutsche Umwelthilfe. Die had geëist dat beide fabrikanten eerder dan 2035 zouden stoppen met de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor.
Het Duitse Federale Gerechtshof in Karlsruhe oordeelde eind maart anders: particuliere instanties kunnen niet van individuele autofabrikanten eisen dat zij stoppen met benzine- en dieselauto’s vóór de EU-deadline.
De zaak is zeer vergelijkbaar met die van Shell, betoogt Vermeulen. De Hoge Raad kan volgens hem daarom niet anders dan deze lijn volgen. Anders ontstaat straks een situatie dat een Duits bedrijf als Aldi zijn CO₂-uitstoot niet hoeft te verminderen, terwijl Ahold dat wel moet. Dat Lufthansa onbelemmerd kan blijven vliegen, terwijl voor KLM strenge emissieregels gelden.
Het gaat om meer dan alleen Shell, aldus Vermeulen. Het gaat ook om andere bedrijven, als ING, tegen wie Milieudefensie ook een rechtszaak heeft aangespannen.
Cox van Milieudefensie blijft bij zijn eis dat Shell een reëel afbouwpad optuigt voor zijn CO₂-uitstoot: min 45 procent in 2030.
‘De uitdagingen van de energietransitie zijn reëel, maar ze zijn wel oplosbaar’, hield hij de raadslieden voor. ‘Klimaatverandering is dat niet.’
De uitspraak van de Hoge Raad wordt begin 2027 verwacht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant