Zowel de VS als Europa schroefden de internationale medische hulp de afgelopen jaren drastisch terug. Dat wreekt zich nu bij het indammen van de grootschalige ebola-uitbraak in DR Congo. ‘We leren zó weinig van eerdere uitbraken.’
Tonie Mudde is chef van de wetenschapsredactie, Carlijn van Esch is buitenlandredacteur die veel schrijft over Afrika.
Ebola: het is één van de dodelijkste virussen die moeder natuur heeft voortgebracht. Zo’n 30 tot 40 procent van de geïnfecteerden sterft bij de huidige Bundibugyo-variant, waar geen vaccin tegen bestaat.
Het aantal verdachte sterfgevallen steeg deze week rap in de Democratische Republiek Congo (DRC), tot zeker 160 doden en 670 vermoedelijke besmettingen. Ook directe buurlanden bevinden zich in de gevarenzone.
Sinds de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zondag de internationale medische noodtoestand uitriep, heerst er paniek in de Congolese grensprovincie Ituri, de grootste brandhaard. De herinneringen dringen zich op aan de vorige grote ebola-uitbraak die de regio trof in 2018. Pas na twee jaar en meer dan tweeduizend doden was het virus volledig uitgebannen.
Ook nu zal er een enorme operatie nodig zijn. De goudmijnen van Ituri zijn al decennialang toneel van strijd en trekken tegelijkertijd grote groepen mensen aan, waardoor het virus zich gemakkelijk kan verspreiden. Maar buiten de provinciale hoofdstad zijn nauwelijks voorzieningen. Gezondheidsmedewerkers moeten grote afstanden afleggen, slechte wegen trotseren en frontlinies oversteken.
In de provinciale hoofdstad Bunia is deze week eindelijk een laboratorium ingericht dat de Bundibugyo-variant kan testen. Medische teams uit verschillende landen rukken nu uit voor hulp. Toch klinkt er veel kritiek dat de virusbestrijding te laat op gang komt. ‘Als er hier in de hoofdstad nog geen behandelcentrum is, hoe zit het dan in de andere gebieden?’, vraagt een inwoner aan de BBC. Anderen vragen zich af waar de mondmaskers blijven.
Het eerlijke antwoord is dat het land niet voorbereid was. Er stonden geen containers met beschermende middelen klaar en in heel Oost-Congo was geen enkel ebola-behandelcentrum meer te vinden. Er is überhaupt geen functionerend gezondheidssysteem om een ebola respons op te bouwen. Veel klinieken sloten de afgelopen jaren juist hun deuren vanwege geweld en een gebrek aan financiering.
Ook internationaal zwelt de kritiek aan. Zorginstanties ontdekten de uitbraak relatief laat, waardoor het virus kon overspringen naar de steden en over de grenzen. Experts wijzen op de verslapte aandacht voor gevaarlijke virusuitbraken doordat Trump de Verenigde Staten terugtrok uit de WHO.
De organisatie is in geldnood. The Guardian schreef afgelopen november dat bij het Afrikaanse regiokantoor een kwart van de medewerkers zijn baan kwijtraakt, personeel dat onder meer verantwoordelijk is voor het snel leveren van medische uitrusting bij uitbraken. Tel daarbij op de kaalslag bij het buitenlandse hulpprogramma USAID, dat Congo ook hard treft.
Amrish Baidjoe, epidemioloog bij Artsen zonder Grenzen, vindt het echter te makkelijk om alleen met de beschuldigende vinger naar de VS te wijzen. ‘Ook Europese landen, waaronder Nederland, bezuinigen op ontwikkelingshulp.’
Het vorige kabinet besloot te stoppen met de ontwikkelingssamenwerking met alle ‘niet naburige regio’s’. In 2025 ontving de zogenoemde Grote Merenregio, waaronder Oost-Congo valt, via deze route nog 25 miljoen. Dit bedrag wordt volgens ingewijden met grote stappen afgebouwd tot er in 2028 slechts 500.000 euro overblijft.
Toch betwijfelt Baidjoe of de nieuwste uitbraak veel eerder was ontdekt als de buitenlandse steun nog op volle kracht was geweest. ‘De symptomen lijken op malaria, dat daar veel voorkomt. Het betreft een zeldzame variant waarvoor je speciale testen nodig hebt. En het gaat om slecht bereikbare plekken in Congo. Het duurt gewoon even voordat instanties scherp krijgen wat er aan de hand is met clusters met zieken.’
Bij het indammen van het virus ziet Baidjoe wel duidelijk de klap van de bezuinigingen. ‘De WHO trok initieel een half miljoen uit hun noodreserves. Dat is peanuts voor een ramp van deze schaal. Denk alleen al aan al die medewerkers die nu nodig zijn voor voorlichting, bron- en contactonderzoek en het behandelen van patiënten.’
Bij eerdere ebola-uitbraken speelde malaria-bestrijding een belangrijke rol, zegt Baidjoe. ‘Bij beide ziektes lijken de symptomen in eerste instantie op elkaar. Door snel extra in te zetten op malariapreventie, krijg je minder mensen met koorts en kun je beter onderscheiden wie er wel mogelijk ebola heeft en dus in quarantaine moet. Die malariahulpverlening staat zwaar onder druk door de bezuinigingen.’
De huidige ebola-uitbraak is zeker niet de eerste. Sinds 1976 – toen het virus zich onder meer verspreidde in een ziekenhuis via niet goed schoongemaakte infusen en injectienaalden – zijn er al meer dan twintig uitbraken geweest, groot en klein.
Daarbij voltrekt zich telkens dezelfde slingerbeweging van internationale aandacht, signaleren experts. Tijdens en vlak na de uitbraak verschijnen er stapels rapporten over het belang van een fijnmazig zorgsysteem, vroege detectie en mogelijkheden om snel op te schalen met geld, beschermingsmiddelen en medische hulp.
Maar is de uitbraak eenmaal uitgedoofd, dan treden vanzelf andere onderwerpen op de voorgrond en gaat het geld ergens anders naartoe. Dat gebeurde dichterbij huis ook bij corona, waar het budget voor pandemische paraatheid alleen met veel moeite gered kon worden nadat experts de noodklok luidden. ‘We leren wat dat betreft zó weinig van eerdere uitbraken’, verzucht Baidjoe.
Joost Hopman, arts-microbioloog en ebola-expert bij het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG): ‘We zouden de bestrijding van infectieziekten moeten zien als een internationale nutsvoorziening, niet als iets waar je alleen snel geld aan besteedt als er een ramp is. We schaffen de brandweer toch ook niet af als er even geen brand is?’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant