Home

‘Eigenlijk heb ik niet één maar twee, drie levens geleefd’

Marjan Minnesma, de vrijdag overleden Urgenda-directeur, sprak voor haar dood uitgebreid met Frénk van der Linden en Pieter Webeling. Over haar belangrijkste drijfveren, het baanbrekende Urgenda-vonnis, haar terminale ziekte en het naderende einde. ‘Ik wil zo snel mogelijk vergaan.’

Marjan Minnesma, de vrijdag overleden Urgenda-directeur, sprak voor haar dood uitgebreid met Frénk van der Linden en Pieter Webeling. Over haar belangrijkste drijfveren, het baanbrekende Urgenda-vonnis, haar terminale ziekte en het naderende einde. ‘Ik wil zo snel mogelijk vergaan.’

Met een stok in de hand loopt Marjan Minnesma van de keukentafel naar het aanrecht. Ze trekt met een been. ‘Het zit nu overal’, zegt ze in haar Beemster boerderij. Dit is de laatste fase – Minnesma laat er geen misverstand over bestaan. Maar drama, daar doet ze niet aan.

‘Ik ben van nature stoïcijns. In alle opzichten, ook ten aanzien van mijn ziekte. Ik kan best empathie voor mezelf opbrengen, maar dat wil niet zeggen dat ik moet huilen. Het is vooral klote voor mijn gezin, voor Koos en onze drie kinderen. Voor Urgenda ook. Ik had nog best nuttige dingen kunnen doen, al heb ik mijn jaren goed gebruikt. Eigenlijk heb ik niet één maar twee, drie levens geleefd.’

Het is februari 2025. Op verzoek van Minnesma, directeur en oprichter van het baanbrekende Urgenda (actief ter bevordering van innovatie en duurzaamheid), zijn we hier voor een afscheidsinterview. Ze is terminaal ziek en heeft naar verwachting nog twee à drie maanden te leven. Maar na ons gesprek blijkt haar aanmerkelijk meer tijd gegeven. Het afgelopen jaar belden en mailden we regelmatig.

De bedoeling was dat we kort voor haar overlijden nog een keer samen zouden komen om het interview te actualiseren. Maar een plotse terugval maakte het Marjan Minnesma onmogelijk om met wie dan ook nog te spreken. Zodoende kon zij onwetende familieleden en naaste medewerkers niet eens inlichten over haar ziekte en haar snel naderende dood. Vrijdag overleed ze op 59-jarige leeftijd.

I. De vonk: wat was de oorsprong van haar engagement?

‘Nou, op m’n 8ste trok mijn moeder me een T-shirtje aan met Red het Guisveld. Het Zaanse veenweideland van mijn opa moest wijken voor een woonwijk en een spuuglelijk gemeentehuis. Met een beetje romantiek kun je zeggen dat ik voor het eerst verontwaardigd was over iets maatschappelijks. Dat gevoel staat me ook nog steeds bij. Al die plannen gingen trouwens gewoon door.

‘In mijn jonge jaren was ik niet extreem geëngageerd. Ik kom ook niet uit zo’n familie. Mijn vader was wel van de sociale rechtvaardigheid. Hij zat in de directie van Ford Nederland, als opperhoofd Productie. Door de sluiting van de autofabriek in Amsterdam dreigden honderden mensen tussen wal en schip te raken. Daar kwam hij voor op – en kreeg toen zelf niks. Intussen zat mijn moeder niet thuis klaar met een kopje thee. Ze was verloskundige, bij nacht en ontij stond ze voor mensen klaar.’

Wat trok haar als idealiste aan in de studie bedrijfskunde?

‘Ik wilde zinnig bezig zijn. Waar kun je verschil maken? Bij Shell, haha. Ik liep daar stage. Bewust of onbewust had ik het idee de boel van binnenuit te kunnen veranderen, tot ik mij realiseerde dat het zeker tot m’n vijftigste zou duren voordat ik iets in de melk te brokkelen zou krijgen. Daar wilde ik niet op wachten.’

Ze besloot opnieuw te gaan studeren: rechten en filosofie. Eind jaren negentig werd ze door Greenpeace gevraagd te solliciteren. Als campagne-directeur was ze de ‘baas’ van Diederik Samsom, de latere fractievoorzitter van de PvdA.

‘Shell en Greenpeace: die combinatie wekt bij veel mensen verbazing. Voor mij was het interessant en nuttig om in die verschillende keukens te kijken. Al begon ik dat pas op den duur te beseffen.’

Ze zet thee. Haar zoon Roemer smeert een boterham.

‘Vóór Greenpeace werkte ik voor Novem, de Nederlandse Organisatie voor Energie en Milieu. Wat kon ik doen met al m’n kennis en energie? En met alle tijd die ik overhield omdat ik genoeg had aan vijf uur slaap?

‘Eigenlijk was de oprichting van Urgenda in 2008 die ene vonk – het moment dat dingen samenkwamen. Ik was begin veertig, en alle puzzelstukjes vielen in elkaar. Alles wat ik in de loop van mijn leven had opgepikt, kon ik gebruiken. Urgenda is een onafhankelijke stichting die Nederland sneller duurzaam wil maken. Ik werd directeur en stond ineens zelf aan het roer.’

II. Dat ene telefoontje

Het begon met een knobbeltje. Huisarts. Ziekenhuis. Scan.

‘Borstkanker. Meteen maar amputeren, dacht ik. Geen correctiegeneuzel, gewoon de simpelste operatie en klaar. Die avond mocht ik weer naar huis. Ik wilde niet dat de kinderen – alle drie rond de twintig – het te weten kwamen. Als je moeder kanker blijkt te hebben... dat heeft zo’n impact. Het leven is niet langer onbezorgd. Mijn jongste dochter Linde begon net met haar studie, Roemer ging naar het buitenland, Noor voor een halfjaar naar Parijs. Ik wilde hun leuke studententijd niet verpesten. Ook mijn moeder heb ik het niet verteld. Dat wilde ik pas vlak voor mijn eind doen.’

Ze kreeg uitzaaiingen, onder meer in haar longen. Na bestralingen, chemopillen, immuuntherapie en hormoonkuren kwam op 20 december 2024 dat ene telefoontje.

‘Mijn oncoloog belde. In de avond. Dat deed ze nooit. Het aantal tumoren was verdubbeld. Het zat nu ook in mijn hersens. ‘Nu moet je het toch maar je kinderen vertellen’, zei ze. Dat heb ik gedaan. Op kerstavond. Vreselijk. Ze cancelden hun feestjes met vrienden op Oudejaarsavond. Met z’n vijven hebben we Oud en Nieuw gevierd.’

III. Wij willen zon: Urgenda werd baanbrekend, wat waren haar verwachtingen?

‘Ik was hoopvol. Aan de slag! Met vijf systemen moet je iets doen: bouw, mobiliteit, industrie, energie en voedsel. We wilden honderd procent duurzame energie in 2030: alleen dan bleven we onder die roemruchte anderhalve graad opwarming. De hele wereld mikt op 2050, maar dan zitten we in het huidige tempo op een dikke 2 graden. De gevolgen van opwarming zien we nu al: meer stormen, droogtes, bosbranden, overstromingen en modderstromen. Dat wordt dan nog maal tien.

‘We moeten af van olie, kolen en gas. Maar in 2010 had je nog amper zonnepanelen. Ik dacht: kunnen we de prijs niet omlaag brengen als we gezamenlijk inkopen? Hoevéél moet je er dan inkopen? Tienduizend? Honderdduizend? Een miljoen? Mensen die ik kende van de TU Delft, die al tien jaar in China werkten, konden voor Urgenda een deal uitwerken met grote producenten daar. Voor 50 duizend zonnepanelen plus omvormers ging de prijs in Nederland met een derde omlaag. Kosten: twintig miljoen. Had ik niet. In Trouw vertelde ik over onze plannen. Op de Dag van de Duurzaamheid kopten zij: Urgenda stunt met zonnepanelen. Toen ging het los. Mijn secretaresse wist nog van niks! ‘Marjan? Met mij. Doen wij iets met zonnepanelen?’

‘Om het financiële risico bij Urgenda weg te halen, heb ik een stichting opgericht: Wij willen zon. Die stond op mijn naam. Als de boot met zonnepanelen op een ijsberg was gevaren, hadden wij dit huis uit gemoeten. Het is allemaal goedgekomen. Andere partijen als Eigen Huis en Natuur en Milieu dachten toen: collectief inkopen? Dat kunnen wij ook! Iedereen ging ons na-apen. Prima. Heel fijn! De markt lag open – zelf zijn we gestopt. In die tijd had ik heel rijk kunnen worden van zonnepanelen, maar dat is niet mijn drijfveer.’

Het hoogtepunt van Urgenda was het winnen van een gedurfde rechtszaak tegen de overheid in 2016. De aanklacht: Nederland beschermt zijn burgers onvoldoende tegen de gevaren van klimaatverandering. Ground breaking, schreef The New York Times.

‘Ik was blij’, zegt ze droogjes. ‘Kijk, overheden luisteren voor geen meter naar waarschuwingen over de risico’s van klimaatverandering en stellen noodzakelijke maatregelen uit. Door die rechterlijke uitspraak kregen we in democratische landen een nieuw instrument waarmee noodzakelijke actie kon worden afgedwongen om de doelen te halen waaraan Nederland zich via internationale verdragen had gecommitteerd.

‘Als deze juridische overwinning iets heeft hersteld, is het de hoop. Na het debacle van de klimaatconferentie in Kopenhagen, 2009, lag de klimaatbeweging op haar gat. Iedereen was in mineur. Toen wij wonnen, kreeg ik geëmotioneerde reacties van mensen uit de hele wereld die zeiden: ‘Nu kunnen we door.’ Ook ik was optimistisch. In elk geval zou er iets fundamenteels kúnnen veranderen – dacht ik.’

IV. De oorlog van allen tegen allen

Six degrees, het befaamde boek van de Engelse wetenschapsjournalist Mark Lynas, gaat over de gevolgen van opwarming bij 1 tot 6 graden opwarming. Na 4 graden stopte ze met lezen. ‘Ik werd depressief. Nu nog, al zal ik het niet meer meemaken. Mijn kinderen misschien wel.’

‘Bij 4 graden opwarming is de wereld al voor een groot gedeelte onder water gelopen of verdroogd. Een paar techmiljardairs zitten lekker met hun entourage op een berg; arme mensen delven het onderspit. Die zijn gedwongen te vluchten naar min of meer bewoonbare gebieden. Dat wordt chaos, een beetje Hobbesiaans: de oorlog van allen tegen allen.’

In 2020 had ze een pittige tête-à-tête met toenmalig premier Rutte, die op dat moment bezig was met de formatie van een nieuw kabinet.

'Ik begon onze ontmoeting met een college van twintig minuten. Dat mocht. Mijn eerste sheet was: hoeveel procent van alle CO2-uitstoot in Nederland was er gedurende jouw leven? Hij gokte op 30 procent. Het was 80 procent. Op een paar maanden na zijn we even oud – toen mid-vijftig. Ik wilde zeggen: daarom vind ik dat wij, onze generatie, dit moeten oplossen.

‘Dit hoort bij de vakminister’, zei hij.

‘Jij formeert een nieuw kabinet, jij bent toch de belangrijkste man.’

‘Jaaa, maar zo belangrijk ben ik helemaal niet.’

‘Zo zien mensen jou wél. Dit moet je gewoon weten!’

‘In die periode zei Rutte vaak: ‘Rustig aan, we hebben nog dertig jaar.’ Dat wilde ik uit z’n hoofd hebben. Niks rustig aan, en het ís niet dertig jaar. Na ons gesprek heb ik hem dat niet meer horen zeggen. In het nieuwe kabinet kwamen enkele tientallen miljarden vrij voor milieubeleid. Of je dat los moet zien van de rechtszaak en onze discussie... Ik denk het niet. Intussen gaan we ons doel van maximaal anderhalve graad opwarming in 2030 al niet meer redden. Terwijl we het ergste hadden kunnen voorkomen.’

V. Tijdbom

‘Kijk, een fazant.’ Ze wijst naar buiten, naar het erf. ‘Ik ben bekend door klimaat en energie, maar eigenlijk ben ik meer van de bloemetjes, de bijtjes, de grutto’s en de kieviten.’

Enkele jaren geleden ontving Minnesma de Goldman Enviromental Prize, bekend als de groene Nobelprijs. Het deed haar verbazingwekkend weinig.

'In alle eerlijkheid: ik wist niet eens dat die prijs bestond. Een mevrouw uit Amerika belde me op – ik dacht dat ik voor de gek werd gehouden.’ Ze lacht. ‘Nou ja, het is natuurlijk altijd leuk als mensen jou waarderen etcetera. Er zat nog 200.000 dollar aan vast ook. Heul veul geld. Dat hád ik voor mezelf mogen houden, maar ik heb alles aan Urgenda gegeven. Lag thuis wat gevoelig, haha, Roemer is daar nog steeds verontwaardigd over, maar ik vond het écht niet passend om jezelf met dit werk te verrijken.’

Een graf heeft ze al uitgezocht. ‘Samen met Koos en onze jongste. Op een natuurbegraafplaats hier vlakbij. Dat is wel... surrealistisch. Ik ga gezellig in een rieten mandje met linnen kleren aan. Je zal maar in een eikenhouten kist liggen en pas na honderd jaar verrot dat ding eindelijk ’s een keer! Ik wil liever zo snel mogelijk vergaan. Vind ik wel een mooie gedachte. Zo word ik zelf natuur.’

Source: Volkskrant

Previous

Next