Na de opening van een van de eerste vestigingen van McDonald’s in Italië organiseerde Carlo Petrini een pastafeest. Het protest kon het succes van de Amerikaanse fastfoodketen niet tegenhouden, maar met de Slow Food-beweging die eruit voortkwam, veranderde Petrini wel de manier waarop er wereldwijd over eten werd gepraat.
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
Als Italianen over eten praten, zo schreef voormalig Volkskrant-correspondent Jarl van der Ploeg in zijn boek Wegens vakantie gesloten – Italië in augustus, ‘dan gaat het niet over ‘lekker’ of ‘niet lekker’, maar komen ze standaard uit bij het snufje saffraan dat hun grootmoeder in 1944 aan de ragù toevoegde’.
Italianen vinden goed eten belangrijk. Dus toen de Amerikaanse fastfoodketen McDonald’s in 1986 hun land bereikte – Nederland was al in 1971 overstag gegaan, als eerste Europese land – stonden ze niet allemaal te juichen.
In de buurt van een van de eerste vestigingen, die nota bene het historische plein bij de Spaanse Trappen in Rome zou ontsieren, organiseerde de journalist Carlo Petrini met een groep vrienden een groot pastafeest. Duizenden mensen voegden zich bij zijn verzet, en scandeerden leuzen als: ‘Wij willen geen fastfood, we willen slowfood.’
Op het eerste gezicht heeft Petrini, die donderdag op 76-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van prostaatkanker, glansloos verloren. In 2025 opende de achthonderdste vestiging van McDonald’s in Italië – tot afgrijzen van Petrini bleken ook zijn landgenoten soms een Big Mac met friet en cola te verkiezen boven een spaghetti alle vongole met een glas pinot grigio.
Toch is Petrini’s pastafeest niet voor niets geweest. Want daaruit ontsproot Slow Food, een beweging die zich inzet voor eten dat ‘buono, pulito e giusto’ is – goed, schoon en eerlijk. Petrini predikte daarmee het belang van de boer en het milieu. Het toegenomen aanbod in supermarkten en restaurants van biologische of verse producten is voor een groot deel te danken aan Petrini, schreef The New York Times.
Inmiddels kan Slow Food bogen op een miljoen activisten in 160 landen, aldus het jaarverslag. Petrini, het charismatische gezicht ervan, werd ‘de paus van een eerlijk wereldvoedselsysteem’, schreef culinair journalist Joël Broekaert in 2015. In dat jaar ontving Petrini in Amsterdam de Johannes van Dam-prijs, een oeuvreprijs voor schrijvers of denkers die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de verspreiding van gastronomische kennis.
Petrini groeide op in de noordelijke regio Piëmont in de naoorlogse jaren. In die periode hechtten Italianen nog meer waarde aan verse gerechten dan nu – velen deden twee keer per dag boodschappen, noteerde de Britse kookschrijver Elizabeth David in haar boek Italian Food uit 1954.
Met beperkte middelen maakte een grootmoeder van Petrini onvergetelijke gerechten, schreef Petrini in Slow Food Nation, een van zijn boeken. Hij herinnert zich daarin de ravioli, de in melk gekookte rijst, en de rolatine (dunne reepjes vlees die werden gerold om een vulling van eieren, groenten, kaas en paneermeel).
Na een studie filosofie werd Petrini overtuigd marxist en, voor de krant La Repubblica, gevreesd restaurantcriticus.
Een man van scherpe citaten is Petrini, die op latere leeftijd medestanders vond in koning Charles van Engeland en paus Franciscus (1936-2025), altijd gebleven. ‘Een gastronoom die niet om het milieu geeft, is dom. Een milieuactivist die niet van eten houdt, is zielig’, was een van de uitspraken die hij graag herhaalde. ‘Je proeft en leeft meer, als je minder maar beter eet’, zei hij in 2004 in NRC.
‘Hedendaags voedsel is heel goedkoop’, zei hij in 2011 in Trouw. ‘Maar er is sprake van verborgen kosten. Als je ziek wordt van eten, betaal je een negatieve prijs. Als ik voor een product weinig betaal, maar de producent vernietigt het bodemleven, dan is er ook sprake van verborgen kosten. De gemeenschap is de dupe. Als je zo denkt, is het voedsel van McDonald’s veel duurder voor de gemeenschap dan gewoon voedsel.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.