Leerlingen op het gymnasium worden klaargestoomd voor invloedrijke posities, zonder dat ze leren wat die verantwoordelijkheid werkelijk betekent. Dat is potentieel heel gevaarlijk, stelt Yasmina Ahamiane.
‘Jullie zitten op het vwo, dus gedraag je daarnaar.’
‘Als je geen zin hebt, ga je maar tomaten verkopen op de markt.’
Het waren zinnen die geregeld vielen in de klas. Bedoeld om te motiveren, maar ze bevestigden vooral iets anders: een hiërarchie. Alsof het vwo naast een schoolniveau ook een bewijs van superioriteit was. Alsof ander werk, en daarmee andere levens, minder waard waren.
Op het gymnasium zat ik tussen kinderen die niet per se slimmer waren, maar wel meer toegang hadden tot hulpmiddelen: ouders met geld, tijd en invloed. Huiswerk werd uit handen genomen. Bijles stond klaar. Netwerken lagen al vast voordat erom werd gevraagd. Het systeem werkte in hun voordeel, en dat werd zelden ter discussie gesteld.
Over de auteur
Yasmina Ahamiane is auteur.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Toch werd dat voordeel vaak verward met intelligentie. Klasgenoten konden moeiteloos Latijnse spreuken citeren, maar wisten weinig over actuele maatschappelijke thema’s. Gesprekken bleven hangen in abstracties, losgezongen van de wereld daarbuiten. Het gymnasium vormde een bubbel. Een bubbel waarin leerlingen leerden hoe ze zich moesten bewegen binnen bestaande structuren van macht en status. Dezelfde structuren waarin ze later zouden werken.
Tegelijkertijd waren diezelfde leerlingen zelden zo onaantastbaar als ze leken. Veel van hen waren juist ongelukkig. Faalangst zat diep. Onvoldoendes leidden tot tranen. Achter de schermen speelden andere dingen: gescheiden ouders, drukke levens, weinig tijd. Aandacht werd soms vervangen door spullen. Ze kregen de nieuwste telefoon, merkkleding, alles viel binnen handbereik. Ondertussen werd er in de tussenuren gedronken of geblowd, in de hoop dat dat de druk even kon dempen.
In die zin zijn deze leerlingen niet alleen dragers van het systeem, maar ook producten ervan. Ze leren al vroeg dat hun waarde afhangt van prestaties. Dat ze moeten voldoen aan verwachtingen waar ze niet zelf voor hebben gekozen. De bubbel beschermt, maar verstikt ook. En dat maakt het beeld complexer. Want het probleem zit niet in die individuele leerlingen, maar in de omgeving die hen vormt. Een omgeving die privileges normaliseert, maar tegelijkertijd enorme druk oplegt. Die kansen biedt, maar weinig ruimte laat om te falen of af te wijken.
Onderzoek van de Onderwijsinspectie en het Centraal Bureau voor de Statistiek laat al langer zien dat kinderen van hoger opgeleide ouders veel vaker op het vwo en het gymnasium terechtkomen, zelfs bij vergelijkbare prestaties. Het onderwijs reproduceert dus bestaande ongelijkheid. Dat maakt de bubbel hardnekkig. Want wie er eenmaal in zit, blijft er vaak in. Van gymnasium naar universiteit, van universiteit naar prestigieuze banen. Onderweg komen ze vooral mensen tegen die op hen lijken. Met dezelfde referentiekaders, dezelfde aannames, dezelfde blinde vlekken.
En juist daarin schuilt het maatschappelijke risico. Omdat ze, gevormd in een relatief homogene omgeving, later beslissingen nemen over een samenleving die ze nauwelijks kennen. Dat zag ik later zelf opnieuw terug, op de Universiteit van Amsterdam. Veel mensen wisten precies hoe ze moesten overkomen, maar minder goed hoe ze echt moesten luisteren. Het ging vaak om prestaties, cv’s en indruk maken. Minder om het toelaten van andere werkelijkheden.
Pas in het hbo, bij een deeltijdopleiding tussen volwassenen, viel er iets van me af. De oudste student was een vrouw van 63 jaar. Mensen kwamen daar om iets toe te voegen aan hun leven. Gesprekken hadden gewicht. Nieuwsgierigheid was oprecht. Urgentie en betrokkenheid waren voelbaar. Dat contrast bleef hangen.
Wat mij het meest is bijgebleven van het gymnasium is hoe vermoeiend het is om met geprivilegieerde kinderen in de klas te zitten met een armmoedige kijk op de wereld, maar die wel steeds denken ‘gelijk’ te hebben. Zoals een wijze Dave ooit rapte (die zelf een keer is gestopt met zijn studie rechten in Leicester om zich compleet op muziek te focussen):
I don’t know your picture, can you paint it for me?
And can you tell me where you batch of friends is taking you?
And can you tell me what your aspirations are, your dreams?
Forget the money brother, tell me what makes you you?
Can you tell me why you wake up, what makes you tick?
What makes you smile, what makes you laugh, what makes you sick?
Can you tell me why you’re on this earth?
Die vragen beantwoorden leer je helemaal niet op het gymnasium. Zolang dat niet gebeurt, blijft het een plek waar privileges worden bevestigd in plaats van bevraagd. Waar leerlingen worden klaargestoomd voor invloedrijke posities, zonder dat ze leren wat die verantwoordelijkheid werkelijk betekent. Dat is heel gevaarlijk.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant