Home

‘Leo Vromans hele wezen verzette zich tegen oorlog. Ik zou dat bijna monumentaal noemen’

De afgelopen ‘zes halve jaren’ schreef Atte Jongstra aan een averechtse biografie van Leo Vroman, dichter, schrijver, tekenaar en bioloog. Hij had hem nooit ontmoet, niks van hem gelezen, maar: ‘Alles wat hij heeft geschreven en beleefd is een enorme verrassing gebleken.’

schrijft voor de Volkskrant over Nederlandstalige literatuur.

Waar woont de schrijver? Dat is niet te missen. Een van de talloze glanzende ramen van een moderne flat in Osdorp is gebarricadeerd door een uitpuilende boekenkast. Binnen is de ruimte gevuld met nog meer boeken, schilderijen en objecten: een houten miniatuur van een gotische kerktoren en een servieskast die schuin achteroverleunt, zodat de zigzag gezaagde deuren vanzelf dichtvallen. En nooit nodeloos openstaan.

De verzamelaar en vervaardiger van deze curiositeiten, Atte Jongstra (1956), schrijver van een indrukwekkend oeuvre van romans, gedichten, essays en (auto)biografieën, werd bijna zeventig jaar geleden geboren in het Friese dorp Terwispel. Dat kun je nog altijd goed horen. Hij heeft een stem als een scheepstoeter, een kop met grijze krullen en ogen die vonken van spot. ‘Zo, jongeheer Blom’, toetert hij, ‘jou heb ik de afgelopen dagen aardig van de straat gehouden met mijn boek! Heb je nog vragen?’

Atte Jongstra heeft de afgelopen ‘zes halve jaren’ de averechtse, gefragmenteerde biografie van Leo Vroman (1915-2014) geschreven: Inkt, bloed & liefde, 992 pagina’s vol wetenswaardigheden en eigenaardigheden over de gelauwerde en geestige dichter, schrijver, tekenaar en bioloog en over de liefde voor zijn vrouw Tineke, met wie hij na de Tweede Wereldoorlog in Amerika woonde. In 2014 stierf Leo, bijna twee jaar vóór Tineke, op 99-jarige leeftijd in een bejaardentehuis in Fort Worth, Texas.

Heeft u Leo Vroman ooit ontmoet?

‘Nee.’

Vindt u dat niet jammer? Vroman heeft gezegd: ‘Ik ben de enige die ik werkelijk goed ken.’

‘Nee. Ik ben het gewend om met dooie schrijvers om te gaan. Ik lees eigenlijk niks anders. Voor een biograaf is het goed om een beetje afstand te houden.’

Is er niemand die u wél graag had ontmoet?

‘Jacob van Lennep wil ik nog weleens ontmoeten, ja. Een leuke vent. Maar Multatuli, over wie ik toch ook twee boeken heb geschreven, een meesterlijk schrijver, lijkt me een ontzettend onaangename kwast. Leo Vroman zou ik niet ontlopen.’

Mirjam van Hengel schreef in 2014 een boek over de liefde tussen Leo en Tineke Vroman, Hoe mooi alles. Toen leefde het echtpaar nog, beiden dik in de negentig. Door de gesprekken die Van Hengel met hen kon voeren, beschikte ze over jaloersmakend, hoogstpersoonlijk materiaal.

‘Dat is zo, haar boek is voor mij een mooie bron. Maar Mirjam voert zichzelf op en ze romantiseert haar verhaal.’

Vindt u dat een biograaf dat niet mag doen?

‘Alles mag. Maar ik doe het anders. Ik heb in feite dezelfde methode gevolgd als in mijn eerste boek, De Multatulianen (1985), ook een zeer documentair boek. Ik volg mijn neus en ga op zoek naar sprekende details over wie Leo Vroman was, zijn werk en de tijd waarin hij leefde. Wat ik aan moois heb ontdekt, deel ik ruimhartig met de lezer.’

Gaat u daarin niet erg ver? In noot 13 (van de 3.045 doorgenummerde noten, samen 162 pagina’s lang) doet u uitgebreid verslag van het bezoek van Paul Kruger, de destijds vereerde en inmiddels verguisde president van Zuid-Afrika tijdens de Boerenoorlogen, aan Amsterdam op 21 december 1900. U citeert de burgemeester: ‘Gij, President, en uw volk, zijt vlees van ons vlees, en been van ons been.’ De bejaarde en hardhorende Kruger kon het niet verstaan, het moest voor hem worden herhaald…

‘Onmisbare informatie! Dat moest erin omdat Leo Vroman nu eenmaal in de Krugerlaan in Gouda is geboren. Dan moet je Kruger toch begrijpen! Erasmus kwam overigens ook uit Gouda. Die vond het er zo vreselijk stinken dat zelfs koeien er niet konden aarden.’

Leo Vroman werd geboren op 10 april 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog, en groeide op in een seculier Joods gezin. Als jongetje was Leo zich al zeer bewust van zijn kwetsbaarheid. Hij was vaak ziek en zocht zijn toevlucht in de natuur. Zijn ouders waren leraren aan de plaatselijke hbs. Vader Samuel Jacob Vroman ‘bestond voornamelijk uit natuurkunde, grappen, klassieke muziek en sigaren’, en zijn moeder Anna, door Leo en zijn drie jaar oudere broer Jaap wel ‘Messebout’ genoemd, gaf wiskunde.

Hoe ging men voor de oorlog in Gouda om met Joden?

‘Men was vrij vriendelijk, maar er werd toch ook gediscrimineerd. Vader Vroman werd op school ‘het joodje’ genoemd. Leo schreef in Warm: ‘Ikzelf, met een neus die eerder de som dan het gemiddelde van de ouderlijke neuzen mat, werd vaak grappig gevonden in de Goudse straten door jongens met belachelijk kleine neusjes, en werd dan Jood genoemd of wat ik ook maar niet had horen zijn.’

Zijn vader zei tegen hem: ‘Trouw niet met een niet-Joodse vrouw, want je kinderen zullen je een vuile Jood noemen’.

‘Maar hij heeft het wel gedaan en dat is uitstekend afgelopen. Voor Tineke en zijn dochters is dat nooit een issue geweest. Maar het zal Leo’s angst voor antisemitisme wel hebben gevoed.’

Leo was razend intelligent en ging in 1934 biologie studeren in Utrecht. Bij studentenvereniging Unitas ging hij naast een Indisch meisje zitten en dacht: ‘Godallemachtig, ik zit naast mijn vrouw!’

‘De meisjes vonden Leo allemaal aardig en grappig, maar als vriend? Nee… met dat iele lichaampje en die neus. Hij kon bijna niet geloven dat Tineke wel interesse had.’

Maar hoe verliefd Vroman ook was…

‘Hij vluchtte halsoverkop naar Engeland in een wrakkig bootje toen de Duitsers Nederland binnenvielen. En liet zijn verloofde achter. Geen heroïsche vlucht, maar een instinctieve en lichamelijke daad. Alsof zijn hoofd moeite had om het lichaam dat wegwandelde en wegreed in de taxi bij te houden.’

In het gedicht ‘Vrede’, uit Slaapwandelen (1957), schreef Vroman:

‘want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden’

Pas zeven jaar later zou Leo Tineke weer terugzien. Hij reisde door naar Batavia, waar hij werd gemobiliseerd door het Nederlandse leger. Zonder een schot te lossen werd hij opgepakt door de Japanners, gevangengezet in kampen in Indië en onder barre omstandigheden tewerkgesteld in Japan.

‘Ik heb gewerkt in de loodsen van Tjilatjap’, schreef Vroman in De adem van Mars, ‘de slangencollectie van Tjimahi, de droogdokken van Osaka en de carbidfabriek van Nagaoka, dagelijks verhongerd, geslagen, gekleed in scheuren en luizen; geslapen op planken met wantsen op Java en vlooien in Japan; in Januari kreeg ik longontsteking, werd naar een ziekenzaaltje gebracht ‘omdat hij daar beter kan sterven’ zei de dokter, genas, kreeg middenoorontsteking in Februari, en weer longontsteking in Maart. Nu ben ik volkomen beter, en zwaarder dan voor de oorlog.’

Hoe heeft Vroman de kampen overleefd?

‘Hij schreef gedichten, tekende en bestudeerde de natuur, oefende zijn vak uit. Leo was onthecht, zijn geest nam het over. Hij was verbijsterend overlevingskrachtig. Later maakte hij niet veel woorden vuil aan de oorlog, haalde zijn schouders op. ‘Een nare tijd.’ Tja, dat was het wel zo’n beetje. Zijn vrienden uit het kamp verweten hem dat hij niet solidair was met hun leed.’

Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan, Vroman werd bevrijd en opnieuw gemobiliseerd om in Nederlands-Indië te vechten, nu tegen de nationalisten die de onafhankelijkheid van Indonesië hadden uitgeroepen.

‘Hij weigerde om een geweer op te pakken. Vroman is zijn hele leven een pacifist gebleven. Zijn hele wezen verzette zich tegen oorlog. Dat was moreel sterk. Ik zou het bijna monumentaal noemen.’

Het slot van ‘Vrede’ luidde:

‘Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.’

Vroman wilde via Amerika naar Nederland terugkeren, maar besloot daar te blijven om zijn wetenschappelijke carrière op te bouwen. ‘Groot nieuws. Ik kom niet’, schreef hij aan Tineke. Twee jaar later haalde hij haar van de boot in New York. ‘Tineke is zo lief dat ik er bijna vanillepudding van word’, schreef Vroman aan dichter-criticus Jan Greshoff.

Leo en Tineke trouwden, kregen twee dochters en bleven hun hele, lange leven in Amerika. Vroman werd een vermaard wetenschapper, deed onderzoek op het gebied van de hematologie. Naar hem werd het Vroman-effect genoemd, het chaotische gedrag van eiwitten bij bloedstolling. Daarnaast was hij een buitengewoon productief dichter, die aan de andere kant van de oceaan werd beschouwd als een van de grootste dichters van zijn tijd. In 1964, een halve eeuw voor zijn dood, werd hem al de P.C. Hooft-prijs toegekend.

Hoe bent u eigenlijk de biograaf van Vroman geworden?

Jongstra steekt zijn neus in de lucht en zegt parmantig: ‘Ik ben gevraagd! Mijn naam werd genoemd!’ Lacht. ‘Ik zat een tijdje op het Nias (Netherlands Institute for Advanced Study) te werken aan mijn oorlogsroman De aardappelcentrale. Toen ik daar weer vertrok, wilde de rector, Theo Mulder, een borrel met mij drinken. Hij is ook voorzitter van de Vroman Foundation. Hij zei: ‘We zoeken nog een biograaf. Ken je het werk van Vroman?’ ‘Nee’, zei ik, ‘in de verste verte niet.’ ‘Dan lijk je me heel geschikt’, zei Mulder.’

Voor u zich jarenlang onderdompelt in een mensenleven wilt u toch wel weten of u écht iets met de man heeft?

‘Ik kan met nogal veel verschillende dingen uit de voeten. Ik heb een essaybundel geschreven over claustrofobie. Ik woon op de eerste verdieping, neem de trap, maar anders zou ik hier rustig de lift nemen.’ Kijkt schalks. ‘Nou ja, hoe gaan die dingen? Ik bedoel, als ik het niks had gevonden, dan had ik de opdracht natuurlijk teruggegeven. Maar toen ik me in Vroman ging verdiepen, was ik meteen verkocht. Een fascinerende figuur.’

Wat was er zo fascinerend aan hem?

‘Zijn veelzijdigheid. Wetenschap en poëzie zijn bij hem geen tegenpolen, maar een uitbreiding van elkaar. Voor mij is het niet zo’n grote overgang van Multatuli naar Vroman: alles is in alles. Niet voor niets hield Vroman zich intensief met de chaostheorie bezig. Hij had het idee: ik vind het mooi als ik het niet begrijp. In zijn dichtbundel Psalmen introduceerde Vroman ‘een Systeem’, een niet-goddelijke, maar allesomvattende ordening waarin natuur, toeval en liefde samenkomen.

‘‘Het bestaan van een meneer God’, schreef Vroman, ‘met al zijn mannelijke en vrouwelijke synoniemen, is in de loop van millennia ineengekrompen door onze pietluttige gebeden: die van vijanden om elkaar te verslaan, van zieken om te genezen, van gokkers om winst. Wel wil ik geloven in een Systeem dat onmenselijk groot is en dat ons menselijk heelal, en elk ander heelal, waarin ieder en alles een onbegrijpelijk mooie plaats inneemt, bestuurt.’’

Uw notenapparaat heet ‘Mycelium’ oftewel ‘zwamvlok’, een ondergronds vertakt netwerk van schimmeldraden.

‘Prachtwoord! Vroman berekende in een zelf geschreven In Memoriam dat hij ongeveer 30 kilometer heeft geschreven, maar veel verder als je alle lussen van de letters rechttrekt, hoewel zijn werk dan te rechtlijnig zou zijn om te genieten.’

Vindt u de zijweg vaak de hoofdweg?

‘Wat is de weg van het hoofd? Ik ben nu met een nieuw boek bezig en stuitte in mijn onderzoek op een kip zonder kop die nog bijna tien maanden heeft geleefd. De kip werd gevoed met een pipet, rechtstreeks in de keel, want die lag open. Het arme dier ging pas dood omdat de eigenaar op reis ging met de kip maar zijn pipet had vergeten. En potverrrrdomme, vervolgens vond ik op het internet twee advertenties uit 1883, waarin een discussie plaatsvindt tussen een kip zonder kop en de kop van de kip.’

In de biografie citeert u de brief die het ‘Hoofd’ van Vroman ter ere van zijn 60ste verjaardag stuurde aan zijn ‘Romp & Ledematen’, p/a L. Vroman, 2365 E. 13th str., Brooklyn NY 11229.’

‘Kijk, daar heb je het al! Serendipiteit. Ik heb er een leuke montage uit 1910 uit fotoatelier Dempsie te Minneapolis bij gezet van een nette heer, die zijn eigen hoofd, met hoge hoed, in zijn rechterhand houdt.’

Vromans humor moet u hebben aangesproken.

‘Voor Vroman zit er geen scherpe lijn tussen melige onzin en diepste ernst. Hij kan erg flauw en vluchtig zijn en schiet dan weer, bij verrassing, de diepte in. Vroman zat ook vol zelfspot. Hij parodieerde rustig zijn bekendste regels: ‘Kom vanavond met verhalen/ hoe mijn haren zijn verdwenen.’ Die meligheid werd niet altijd goed begrepen, net als bij mij. Maar het is ongeneeslijk. Soms probeer ik het in een roman weer eens helemaal anders te doen. Geen grappen meer, maar serieuze, gedragen hoofdstukken. Maar al snel is het weer het ouwe liedje. Ik kan niet ineens gaan schrijven als Adriaan van Dis, daar ben ik niet aanstellerig genoeg voor.’

Is Vroman zijn hele leven bang geweest dat zijn vrouw hem alsnog zou verlaten?

‘Dat zou best wel eens kunnen. Die eeuwige hunkering… Er zat een embargo op de vroege brieven die Leo en Tineke met elkaar wisselden. Vroman zei dat ze door niemand mochten worden gelezen, maar bracht ze wel naar het Literatuurmuseum. Dan wil je het stiekem wél.

‘Pas vorig jaar werd dat embargo opgeheven. Ik vermoed dat juist Tineke een aantal brieven van zichzelf eruit heeft gehaald. Zij heeft aanvankelijk nog wel getwijfeld aan de liefde, ze vond de dichter Max de Jong leuk en die bleef door haar hoofd spoken. Later was ze totaal loyaal. Van de brieven van Leo, o zo bleu in het begin, schuchter, gaat iets smekends uit. En ze zijn geestig. Onanie noemde hij ‘massamoord op de spermiën’.’

Wat vindt u zijn grootste talent? Vroman zei zelf dat hij zich het meest ‘een wetenschapsmannetje’ voelde.

‘Hij zei het zelf, dus wie ben ik om hem ongelijk te geven? Maar hij is ook een dichter van wereldformaat. Zijn poëzie is autobiografisch maar universeel, speels, erotisch, ontroerend. Hij rijgt kennis, humor en twijfel aaneen. Alleen het tekenen blijft, vind ik, bij zijn andere talenten achter, hoeveel aardigheid hij daar ook in had. Hij zat zelfs in de subway van het laboratorium op weg naar huis te tekenen.

‘Ik ben het meest enthousiast over zijn karikaturen. Die kleine zelfportretjes die als correspondentie dienen in het bejaardenhuis als hij even weg is om de post te halen. Zijn neus als handtekening. Heel erg leuk. Maar die meer ingevulde tekeningen, die droomachtige toestanden met vingerverstrengeling en zo, daar heb ik niet veel mee.’

Heeft u het gevoel dat u Leo Vroman te pakken hebt?

‘Als je mijn biografie hebt gelezen, dan hoop ik dat je hem beter begrijpt. De interpretatie en het oordeel zijn aan de lezer zelf. Ik ga hem niet psychologisch verklaren. Net als Vroman zelf zie ik niets in dokter Freud.’

In Engeland en Amerika worden er rustig tien totaal verschillende biografieën van grote schrijvers gepubliceerd.

‘Nou moet ik uitkijken, hè? Want als ik hier plompverloren ga zitten beweren dat dit de definitieve biografie over Leo Vroman is… ik denk alleen: een flinke jongen die deze klus nóg eens op zijn nek neemt. Niemand zal ooit meer zien van Vroman dan ik.’

Wat is het meest verrassende wat u heeft ontdekt?

‘Gezien mijn uitgangspositie – ik wist voor ik begon vrijwel niets – is alles wat Vroman heeft geschreven en beleefd een enorme verrassing gebleken. Hij was geen messias, maar een exemplarisch mens. Iemand die dacht, liefhad, faalde, keek, schreef en onderzocht. Zijn overlevingskwaliteiten in de kampen hebben de meeste indruk op mij gemaakt. En zijn uithoudingsvermogen als dichter. Tot op het allerlaatst stroomde de poëzie – en daar zitten nog heel wat juweeltjes tussen.’

In 1997 verhuisden Leo en Tineke naar een verzorgingstehuis in Fort Worth, Texas. Ze woonden er nog bijna twintig jaar, op de tiende verdieping, ‘heel ver uitziende op de bos-bemoste landen voorbij de Trinity rivier’. De hele dag schrijven, tekenen en ‘iemelen’, zoals Vroman e-mailen noemde. Hij publiceerde dagboeken, authentiek en ongekuisd. De dood beschouwde hij niet als vijand, maar als deel van het Systeem dat leven mogelijk maakt. Leo overleed op 22 februari 2014. Met Tineke ging het toen geestelijk niet goed meer. Zij stierf ruim anderhalf jaar later, op 22 december 2015.

‘In een biografie is het duidelijk,’ zegt Atte Jongstra. ‘Als de held is overleden, dan loopt het boek op z’n eind.’

Atte Jongstra: Inkt, bloed & liefde – Leo Vroman (1915-2014). De Arbeiderspers; 992 pagina’s; € 45.

CV ATTE JONGSTRA

1956 Geboren in Terwispel (Friesland) op 13 augustus.
1974-1982 Studie Nederlandse taal- en letterkunde, Universiteit van Amsterdam.
1985 Debuut De Multatulianen.
1990 Geert Jan Lubberhuizenprijs voor verhalenbundel De psychologie van de zwavel.
1992 Dichtbundel De hortus onder pseudoniem Arno Breekveld.
1996 Jan Greshoffprijs voor het essay Familieportret.
1997-2023 medewerker NRC Handelsblad.
1999 Neemt als beeldend kunstenaar deel aan groepsproject In verbelinge.
2000 Onderscheiden met de Bâtafysische Orde van het Vliegwiel van het Collège de Pataphysique.
2007 Roman De avonturen van Henri II Fix.
2008 Klinkende ikken. Autobiografie.
2016 Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele literaire oeuvre.
2019 Roman De aardappelcentrale.
2024 Roman Friezen in Rome.

Atte Jongstra woont in het gezelschap van duizenden boeken en kunstwerken en een computer in Osdorp.

CV LEO VROMAN

1915 Geboren in Gouda op 10 april.
1934 Gaat biologie studeren in Utrecht.
1938 Verlooft zich met Tineke Sanders.
1940 Vlucht uit Nederland naar Engeland, daarna Nederlands-Indië.
1941-1945 Geïnterneerd en tewerkgesteld in jappenkampen.
1945 Gaat wonen in New York, de Verenigde Staten van Amerika.
1946 Debuteert met Gedichten.
1947 Trouwt met Tineke Sanders.
1950 Debutantenprijs Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.
1956 De adem van Mars. Proza.
1957 Herman Gorterprijs voor Uit slaapwandelen. Poëzie.
1958 Promoveert in Utrecht op proefschrift Surface contact and trombo-plastin formation.
1964 PC Hooftprijs voor zijn gehele poëtische oeuvre.
1994 Warm, rood, nat & lief. Autobiografie met eigen tekeningen.
1996 VSB Poëzieprijs voor de bundel Psalmen.
2001 Aan elkaar / Herhaling met Tineke Vroman.
2006 Misschien tot morgen. Dagboek.
2013 Die vleugels. Poëzie.
2014 overlijdt in Fort Worth, Texas op 22 februari.
2015 Tineke overlijdt in Fort Worth, Texas op 22 december.

Leo Vroman was dichter, tekenaar en wetenschapper en woonde meer dan zeventig jaar met zijn vrouw Tineke in Amerika.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next