Home

De klimaattoekomst zonder het grootste rampscenario: de wereld staat íéts minder in brand

Geen meters zeespiegelstijging op afzienbare termijn of haast elk jaar 40 graden in Nederland, wél een ijsvrije Noordpool en een stilvallende golfstroom. Naar verwachting schrapt het IPCC het meest pessimistische scenario, maar ook het meest optimistische. Wat betekent dat?

is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Ziezo, daar zijn we vanaf. Opgeruimd staat netjes. Kunnen we eindelijk eens ‘stoppen met die idiote modellenwerkelijkheid uit de klimaatwet’, aldus oud-BBB-minister Mona Keijzer, op X. Het probleem met het opwarmende klimaat is opgelost! ‘Doemscenario’s van het klimaatpanel IPCC blijken onjuist’, kopte complotblad De Andere Krant op zijn voorpagina.

Dat was de teneur bij mensen die toch al niet happig zijn op klimaatbeleid, in reactie op het nieuws dat het klimaatpanel IPCC zijn griezeligste scenario (tot tegen de 6 graden opwarming in 2100) in zijn volgende rapport naar alle waarschijnlijkheid loslaat. De rekengroep die het IPCC van scenario’s voorziet voor de uitstoot van broeikasgassen, acht het niet langer realistisch dat die uitstoot deze eeuw verdrievoudigt, zoals in het oude doemscenario het geval was. In het nieuwe ongunstigste geval gaat de uitstoot van broeikasgassen deze eeuw hooguit nog zo'n 30 tot 50 procent omhoog. Dat zou zich vertalen naar rond de 3,5 graad opwarming in 2100, aldus de groep, in een ruwe, eerste doorrekening.

Maar om nou te zeggen dat de klimaatproblemen dus meevallen, laat staan dat er niets meer aan de hand is? Dat is ‘een merkwaardige conclusie’, vertolkt hoogleraar zeespiegelstijging Roderik van de Wal (Universiteit Utrecht) het vrijwel unaniem gedeelde gevoel bij klimaatexperts. ‘Deze mensen vergeten erop te wijzen dat ook de ondergrens omhooggaat en we dus onherroepelijk met ernstige problemen als gevolg van klimaatverandering te maken krijgen’, zegt hij.

Ook het laagste uitstootscenario, waarbij de wereld rond 2050 zou stoppen met CO2-uitstoot, verdwijnt immers. Een bevestiging van wat onder meer het VN-milieuagentschap Unep vorig jaar al vaststelde, dat het niet meer mogelijk is om onder de 1,5 graad Celsius te blijven (gerekend vanaf 1900). We zitten inmiddels op 1,4 graad.

‘Daarover maak ik me een stuk drukker’, zegt hoogleraar klimaatverandering Heleen de Coninck (TU Eindhoven) desgevraagd. ‘Ik vind dat een nederlaag voor de mensheid.’ Ze wijst op de klimaateffecten die nu al zichtbaar zijn, zoals hittegolven en droogten en de razendsnel smeltende Alpengletsjers. ‘We hadden niet verwacht dat 1,5 graad opwarming al zoveel effect zou hebben. Elk rapport weer wordt duidelijk dat het niet meevalt.’

‘Zo wordt het uitgelegd: het hele verhaal van klimaatverandering bestaat niet meer’, verzucht ook hoogleraar bosbouw Gert-Jan Nabuurs (Wageningen Universiteit). Terwijl de opwarming van de aarde door de mens toch echt gaande is. Elke gigaton koolstof erbij betekent ook meer opwarming. Nabuurs: ‘Klimaatverandering is niet voorbij. Het is nog maar net begonnen.’

Toch is ook de aanpassing van de hoge scenario’s niet betekenisloos. Wie risico’s onderzoekt, kijkt nu eenmaal naar wat het ergst denkbare is, niet het meest waarschijnlijke. Beleidsmakers, media, rechters en kenniscentra zoals het KNMI leunen daarom zwaar op het hoogste scenario, technisch ‘RCP8.5’ of ‘SSP5-8.5’ genoemd.

Maar een vertekend beeld geeft dat ook. Toen de Volkskrant eens tientallen nieuwsberichten met klimaatprognoses tegen het licht hield, bleek liefst 80 procent op het hoogste uitstootscenario gebaseerd. Van het schijnbaar triviale (‘bierprijs in 2100 verdubbeld’), tot het diep zorgwekkende (‘klimaatverandering bedreigt landbouw Zuid-Europa’, ‘37 procent landplanten kan uitsterven’).

Of neem het recentste IPCC-rapport. In totaal 2.404 keer verwijst dat naar het hoogste uitstootscenario. Dat is liefst vijf keer zoveel als naar het scenario ‘SSP2-4.5’, dat afgaand op de laatste cijfers van het Unep het waarschijnlijkste is. Bij huidig klimaatbeleid gaat de wereld immers af op zo’n 2,6 graden opwarming in 2100, berekent het VN-agentschap.

Terwijl scenario 8.5 wel érg gortig is, constateerden clubs uiteenlopend van het Internationaal Energieagentschap (IEA) tot onderzoeksinstituut Climate Analytics in Berlijn. Het verbeeldt, letterlijk, het zwartste scenario. Van een wereld die gulzig steeds méér steenkool verbrandt, geen windturbines plaatst en pas na 2050 aarzelend aan zonnestroom gaat doen. Dat was altijd al extreem, maar is ronduit ‘implausibel’ geworden, oordeelt de scenariogroep CMIP.

‘Afgelopen tien jaar is er veel gebeurd. Duurzame energie is steeds goedkoper geworden, er is klimaatbeleid op gang gekomen. Daardoor is dat heel hoge scenario gewoon niet meer plausibel’, zegt klimaatwetenschapper Aimée Slangen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (Nioz). ‘Bij 8.5 staat de hele wereld ongeveer in brand. Zó erg wordt het gelukkig niet’, zegt Nabuurs.

Goed. Geen 1,5 graad dus, maar ook geen 6 graden opwarming in 2100. Maar wat wél? Welke klimaatwereld tekent zich af, nu de opwarming snel oploopt maar ook de nachtmerrie van een wereld op steenkool niet uitkomt? ‘Het goede nieuws is dat we het ergste hebben voorkomen’, zegt atmosfeerwetenschapper Bart Verheggen (KNMI). ‘Het slechte nieuws: dat de gevolgen van opwarming voorbij de 1,5 graad ernstiger zijn dan we dachten.’

De nabije toekomst: weinig verschil

Volgens het 8.5-scenario zou het ergens rond het jaar 2055 moeten gebeuren, vertelt hoogleraar oceanografie Henk Dijkstra (Universiteit Utrecht). Ten zuiden van Groenland leiden opwarming en smeltwater er dan toe dat de ‘amoc’ stilvalt, een krul van de golfstroom die warmte naar het noordelijk halfrond brengt. In Europa luidt dat een koele periode in, met vrieskou in Scandinavië en bij ons vooral veel regen en storm.

Maar hoe zit dat als je het 8.5-scenario wegdenkt? ‘Dan gebeurt het een paar jaar later. In 2063 of zoiets, volgens het 4.5-scenario’, vertelt Dijkstra, aan de telefoon. ‘Het is niet zo dat dit ineens van tafel is. Het scheelt alleen iets in tijd.’

Zo zit het met meer klimaatdreigingen. Komende decennia lopen de uitstootscenario’s domweg nog niet erg uit elkaar. Neem de noordelijke poolkap. In de steenkoolwereld van 8.5 bereikt die rond 2055 ’s zomers het punt dat kenners ‘nagenoeg ijsvrij’ noemen. In de meer realistische scenario’s gebeurt dat ook – maar dan rond 2065. Het zijn jaartallen die wegvallen in de ruis van het toeval: zo is er in alle scenario’s in het jaar 2030 (over vier jaar!) al een kans van pakweg 1 op 20 dat de poolkap in de zomer tijdelijk wegsmelt tot onder de ‘ijsvrije’ grens van 1 miljoen vierkante kilometer ijsoppervlak.

Veel klimaatwetenschappers zijn dan ook helemaal niet bezig met de finesses van de hoogste scenario’s. ‘De komende decennia is er in de impacts nog geen verschil tussen hoog en laag’, zegt klimaatwetenschapper Bart van den Hurk (Deltares), coördinator van het komende IPCC-deelrapport over de gevolgen van klimaatverandering.

Ook Van de Wal, expert op het gebied van ijskappen, is niet erg bezig met het verschil tussen de topscenario’s. De ijsmassa’s van Antarctica die hij bestudeert, smelten immers nú. ‘Het is belangrijker om onder de kantelpunten te blijven waarbij de ijskappen definitief gaan smelten’, zegt hij. ‘En dat punt ligt vermoedelijk onder de 3,5 graad opwarming.’

Het beste is dus om de opwarming ‘zo laag mogelijk te houden’, zegt hij. ‘Die 2 graden Celsius, de grens waarboven opwarming steeds meer echt gevaarlijke gevolgen krijgt, is niet voor niets in dat IPCC-rapport terechtgekomen.’

Zoiets geldt ook voor klimaatrechtszaken, zette een panel van juristen vorige week uiteen in een technische briefing voor Kamerleden, over de klimaatzaak rond Bonaire. Of het hoogste scenario nu wel of niet klopt, maakt niet uit; wat voor de rechter telt, is of de opwarming uitkomt boven de 1,5 graad Celsius.

Later deze eeuw: klimaatrampen, maar minder extremen

‘Ik ben niet zo van de doemscenario’s’, zegt hoogleraar bosbouw Nabuurs. ‘Maar bij het gematigde scenario 4.5 zit je richting de 3 graden opwarming eind deze eeuw. Dat is enorm ernstig. Je hebt het dan over zomers die 5 graden warmer worden, en extremen van 6, 7 graden warmer.’

Hij somt op wat er zoal met de natuur zal gebeuren: ‘In Midden-Europa zul je een sterke toename zien van bastkeveraanvallen. De sterfte van bomen zal enorm toenemen. In landen als Finland en Zweden zal de houtproductie dalen. In Zuid-Europa wordt het Sahara-achtig. Er zullen grote bosbranden zijn. Stormen zullen sterk in hevigheid toenemen, met al die energie in de atmosfeer. En de voedselvoorziening komt in het geding, als de voedselgebieden van Spanje, Zuid-Duitsland, Frankrijk en Italië en de graangebieden in onder meer Oekraïne en de VS onder druk komen.’

Het recentste IPCC-rapport bevestigt dat beeld. Na 2050 gaan de scenario’s weliswaar steeds verder uit elkaar lopen; het wil niet zeggen dat de lagere lijntjes dús leiden naar een zorgeloze toekomst. Zo voorziet het extreme steenkoolscenario eind deze eeuw rond de 30 procent minder neerslag in Zuid-Europa. Bij ‘slechts’ 2 graden opwarming is dat 20 procent minder neerslag.

Of neem hittegolven. In het steenkoolscenario komen hittegolven die nu eens in de vijftig jaar voorkomen, straks bijna ieder jaar voor, stelt het IPCC. Bij 2 graden opwarming gebeurt dat weliswaar niet jaarlijks – maar wél eens in de drie jaar. Extreme droogten: zelfde verhaal. In het rampscenario 8.5 verviervoudigt het aantal extreme droogten; als de opwarming beperkt blijft tot 2 graden, verdubbelen ze in aantal. Pure winst natuurlijk. Maar onder de streep: twee keer zoveel droogteproblemen voor landbouw en natuur als nu.

Bovendien is er een bescheiden, maar reëel risico dat allerlei nare klimaatgevolgen érger uitpakken dan verwacht. In Nature wezen Duitse onderzoekers er onlangs op dat de IPCC-cijfers uitgaan van gemiddelden, door van talloze computersimulaties de middenweg te kiezen. Dat verhult dat er ook een hardnekkige minderheid ‘toekomsten’ bestaat met droogten, regens en natuurbranden die zó afkomstig lijken uit de steenkoolwereld van 8.5.

‘Dat laat zien dat we, als we pech hebben, bij een lagere uitstoot alsnog kunnen uitkomen bij impacts die passen bij 8.5’, zegt emissieonderzoeker Detlef van Vuuren, hoofdauteur van de bijgestelde CMIP-scenario’s. Bovendien is 3,5 graad in 2100 zelf óók een middenwaarde, merkt hij op. ‘Er is een risico op veel hogere waarden.’

Ook KNMI-onderzoeker Verheggen is er niet gerust op. ‘We zien soms nu al extremen, voor neerslag bijvoorbeeld, die we pas rond 2050 hadden verwacht’, zegt hij. ‘Er zijn eigenlijk steeds meer redenen bij gekomen om niet boven de 1,5 graad opwarming te komen.’ Toeval of niet, afgelopen jaren warmde Nederland op volgens het ergste scenario, niet het gematigde scenario.

In zijn klimaatscenario’s leunt ook het KNMI zwaar op het ‘steenkoolscenario’ 8.5. En ook bij ons lopen de lijntjes voor de toekomst steeds verder uit elkaar, blijkt uit achterliggende cijfers bij de KNMI-scenario’s. Maar ook bij ons verandert het klimaat sowieso. Zo zal de temperatuur in Nederland in het meest waarschijnlijke scenario deze eeuw met nog eens 2 graden oplopen. In het hoogste scenario was het 4 graden.

De winter wordt natter, met 20 millimeter regen erbij (in het steenkoolscenario was dat 50 millimeter). Het aantal tropisch hete dagen, met een maximumtemperatuur van 30 graden of meer, verzevenvoudigt niet naar 30 tot 40 per jaar, maar verdubbelt wel, naar 10 tot 15. En het kwik zal niet om het andere jaar boven de 40 graden Celsius komen, zoals in het topscenario. Maar wel eens in de tien jaar.

De langere termijn: minder zeespiegelstijging

De grootste, meest betekenisvolle klappers liggen verder weg, voorbij het jaar 2100. Daar kan wel of geen 8.5-scenario zomaar het verschil maken tussen het al dan niet voortbestaan van ons land, om een dwarsstraat te noemen.

Dat begint al bij de ‘kantelpunten’, omslagpunten in het klimaat zoals de stilvallende uitloper van de golfstroom, of de Groenlandse ijskap waarvan delen onomkeerbaar kunnen gaan smelten. Bij 2 tot 3 graden opwarming wordt het passeren van die twee kantelpunten ronduit waarschijnlijk, volgens recente Britse berekeningen, in vakblad Science.

Maar andere griezelige klimaatrampen worden mínder waarschijnlijk als je de extreme steenkoolwereld van 8.5 wegdenkt. Zoals het massaal afsterven van de Amazone, dooi van het hooggelegen oosten van Antarctica, of het ook ’s winters ijsvrij blijven van de Noordpool. Ook het stilvallen van grotere delen van de golfstroom, het einde van de moessonregens in Afrika en versnelde dooi van de permafrost kunnen de wereld dan bespaard blijven.

Zoiets geldt ook voor die andere klapper: de zeespiegelstijging. Bij de Nederlandse kust stijgt de zeespiegel met zo’n 3 millimeter per jaar, doordat de opwarmende oceanen uitzetten en er vooral vanaf Groenland en Antarctica veel smeltwater in zee stroomt. Komende decennia zal die stijging versnellen, met een scherpere bocht omhoog in de steenkoolwereld van 8.5 en een flauwere bocht omhoog in de meer reële scenario’s.

En dat maakt nogal uit. Afgelopen jaren verkeerden kustonderzoekers in toenemende staat van alertheid, wegens aanwijzingen dat het 8.5-scenario kan leiden tot liefst 2 tot 7 meter zeespiegelstijging over enkele eeuwen. Al in het jaar 2130 kan er meer dan 3 meter bij komen. Dat is een informele grens waarboven Nederland het zonder ingrijpende extra maatregelen niet meer aankan. En in 2300 is zelfs meer dan 15 meter zeespiegelstijging denkbaar, rapporteert het IPCC.

Maar die extreme zeespiegelstijging kan, in elk geval op papier, van de baan. Volgens de middenprognose stijgt de zee veel geleidelijker: ruim een halve meter extra eind deze eeuw, en in het jaar 2300 waarschijnlijk tot rond de 2 meter hoger dan nu. Zelfs in het nieuwe ‘slechtst denkbare geval’ komen we uit op 3,9 meter in 2300. Voor lage landen zoals Nederland toch het verschil tussen een dreigende apocalyps en een zeespiegelstijging waar best tegenop valt te bouwen.

Bij Deltares is onderzoeker klimaatadaptatie Marjolijn Haasnoot terughoudend. ‘De afgelopen jaren zijn de verwachtingen wat omhooggegaan. Nu worden ze weer wat lager’, zegt ze. ‘Maar het blijft heel duidelijk dat we ons moeten aanpassen. Ook de onderkant van de scenario’s gaat immers omhoog.’ Het scenario waarbij de zeespiegel deze eeuw ‘maar’ 40 centimeter stijgt, gaat eveneens van tafel.

Afgelopen jaren speelde Deltares met wilde plannen, zoals eilanden voor de kust om de zee te breken of zelfs een soort Afsluitdijk rond de Noordzee. ‘Die verkenningen zijn niet voor niets geweest’, zegt Haasnoot nu. ‘Je moet sowieso rekening houden met de heel lange termijn, waarop er echt meters bij kunnen komen.’

De zeespiegel stijgt immers nog eeuwen door, omdat het lang duurt voordat het klimaatsysteem zich heeft aangepast aan de plotse toevoer van broeikasgassen. De laatste keer dat het op aarde tussen de 2 en de 3 graden warmer was, in het Midden-Plioceen, 3,2 miljoen jaar geleden, stond de zeespiegel uiteindelijk na vele eeuwen 10 tot 20 meter hoger dan nu, vooral door smelt van de ijsmassa’s.

Veel hangt af van wat er gebeurt ná 2100. De temperatuur kan dan weer terugzakken, tot onder de 2 graden opwarming, voorziet het CMIP. Maar in theorie is het ook denkbaar dat de wereld ‘klimaatactie- en beleid afzwakt of zelfs verlaat’, schrijft de groep. In dat geval zou de opwarming ook na 2100 doorgaan, tot alsnog zo’n 4 tot 5 graden in het jaar 2150. Erg waarschijnlijk lijkt dat gelukkig niet, alleen al omdat de olie- en gasreserves rond die tijd opraken.

De komende paar jaar: ‘Iedereen hypernerveus’

Eerst zijn de ogen gericht op het komende, zevende IPCC-rapport, dat vanaf volgend jaar stapsgewijs moet verschijnen. De hoog oplopende politieke emoties rond het onderwerp helpen niet mee. ‘Iedereen is hypernerveus’, schetst Bas van Ruijven van onderzoeksinstituut IIASA in Oostenrijk. ‘Het IPCC moet op eieren lopen. De simpele oplossing zou zijn om alle literatuur die verouderd is, eruit te gooien. Maar er zit ook kennis in die je wel in het rapport wilt hebben.’

Vooral deelrapport nummer twee, het boekwerk waarin het IPCC samenvat wat de gevolgen zijn van klimaatverandering, ‘loopt het risico nog zwaar te leunen op de vorige ronde’, denkt Van Ruijven. ‘Het schrappen van 8.5 is niet zomaar gebeurd. We hebben best weinig literatuur die is gebaseerd op de gematigdere scenario’s.’

Het rapport zal meer aandacht geven aan klimaatbeleid, verwacht IPCC-coördinator Van den Hurk. ‘Het inzicht dat we de 1,5 graad aan het overschrijden zijn, is echt een gamechanger’, zegt hij. ‘In het vorige IPCC-rapport lag de nadruk nog erg op de diagnose: wat is het probleem? Maar wat mij betreft komt de nadruk meer te liggen op: wat zijn de oplossingen? Want wat we komende decennia doen, is allesbepalend voor de verdere opwarming. En al is het nu misschien wat minder erg, het is toch een diagnose waar je wat mee moet.’

Dat beseft ook De Coninck. ‘Volgens mij moeten we ons in onze adaptatieplannen voorbereiden op 3 graden opwarming, maar blijven streven naar 1,5 graad’, zegt ze. ‘We moeten ons er gewoon niet bij neerleggen dat 3 graden onze nieuwe richttemperatuur zou worden.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next