DEN HAAG - Het partijkantoor van D66 in Den Haag was ruim twee weken geleden doelwit van een explosie. Er ontstond schade en de schrik zat er behoorlijk in bij een groep jongeren die op dat moment in het gebouw was. Regelmatig komt het voor dat een burgemeester beslist een pand te sluiten na een dergelijk geweldsincident. Had burgemeester Jan van Zanen van Den Haag dat hier ook moeten doen? En waarom is dat niet gebeurd?
'Het uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is dat na een explosie een spoedsluiting kan volgen, indien dit noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde en veiligheid en om herhaling te voorkomen', laat een woordvoerder van de Haagse burgemeester weten. 'Bij die afweging worden alle feiten en omstandigheden betrokken.'
Voor Van Zanen was het van belang dat de verdachte 'snel na de aanslag' is aangehouden. 'Hierdoor was er geen vrees voor herhaling en de noodzaak om te sluiten minder groot.'
De explosie was op donderdagavond 7 mei bij het partijkantoor van D66 in de Lange Houtstraat in Den Haag. Er bleek een vuurwerkbom door de brievenbus te zijn gegooid. Al snel hield de politie een 37-jarige verdachte aan.
De man zit nog vast op verdenking van het veroorzaken van een explosie met een terroristisch oogmerk. Woensdag besloot de raadkamer van de rechtbank dat hij nog drie maanden langer in de cel moet blijven.
Hoogleraar openbare-orderecht Michel Vols vroeg zich ook direct af of Van Zanen het partijkantoor zou gaan sluiten, toen hij het nieuws van de explosie hoorde. Volgens hem heeft de burgemeester juridisch gezien namelijk wel degelijk de mogelijkheid om het pand op slot te doen op basis van de zogeheten Wet Victoria.
'Een burgemeester kan op basis van de Gemeentewet een pand sluiten', zegt Vols. 'Dat kan een woning zijn, maar ook een niet voor publiek toegankelijk lokaal, zoals een kantoor, partijkantoor of omroepgebouw.'
Volgens Vols wordt die bevoegdheid sinds 2024 ook gebruikt bij geweld rond een pand, zoals explosies, beschietingen of brandstichting. 'Dat gebeurt best vaak, ook in Den Haag. Dan wordt er gesloten, maar daar is ook veel kritiek op.'
Vooral bij woningen en horecazaken zijn de gevolgen volgens hem groot. 'Mensen verliezen soms hun woning of ondernemers raken hun zaak kwijt.' Vaak volgen er daarna rechtszaken.
Het D66-kantoor noemt Vols een 'middencategorie'. 'Het is geen woning, maar ook geen horecazaak. Dat maakt het juridisch en maatschappelijk anders.'
Hij vergelijkt het met een studentenvereniging. 'Je kunt het wel sluiten, maar dat gebeurt niet heel vaak.'
De Wet Victoria staat in artikel 174a van de Gemeentewet. Die geeft burgemeesters de bevoegdheid om een huis of ander niet voor publiek toegankelijk pand tijdelijk te sluiten. De wet is een noodmaatregel om de leefbaarheid en de omgeving te beschermen na een ernstig geweldsincident.
Het gaat hier niet om een straf, maar om een bestuursrechtelijke maatregel. Onder de Wet Victoria vallen woningen (koop en huur), kantoor- of bedrijfsruimten, hotelkamers of gebouwen die alleen toegankelijk zijn voor leden. Het kantoor van een politieke partij valt daar dus ook onder.
Om binnen de Wet Victoria tot sluiting over te gaan, moet er 'ernstige vrees' voor verstoring van de openbare orde zijn die de veiligheid of gezondheid van mensen in de omgeving 'in ernstige mate bedreigt'. Ook de kans op herhaling speelt daarin een rol.
Opvallend vindt de hoogleraar dat Van Zanen al snel besloot het D66-pand niet te sluiten. 'Ik denk dat veel horecaondernemers daar best verrast naar kijken. Zij zien vaak een andere houding van burgemeesters.'
Toch noemt Vols de terughoudendheid in dit geval begrijpelijk. 'Ik vind het goed dat hij niet meteen sluit. Misschien wordt er bij horeca juist soms te snel naar dat middel gegrepen.'
Daarbij speelt volgens hem ook mee dat het om een politiek partijkantoor gaat. 'Er zijn genoeg mensen die een hekel hebben aan D66. Als je zo'n pand sluit na een aanslag, dan bestaat ook het risico dat politieke tegenstanders denken: we hangen nog een cobra op en dan gaat de burgemeester wel weer sluiten.' Volgens Vols moet een burgemeester voorkomen dat hij 'zich voor het karretje laat spannen'.
Tegelijkertijd wijst hij erop dat de burgemeester wel degelijk moet blijven kijken naar de ernst van de situatie en de kans op herhaling. 'Als de politie zegt: het gaat om een terroristische eenling en er is niets dat wijst op herhaling, dan is dat een andere afweging dan wanneer er een groot crimineel netwerk achter zit.'
Vols begrijpt daarom dat Van Zanen nu kiest voor andere maatregelen. 'Op zich doet de burgemeester het netjes, met zichtbare en onzichtbare maatregelen.'
Maar hij waarschuwt ook dat nieuwe incidenten de situatie kunnen veranderen. 'Stel dat er over twee weken weer iets gebeurt, dan wordt het lastiger om te zeggen: ik doe niks. Dan wordt het ook voor advocaten makkelijker om te wijzen op deze zaak.'
Volgens de hoogleraar is het daarom belangrijk dat gemeenten goed uitleggen waarom ze ergens wel of niet tot sluiting overgaan. 'Ik begrijp deze keuze wel. Maar leg het dan ook goed uit, zeker aan horecaondernemers en bewoners die eerder wél met een sluiting te maken kregen.'
Horecazaken worden in de praktijk vaak gesloten via bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In de Haagse APV is geregeld dat horeca kan worden gesloten als de openbare orde of veiligheid in het geding is. Dat gebeurt geregeld na explosies of beschietingen bij cafés en restaurants.
Maar is het naar een ondernemer - die te maken krijgt met sluiting op basis van de APV - dan wel goed uit te leggen dat zijn of haar zaak na een geweldsincident op slot moet, terwijl een ander pand - dat onder de Wet Victoria valt - bij een soortgelijke gebeurtenis misschien niet dicht hoeft?
Volgens de woordvoerder van de burgemeester is dat een vergelijking die niet opgaat. 'In alle gevallen wordt een sluiting zeer zorgvuldig afgewogen, ongeacht onder welke wet deze valt.'
Hij benadrukt nogmaals dat dat ook het geval was bij het D66-partijkantoor. 'Zoals gezegd was in dit geval van belang dat de verdachte snel na de aanslag is aangehouden.' Volgens de burgemeester is er daarom 'geen vrees voor herhaling' en is de noodzaak om het pand te sluiten 'minder groot', herhaalt hij.
'De burgemeester maakt in iedere afzonderlijke zaak een afweging om vast te stellen of sluiting van het pand noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde en veiligheid. Daarbij is het uitgangspunt altijd: alleen sluiten wanneer noodzakelijk', sluit de woordvoerder af.
In 2025 heeft de burgemeester elf woningen gesloten op grond van artikel 174a van de Gemeentewet (Wet Victoria). In negen gevallen ging het om een ernstig geweldsincident en in twee gevallen om het aantreffen van vuurwapens.
Daarnaast zijn er op grond van de APV zestien inrichtingen gesloten vanwege een ernstig geweldsincident.
In 2026 heeft de burgemeester tot nu toe twee woningen gesloten op grond van artikel 174a van de Gemeentewet, vanwege een ernstig geweldsincident. Verder zijn er op basis van de APV twee inrichtingen gesloten na een ernstig geweldsincident.
Source: Omroep West Den Haag