is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Mats Akkerman mocht balletjes opwerpen en Sven Kockelmann smashte ze op de minister. ‘Gebrek aan daadkracht wordt genoemd als reden voor de lage vertrouwenscijfers’, wist politiek verslaggever Akkerman. De balletjes kwamen uit een enquête die hij had meegebracht. Kockelmann vroeg zo Kockelmann-achtig als hij kon of de minister het zich aantrok. En minister Van den Brink van Asiel en Migratie reageerde met gepaste deemoed. Zo ging het een poosje rond.
‘Er is niet één onderwerp’, zei Akkerman, ‘waarover meer dan 17 procent denkt dat dit kabinet het gaat oplossen.’ Kockelmann vroeg of mensen niet groot gelijk hebben met hun teleurstelling over migratiebeleid: ‘De politiek heeft keer op keer van alles beloofd. Heeft de politiek ook geleverd?’
Ik dwaalde af en dacht: als het merendeel van Nederland niet gelooft dat het kabinet problemen kan oplossen, getuigt dat van gezond realisme. Daarna bekroop me de vrees dat mensen er toch weer in trappen als een volgende politicus ons voorspiegelt dat het allemaal ‘wél kan’.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
We moeten ons iets inprenten: ongeacht welke partijen regeren, Den Haag is voorlopig níét in staat grote problemen op te lossen.
Natuurlijk maakt het verschil wie er zit. De een heeft verstandiger ideeën dan de ander. De een komt verder dan de ander. De een probeert onze democratie te behouden, de ander wil haar de nek om draaien.
Maar een paar omstandigheden zijn constant.
Ten eerste: de overheid is op veel plekken vastgelopen. De Algemene Rekenkamer stelt het voor de tigste keer vast: de basis is niet op orde, ministeries werken langs elkaar heen, plannen stranden in de uitvoering. Dit zou hét politieke thema moeten zijn, want zolang dit niet verbetert, wordt het niets met asiel, niets met stikstof, niets met wonen, niets met defensie en niets met het vestigingsklimaat. Maar als talkshowredacteur hoef je hiermee niet bij je baas aan te komen.
Geruisloos werd deze week, onder verantwoordelijkheid van staatssecretaris Van den Burg (VVD), een ‘kwartiermaker Slagvaardige Overheid’ aangesteld. Het is Bart Snels, voormalig inspecteur-generaal belastingen en oud-Kamerlid voor GroenLinks.
Volgens de bekendmaking moet de ‘op te zetten organisatie leiden tot een slagvaardige Rijksdienst die met realisatiekracht bruggen slaat tussen verschillende (departementale) perspectieven en samenhangende oplossingen aandraagt’. Ik hoop en bid dat het lukt, maar heb geleerd dat het een veeg teken is wanneer de overheid rare woorden gebruikt voor gewone dingen.
Een tweede gegeven: onze publieke ruimte hebben we uitbesteed aan techbedrijven die ons met perverse prikkels tegen elkaar opzetten. Het Commissariaat voor de Media waarschuwt voor ‘antidemocratische aanbevelingsalgoritmen’. Hierdoor is een gezond maatschappelijk debat onmogelijk.
Ook journalistieke media moeten zich via deze platforms verspreiden. Zij komen zo in de verleiding om luider te schreeuwen of een niche te zoeken.
Politici worden in deze dolgedraaide mediaomgeving onder druk gezet en kunnen elke dag hun kiezers kwijtraken. Die proberen ze vast te houden door te doen alsof ze met snelle, simpele maatregelen complexe vraagstukken kunnen oplossen. Deze gemankeerde ideeën duwen ze vervolgens in dat haperende overheidsapparaat. De daarop volgende desillusie jaagt kiezers juist weg, waarna politici nog groteskere beloften doen. Voor je het weet roept iemand midden in een stikstofcrisis dat hij tien steden gaat bouwen.
Een derde factor: er bestaan geen problemen meer met een begin en een eind. Alles is met alles verknoopt en wij zijn met de hele wereld verknoopt.
Al deze elementen versterken elkaar: de luchtkastelen worden groter, de werkelijkheid wordt harder en de teleurstellingen des te voorspelbaarder. Daar móéten we uit komen.
Nu is de overheid niet morgen op orde. Onze publieke ruimte krijgen we niet zomaar terug. En de wereld vertikt het eenvoudig te worden. Dus wat op korte termijn kan helpen, is dat iedereen met een podium of luidspreker enig realisme toont. Niet toevallig pleitte de Rekenkamer eerder dit jaar met de Raad van State en de nationale ombudsman voor ‘een realistische overheid’: ‘Een overheid die doet wat zij belooft en alleen belooft wat zij kan doen.’
Dat was de ándere vraag die Kockelmann had kunnen stellen: wordt er niet te veel beloofd? De minister deed zijn best om die niet gestelde vraag toch te beantwoorden. Hij ‘wilde eerlijk zijn over dat het tijd kost’ en noemde als oorzaak van de onrust over asiel ‘de valse beloften’ zoals een asielstop en dichte grenzen. Hij begon nog een zin: ‘De teleurstelling die daaruit voortvloeit…’
Kockelmann: ‘Dus u geeft de schuld aan de PVV?’
En door.
Er zijn weinig stemmen die zo luid klinken dat ze dwars door alle algoritmische ruis heen breken en de meeste Nederlanders bereiken. De premier heeft zo’n stem. Potentieel.
Tot nu toe heeft Rob Jetten zijn positie gebruikt om de wereld te laten weten dat Nederland weer mee doet. Belangrijk. Binnenlands heeft hij zijn verhaal nog niet gevonden. De eerste maanden leek hij zijn D66-campagne voort te zetten, maar vrolijk klinken is iets anders dan beleid maken. Verder zegt hij braaf dingen over samenwerken met oppositiepartijen en zorgen van burgers begrijpen. Bij geweld spreekt hij strenge woorden. Het is het allemaal nog niet.
Een premier die dit land verder wil helpen, mag – nee, móét – grotere doelen en idealen blijven schetsen, maar moet ons minder naar de mond praten dan hij als lijsttrekker op campagne deed en vertellen dat het, nou ja, een béétje kan. Op den duur. Met moeite. Als we ons allemaal inspannen. Hopelijk.
Anders komen we nooit uit deze spiraal van teleurstelling.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant