Een mooi én ecologisch verantwoord gazon is veel minder werk dan een strak biljartlaken. Zo wordt jouw gras écht groener dan dat van de buren.
schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.
Het gras bij de buren lijkt altijd groener: een hardnekkig sentiment dat de Nederlandse tuincultuur al decennia domineert. Wieger Wamelink, ecoloog aan de Wageningen Universiteit, herkent de wens voor een perfecte grasmat als een diepgeworteld cultureel ideaal. ‘Zo hóórt dat. Dat vond mijn vader ook altijd. Hij vond mijn weelderig bloeiende achtertuin maar een zooitje’, zegt Wamelink. De drang naar een egale mat van Engels raaigras komt volgens Wamelink voort uit een verlangen naar orde en prestige. ‘Het moet er verzorgd uitzien voor de buitenwacht, als bewijs dat de bewoner zijn zaakjes op orde heeft.’
Voor dat glanzende resultaat treft de tuinier volgens Wamelink forse maatregelen: wekelijks maaien, regelmatig harken om mos weg te halen en voor luchtigheid, en constant bijmesten. Vaak komt daar gif tegen ongewenste kruiden bij. Die chemie doodt veel meer dan alleen het onkruid; gifstoffen spoelen weg naar het oppervlaktewater. ‘Als je spuit, gaat er natuurlijk heel veel dood’, waarschuwt Wamelink. ‘Het effect reikt veel verder dan de eigen tuin.’ Bovendien kost het bijsproeien veel drinkwater. Volgens Milieu Centraal gaat er per tuin jaarlijks gemiddeld 1.100 liter doorheen. Een kostbare bron die door de toenemende droogte steeds vaker onder druk komt te staan.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
De prijs voor een strakke grasmat is dus hoog, zowel in arbeidsuren als in ecologische zin. Volgens Sanne Janssen, expert duurzaam tuinieren bij kenniscentrum Milieu Centraal, voegt een traditioneel strak gazon daarnaast nauwelijks natuurwaarde toe. ‘Het is allesbehalve biodivers. De waarde stopt ongeveer bij het feit dat het beter is dan een tegeltuin.’ Hoewel gras regenwater infiltreert en de omgeving enigszins koelt, blijft een kortgemaaide mat een groene woestijn voor insecten. Hier ligt volgens Janssen een enorme kans. ‘Nederland telt ongeveer vijf miljoen tuinen met een gemiddelde grootte van 130 vierkante meter. Dit creëert een gezamenlijk oppervlak dat dertien keer zo groot is als Nationaal Park De Hoge Veluwe. Als iedere tuinbezitter slechts 10 vierkante meter echt goed vergroent, creëren we een natuurgebied ter grootte van de volledige Veluwe.’
Die groene ambities vallen of staan bij de kwaliteit van de ondergrond. Welk graszaad de tuinier ook kiest, elk gezond gazon begint bij de bodem, zegt Gertjan Hilarius, grasspecialist en groundsman van SC Heerenveen. Hij ziet dat veel pogingen falen omdat de basis fundamenteel tekortschiet. ‘De bodem is als een pizza: je kunt er allerlei heerlijke ingrediënten op doen, maar als de bodem slap en vet is, is de hele pizza niets waard.’ Hilarius adviseert daarom altijd eerst een bodemanalyse uit te voeren. ‘Zo’n onderzoek kost tussen de 30 en 70 euro en voorkomt dat je verkeerde zaden of meststoffen gebruikt, waardoor je uiteindelijk duurder uit bent.’
Naast de bodem is bij de keuze voor het grasmengsel ook de mate van zonlicht van belang. Wie voor een strakker groen gazon gaat, kiest voor een mengsel geschikt voor de bodem en van Engels raaigras, roodzwenkgras en veldbeemdgras, zegt Hilarius. Voor wie biodiversiteit en minder onderhoud wil, bieden mengsels met maaibare bloemen of klaver uitkomst. ‘Klaver haalt stikstof uit de lucht en slaat dit op in de bodem, waardoor de noodzaak voor kunstmest vervalt. Bovendien is klaver diepwortelend, waardoor het gazon ook tijdens hete zomers groen blijft’, zegt Hilarius.
Hilarius ziet de interesse in dit soort kruidenrijke mengsels ook in de professionele sector toenemen. Hij benadrukt daarbij het belang van kwaliteitszaad met een NAK-label, wat garandeert dat de mengsels geschikt zijn voor het Nederlandse klimaat.
De transitie naar een levend gazon vereist ook de acceptatie van wat we voorheen onkruid noemden, benadrukt Janssen. Uit onderzoek van Milieu Centraal blijkt dat mensen sneller bereid zijn om madeliefjes en paardenbloemen te laten staan wanneer zij de ecologische waarde begrijpen. ‘Mensen verwijderen deze soorten vaak puur uit gewoonte’, zegt Janssen. Terwijl een madeliefje of een paardenbloem voeding biedt aan insecten die op raaigras niets te zoeken hebben.’
Het onderhoud van een biodivers gazon is aanzienlijk lichter. Wamelink: ‘Door het ideaal van het biljartlaken los te laten ten gunste van een mengsel van grassen en maaibare bloemen, werk je mét de natuur mee in plaats van ertegen.’ Dat betekent niet dat je helemaal niets hoeft te doen, maar het scheelt aanzienlijk: minder bemesten, niet meer spuiten en vooral minder vaak maaien.
Bloeiend kruid
Dit maaien kun je langzaam afbouwen, zegt Wamelink, die zelf zijn gras slechts twee keer per jaar bijknipt, in juli en september. ‘Zo’n karig maaibeleid zorgt voor verschraling van de bodem, wat ruimte geeft aan bloeiende kruiden.’ Het afgevoerde maaisel kan op een composthoop worden omgezet in organische voeding voor elders in de tuin.
Wie een bestaande grasmat wil reanimeren, hoeft niet alles om te spitten. Hilarius stelt dat 90 procent van de ‘mislukte’ gazons te herstellen is door de bodem opnieuw te activeren en het juiste zaad te kiezen om bij te zaaien.
Maar soms is extra bloemen bijzaaien niet eens nodig, zegt Wamelink. ‘Door een beetje los te laten en te kijken wat er aan komt waaien, ontstaat vaak vanzelf een tuin die leeft.’ Het gaat bovenal om herwaardering van wat voorheen als rommelig werd gezien, zegt Wamelink. Janssen voegt hieraan toe: ‘Het is misschien even wennen, maar zelfs een kale plek is waardevol; voor onder meer zandbijen zijn deze open stukjes grond cruciale nestplaatsen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant