Home

Marie Kondo is er voor een opgeruimd leven, met een Swedish Death Cleaning laat u geen troep slingeren na de dood

Sommige ouderen beginnen bijtijds met een grote, laatste schoonmaak. Een Swedish Death Cleaning, heet dat: opruimen zodat je nabestaanden niet met een berg spullen worden opgescheept. We ruimen een dagje op bij rasverzamelaar Betty Kruzinga. ‘Die spullen vlogen me ineens aan.’

Spullen zijn maar spullen. Ja toch? In de loop van je leven, en dat begint eigenlijk al bij je geboorte, blijven er spullen aan een mens kleven. Almaar grotere huizen betrek je om de spullen in op te bergen, om uiteindelijk vaak weer te moeten inkrimpen. Er was ooit reden om dat spul te houden, ja hoor, maar als je die hele inboedel zo bij elkaar ziet, dan kijken de spullen je soms bijna dreigend aan, alsof ze willen zeggen: wat wou je doen dan?

‘De spullen vlogen me ineens aan’, zegt Betty Kruzinga (72) aan tafel in haar maisonnette van 90 vierkante meter in Amsterdam-Zuidoost. ‘Een loden last was het ineens.’ Voor november 2025 had Betty er niet kritisch naar gekeken: alles wat hier staat – en dat is veel, héél veel – is haar lief.

Begrijpelijk. Binnenwandelen bij Betty is als een soort Alice in Wonderland-tuimelpartij, met in elke kamer nieuwe bezienswaardigheden, parafernalia en snuisterijtjes. In de gang zie je bijvoorbeeld meteen een verzameling 19de-eeuwse ventilatieroosters. Nou klinken ventilatieroosters niet meteen spectaculair, maar ja, verrek, nu je beter kijkt, zie je ineens tóch de schoonheid van 19de-eeuwse ventilatieroosters. Net als de Delfts blauwe tegels en de muurankers verderop, heeft Betty die roosters geërfd van haar vader, een rasverzamelaar.

Ook het verzamelgen zelf heeft Betty van hem geërfd: in haar woonkamer alleen al staan zeven pronkkasten, een met geglazuurd plateelservies, een met mineralen en stenen, van haar ouders, eentje met brillen in alle kleuren. ‘Van Temu, ik heb bij al mijn outfits een passende bril.’

Het is haar eksternest, haar mini-museum, en ze is er trots op. Maar vorig jaar kreeg Betty een herseninfarct, waardoor ze nu vaak in een rolstoel zit. Vervolgens overleed in november haar zus Caroline, en zat Betty niet alleen met de rouw, maar zag ze ineens ook het probleem: wat als zijzelf zou overlijden?

Ook Caroline hield van spullen, en ook tegen Carolines boedel zei Betty geen nee. ‘Wat díé vrouw allemaal verzamelde.’ Maar als Betty’s tijd zou komen, moest dan haar andere zus Riny háár spul weer allemaal gaan uitzoeken, ophalen of weggooien? Kinderen heeft ze niet, maar, zegt Betty: ‘Ik wil Riny niet opzadelen met mijn rommel.’

Maar ja: spullen zijn natuurlijk níét gewoon spullen. Soms zijn de spullen alles wat je nog hebt van iemand. Weer andere spullen wijzen juist dapper naar de toekomst: het borduurgaren, de lapjes, het zijn allemaal plannen voor wat Betty nog wil doen en maken. Ze zit er als oud-textieldocent en creatieve geest boordevol mee.

Daarom zit professional organizer Debora van Altena (40) tegenover Betty aan de keukentafel. Van Altena is geschoold in verschillende opruimmethodes, waaronder Swedish Death Cleaning. Als voormalig uitvaartbegeleider heeft ze gezien hoe zwaar het kan zijn als nabestaanden alles moeten opruimen na een overlijden. Van Altena: ‘En als je het samen met een coach doet, kan dat wat extra discipline geven.’

Van Altena bood haar diensten onlangs aan in Het Parool, en Betty dacht: zo iemand moet ik hebben. Betty: ‘De Riki Stichting in samenwerking met Stichting De Zonnebloem heeft mij geholpen: bij hen kun je soms een zomerwens indienen, want het is best een prijzig proces.’ Een uur opruimcoach kost tussen de 65 en 80 euro. Van Altena: ‘Ja, en hoe meer spullen je hebt, hoe langer het duurt.’ We lopen een dagje mee bij Betty, en proberen zo goed en kwaad als het gaat van wat spul af te komen.

Opruimen voor je doodgaat

Eerst een uitstapje naar Stockholm, waar Swedish Death Cleaning vandaan komt. Hier schreef de 84-jarige Margareta Magnusson in 2017 het boek Döstädning, over het Zweedse gebruik om op te ruimen voor je doodgaat ( betekent doodgaan, städning is opruimen). Het boek, in Nederland verschenen als De edele Zweedse kunst van het opruimen (2018), werd een groot succes: het verscheen in 32 talen en er zijn meer dan een miljoen exemplaren verkocht. De Amerikaanse zender NBC maakte er een serie over waarin drie Zweden onder leiding van actrice Amy Poehler Amerikanen helpen hun overvolle huizen op te ruimen.

Magnusson overleed in maart, op 91-jarige leeftijd. Een paar weken na haar overlijden treffen we haar dochter Jane Magnusson (57) in een roze crêperie in de voormalige arbeiderswijk Södermalm. De journalist en documentairemaker hielp haar moeder met het redigeren van het manuscript dat uitgroeide tot een wereldsucces.

Wat Döstädning zo’n succes maakte, ‘behalve dat we allemaal te veel zooi hebben’, is dat het op een ontspannen manier over de dood gaat, zegt Jane. ‘In landen waar het boek uitkwam zonder het woord ‘dood’ in de titel, verkocht het minder goed. Mensen willen het graag hebben over de dood, maar ze weten vaak niet goed hoe. Het boek helpt kinderen het gesprek erover te beginnen met hun ouders.’

Margareta Magnusson schreef het boek vlak nadat ze was verhuisd van haar huis in Göteborg naar een tweekamerappartement hier in de buurt, om de hoek bij haar dochter. Ze was al een fervent opruimer, maar voor en na de verhuizing ging ze écht rigoureus te werk. ‘Als ik zondags bij haar ging eten, moest ik altijd oppassen dat ik niets positiefs zei over bijvoorbeeld de vaas op tafel, want dan zat-ie bij vertrek in mijn tas.’

Morele plicht

In het boek stelt de 84-jarige, die vroeger beeldend kunstenaar was, dat opruimen een morele plicht is: je mág je nabestaanden niet met jouw rommel laten zitten. ‘Ik heb zo vaak voor anderen opgeruimd voordat ze doodgingen dat ik het vertik om het iemand na mijn dood voor mij te laten doen’, schrijft ze.

In Döstädning toont debutant Magnusson zich een prettige optimist die zowel opruimen als de dood licht en praktisch benadert. Ze vertelt vrolijk over haar leven, geeft opruimtips en deelt haar favoriete recept voor rodebietensherry. Opruimen is heerlijk, is haar boodschap, en je kunt er ook al op je 30ste mee beginnen.

Het gaat bij Döstädning vooral om het wegdoen van ongebruikte spullen waarvan je niet wil dat je dierbaren die later zonder jou moeten doorspitten. Een greep uit de tips: begin met grote spullen op de zolder of berging, want die blijk je vaak toch niet te missen, en eindig met de brieven en foto’s waarin je kunt verzinken. Spullen die voor jou waarde hebben, maar waar je dierbaren niks aan hebben, zoals liefdesbrieven en souvenirs, bewaar je in een doos met ‘weggooien’ erop. ‘Ik heb besloten wat anderen met een zuiver geweten mogen wegdoen’, schrijft Magnusson.

Uiteraard bracht Magnusson in de praktijk wat ze anderen voorschreef. Bij haar overlijden bleken er nauwelijks spullen over te zijn. Alles was verdeeld, weggedaan of weggegeven, zegt Jane: ‘Ze had van alle uitgaven van haar boek één exemplaar. Verder was er nog een schilderij, een keramieken makreel en een wandelstok met een schedelkop die we samen op Portobello Road in Londen hadden gekocht. Die vond ze prachtig en ze zag er ook een beetje eng mee uit.’

Wat haar moeder volgens Jane slim had gedaan, is dat ze geen waardevolle objecten had achtergelaten waar haar vijf kinderen mogelijk ruzie over zouden krijgen. Zo verkocht ze een waardevolle armband die van haar eigen moeder was geweest.

Container neerzetten

Met rasverzamelaars als Betty wist Magnusson zich overigens niet goed raad. ‘Biedt de dokter geen soelaas voor de verzamelwoede, dan is het enige wat ik kan bedenken een container laten aanrukken wanneer de tijd rijp is’, schrijft de Zweedse. Toch is er hoop. Voor wie niets kan weggooien, is labelen een alternatief. Wie opschrijft wat er met zijn spullen moet gebeuren, brengt toch een beetje helderheid voor nabestaanden.

Aan het sorteren en labelen is Betty in Amsterdam al begonnen. ‘Dit is mijn verzameling kleren en schoenen’, zegt Betty als ze een deur opent. Laarzen in alle kleuren, cowboyboots, snowboots, panter, slang, bloemen, Schotse ruit. ‘Dit is Temu, dit is Temu, Temu, Temu, Temu’, wijst Betty. Trossen tassen, een flink aantal zelfgemaakt, colberts en bloezen uit de jaren zestig en zeventig. ‘Mijn fysiotherapeut vroeg of ik me ervoor schaamde. Nee, maar het is natuurlijk idioot veel.’

Er zijn drie redenen dat ze zo vreselijk veel heeft verzameld, zegt Betty terwijl ze vanuit haar rolstoel aanwijzingen geeft voor de thee. ‘Ik ben van de babyboomgeneratie, opgegroeid met ouders die de oorlog hebben meegemaakt. Ik kreeg dus zuinigheid mee van mijn vader. Hij verzamelde spijkers en schroeven en al die potjes heb ik nu boven staan. De tweede reden is: ik zie de schoonheid van alles in. Als iemand wat lappen over heeft, zeg ik: geef maar mee. De derde reden is hebberigheid. Ik ben een grote hebberd, ik kan er niets aan doen.’

De vorige keer hebben opruimcoach Van Altena en Kruzinga een kastje opgeruimd: ‘Maar daar is dus weer een nieuwe verzameling ontstaan doordat ik al die spulletjes van mijn zus er weer bij heb gekregen. Erg hè? Ik ben ook dol op Temu’, zegt Betty. ‘Daar moet ik natuurlijk niet meer bestellen. Toch heb ik vanochtend een dingetje besteld, een citroentje van plastic waarin je een citroen kunt bewaren.’

Warme schredder

Van Altena zegt nooit ‘weggooien’. Ze komt meestal een heel eind met het stellen van de juiste vragen. ‘Dan vraag ik: twintig bakvormen? Hoe vaak bak je cake? Hier vraag ik: wat heb je aan de oude handschoenen van je vader?’ Bij alle spullen is de ontspullingsroute weer anders, dat maakt opruimen zo tijdrovend, vertelt Van Altena. ‘Niet alles hoeft de vuilnisbak in. Voor sommige dingen weet je iemand, er zijn tussenpersonen die verzamelingen opkopen, maar het vinden van de bestemming kost tijd.’

Op de kast ligt een ketting waaraan Betty werkt: ze stanst kleine rondjes uit foto’s van haar zus Caroline en rijgt die aan elkaar. ‘Dat lijkt me een mooie manier om haar foto’s te verwerken, dan kan ik ze daarna weggooien, maar het werd me nu te emotioneel, dus ben ik even gestopt.’

Opruimen heeft, schrijft Magnusson, nog een andere functie dan ontspullen: even stilstaan bij het verleden en dat opnieuw waarderen. Wat haar daarbij hielp, is dat ze niet al te sentimenteel was, aldus dochter Jane. ‘Ze kon naar een oude foto kijken en even mijmeren, om die daarna zonder scrupules in haar papierversnipperaar te gooien. Die shredder was altijd warm van het gebruik, ze was er verzot op.’

Over het opruimen van digitale foto’s schreef Magnusson overigens weinig, terwijl dat toch ook vragen oproept. Wat te doen met onze pakweg vijftigduizend foto’s in de cloud? Volgens Jane zag haar moeder dit niet als een probleem, omdat het geen fysieke ruimte innam. Jane’s eigen advies voor haar eigen nabestaanden: ‘Gewoon wissen.’

Mandjes en bandjes

Vandaag wil Betty in elk geval van haar stapel kleden uit Kathmandu af. ‘Prachtig hè, helemaal geborduurd’, zegt Betty. Van Altena: ‘We gaan ze fotograferen, voor op Marktplaats.’ Inderdaad, prachtig. Moet dat kosten? 50 euro per stuk. Verkocht; twee stuks, aan de fotograaf en de verslaggever. Het is een begin.

Terwijl Van Altena de kleden uitvouwt, gaat Betty op bed zitten. ‘Ik ging op enig moment met mijn ex in een groot huis in Nieuwveen wonen. Ik ging naar elke rommelmarkt en ik vond altijd wat. Maar ja, het heeft me mijn relatie gekost. Hij begon op een gegeven moment erg te huilen, toen pas bleek hoe hoog het hem zat. Hij kon er niet meer tegen, al die spullen. Het waren trouwens niet alleen die spullen hoor. Zie je daar bij de kettingen nog iets wat je leuk vindt? Neem mee!’

Eenmaal boven, Betty gaat voor met de traplift, wachten ons meer verrassingen. In een hoek van Betty’s atelier, vol ritsen, garen, mandjes en bandjes, zit een deur, die leidt naar drie nokkievolle bergruimtes: één met wel elf ladenkasten, keurig gelabeld voor airmiles, rekenmachines, haaknaalden en bladgoud, een met boormachines, lijmpistolen en stevig klusgereedschap, en hé, de hele verzameling schroefjes en spijkers van vader Kruzinga!

De laatste bergruimte is volledig gewijd aan wol. ‘Vindt u dat u een probleem heeft?’ Betty: ‘Nee, ik ben er trots op. Als ik een mooie bol wol zie bij de Wibra, met van die glinsterdraadjes, dan neem ik die mee, en dan komt die hier in een doos terecht.’

‘Maar: het moet weg. En als ik toch nog iets nodig heb, kan ik het bestellen.’ Gelukkig is de wol keurig gesorteerd en ingepakt in dozen, er komt vrijdag iemand voor.

Een Canta

Na het death cleanen, dat je volgens Van Altena maar een paar uur achter elkaar kunt doen, komt er een rondje thee met roze koeken op tafel. Gisteren was er iemand van een uitvaartonderneming over de vloer. De folders liggen nog op tafel. ‘Ze vroegen hoe ik begraven wil worden en ze zeiden dat het van belang is dat ik beschrijf wat er met al die spullen moet gebeuren. Mijn zus Caroline had helemaal niets op papier gezet, dus het was veel werk dat te achterhalen.’

‘Ik weet niet hoelang ik heb, het kan ook zomaar gebeurd zijn. Bij mijn zus was het uitgezaaide kanker. Alles was aangetast.’ Kruzinga slikt. ‘Het ging zo snel. Ze werd maar 66. Sorry hoor, ik heb elke dag zo’n huilbui. Het was zo’n mooie meid.’ Ze herpakt zich: ‘Ik moet mezelf niet gek maken, maar het project moet doorgaan.’

Wat denkt Van Altena, hoeveel tijd zal het vergen om door het hele huis heen te gaan? ‘Drie weken, toch zeker?’, zegt Betty. ‘Toch wel iets meer’, zegt Van Altena. Betty lanceert ter plekke alweer nieuwe plannen om te ontspullen. Plan 1 is het organiseren van een open huis om spullen te verkopen. Plan 2: op een rommelmarkt gaan staan. ‘Dat is alleen lastig met mijn rolstoel. Daarom spaar ik nu voor een Canta (een gehandicaptenvoertuig, red.), maar ja, die kost 6.000 euro.’ Dus is plan 3 om eerst dingen te verkopen op Marktplaats, zodat met de opbrengst daarvan een Canta kan worden gekocht.’

Dan is de hamvraag: waarvan kan ze nog meer afstand doen? Betty: ‘Eigenlijk alles. Behalve dan alles dat met mijn ouders te maken heeft. Nou ja, dat zijn al dertig dingen. Dingen die ik zelf getekend heb ook niet. Alhoewel... ik weet het niet. Ik vind alles leuk. En ik kan eigenlijk van niks afstand doen, maar het moet. O wacht, ik zie een vaas daar bovenop de kast, die met die streepjes. Die mag wel weg.’

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next