In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan iedere zondag over wat hem opvalt. Deze week: iedereen met idealen is wel eens een beetje hypocriet. Een oefening helpt om misschien toch weer een stapje in de juiste richting te zetten.
Ik heb hier eerder al eens geschreven over het feit dat ik dol ben op Formule 1. En daar blijft het niet eens bij: vorig weekend zat ik voor de buis om (een deel van) de 24 uur van de Nürburgring te kijken, een idioot lange race met idioot veel auto's die rondjes rijden over een idioot lang circuit midden in de natuur.
Rationeel kan ik niet verdedigen waarom zo'n evenement een goed idee is. De vele duizenden liters schaarse brandstof die worden verstookt, met bijbehorende CO2-uitstoot. De vogels in de prachtige Eifel die de hele nacht de stuipen op het lijf worden gejaagd met het gebrul van motoren. Redenen te over om hier niets mee te maken te willen hebben.
Met mijn kijkgedrag help ik het in stand te houden. En ja: ik genoot. Mijn beste verdediging is dat ik er ook erg van genoot als iemand een auto in de kreukels reed en daarmee weer heel wat liters benzine bespaarde.
Misschien vind je me nu hopeloos hypocriet. Net als al die mensen die zich zorgen maken over klimaatverandering, maar wel eens met het vliegtuig op vakantie zijn geweest. Of al die mensen die gezond en biologisch willen eten, maar aan de borreltafel toch een handvol vlammetjes staan weg te werken.
Dat mag je natuurlijk afkeuren, maar ik denk dat we allemaal wel dit soort tegenstrijdigheden in ons hebben. Dat werd me een paar weken geleden weer eens duidelijk toen ik op bezoek was bij de Fontys Hogeschool in Tilburg. Een clubje journalistiekstudenten ging het daar hebben over klimaatverandering: hoe zit het daarmee? En hoe schrijf je erover?
Een van de docenten had een leuke opdracht meegenomen. We moesten allemaal een excuus opschrijven dat wij gebruiken om ons niet duurzaam te gedragen. Haar persoonlijke voorbeeld: nieuwe kleding kopen is nou eenmaal een guilty pleasure, dus ik blijf mijn kledingkast volhangen met dingen die ik bijna nooit draag.
Vervolgens maakten we twee kolommen: één met argumenten om dit excuus te onderbouwen en één met redenen waarom het onzin is. Uiteindelijk moesten we die tegen elkaar wegstrepen en kijken of we onszelf in één zin duurzamer gedrag konden aanpraten. Bijvoorbeeld: als ik kleding koop, doe ik dat voortaan tweedehands.
Uiteraard bleek dit geen klas vol heiligen te zijn: iedereen doet wel eens iets dat eigenlijk niet bij zijn idealen past. Het meest sprekende voorbeeld vond ik de vegetarische student die in een visrestaurant bleek te werken.
Zij kon heel goed uitleggen waarom ze dat deed: het betaalde goed, het was op een handige locatie, de tijden waren flexibel en tja, als student moet je anno 2026 toch een bijbaan hebben om nog enigszins het hoofd boven water te houden.
Natuurlijk waren er ook genoeg redenen om het niet te doen. Als je zelf geen dieren wil eten, waarom zou je dan wel je werk maken van het opdienen van dode dieren aan anderen? En het was ook nog eens onhandig dat deze student nooit met de personeelsmaaltijd kon mee-eten; ze moest altijd haar eigen eten meenemen.
Het leek mij bijna onvoorstelbaar dat je als vegetariër zulk werk zou kunnen, laat staan willen doen. Maar ja, ik heb ook nog nooit een andere klimaatjournalist gevonden die veel begrip heeft voor mijn Formule 1-liefhebberij.
Ik raad het jullie allemaal aan om ook eens te onderzoeken welke onderdelen van je leven eigenlijk niet bij je eigen idealen passen. Vaak blijk je met een niet al te ingewikkelde ingreep toch weer een stapje in de goede richting te kunnen zetten. Door kleding te ruilen met vrienden in plaats van steeds nieuw te kopen. Door werk te zoeken in een koffiezaak in plaats van een visrestaurant. Of door je toch maar eens te gaan verdiepen in wielrennen in plaats van motorsport.
Wees dan ook een beetje lief voor jezelf en voor elkaar. Het is in onze wereld vol verleidingen knap lastig om altijd bij je idealen te blijven. Maar ik heb toch liever iemand die zijn eigen idealen soms heel eventjes verloochent dan iemand die überhaupt geen idealen heeft.
Ik ben zelf een fervent, doch lang niet altijd succesvol, moestuinier. Des te meer respect heb ik daarom voor mensen die écht weten hoe ze hun tuin kunnen omtoveren tot een volmaakt groenteparadijs. Zoals de negentigjarige vrouw die we volgen in de documentaire Agatha's Almanac, gemaakt door haar nichtje Amalie Atkins.
Agatha is niet erg goed ter been, maar onderhoudt met technieken die van generatie op generatie zijn doorgegeven toch nog een wonderschone tuin. Haar riante oogst verdwijnt in tal van potten en baksels. Maar achter die idylle (prachtig vastgelegd op korrelige 16 millimeterfilm) gaat ook heel wat persoonlijk drama schuil. Nu in de bioscoop.
Ik ontvang graag jullie vragen, feedback en tips! Je kan me bereiken via jeroen@nu.nl.
Source: Nu.nl algemeen