Home

Vol stroomnet dwingt bedrijven tot dure ingrepen achter de eigen meter

Bedrijven investeren steeds vaker zelf in batterijen en slimme energiesystemen omdat het stroomnet vol zit. Daarmee verlichten zij de druk op het net, waardoor uitbreiding minder snel nodig is - en de kosten voor de samenleving kunnen worden beperkt.

Het stroomnet zit propvol en moet de komende jaren flink worden verzwaard, maar bedrijven kunnen daar vaak niet op wachten. Wie wil uitbreiden, verduurzamen of overstappen van gas naar elektriciteit, krijgt lang niet altijd een nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluiting. Daardoor zoeken steeds meer ondernemers naar oplossingen achter de meter: binnen hun eigen bedrijf, zonder dat het net eerst wordt uitgebreid en hun aansluiting wordt verzwaard.

Dat kan gaan om batterijen, slimme software of afspraken om machines en laadpalen niet allemaal tegelijk aan te zetten. Zo probeert een bedrijf binnen de limieten van de bestaande aansluiting te blijven. "Als een bedrijf op de wachtlijst staat en achter de meter een oplossing vindt met bijvoorbeeld accu's, helpt dat het bedrijf én de netbeheerder", zegt Han Slootweg, operationeel directeur bij netbeheerder Enexis, tegen NU.nl.

Voor gewone Nederlanders klinkt dat technisch, maar het raakt uiteindelijk ook hun portemonnee. Als bedrijven zelf dure maatregelen moeten nemen, kunnen die kosten terugkomen in de prijs van producten en diensten. Tegelijk kan slimmer stroomgebruik ervoor zorgen dat de netbeheerder het net minder snel hoeft te verzwaren.

Daar zit precies de spanning. Netbeheerders staan voor een investeringsopgave van naar schatting 200 miljard euro in de komende decennia, onder meer door elektrische auto's, warmtepompen en verduurzaming van bedrijven. Als bedrijven zelf hun stroompieken afvlakken, kan een deel daarvan mogelijk lager uitvallen.

"Als ergens schaarste is, loopt de prijs normaal gesproken op. Maar bij het stroomnet gebeurt dat nauwelijks", legt hoogleraar Machiel Mulder van de Rijksuniversiteit Groningen uit. Bedrijven krijgen vooral op volgorde van aanmelding ruimte op het net. Wie achteraan staat, moet zelf iets regelen, ook als dat meer kost dan extra ruimte afnemen bij de netbeheerder.

Flexibel stroomgebruik kan volgens Mulder veel verschil maken. "Als je pieken in het stroomverbruik op het hele netwerk verlaagt, kan dat zomaar 20 tot 30 procent aan netwerkinvesteringen schelen."

Mulder waarschuwt dat die besparing niet automatisch terechtkomt bij de bedrijven die nu noodgedwongen investeren en daaraan bijdragen. Zij betalen zelf voor een batterij of slim systeem, terwijl de voordelen breder in het energiesysteem kunnen vallen.

Dat betekent niet dat de netbeheerder hier beter van wordt. De kosten van netbeheer worden via tarieven uiteindelijk door iedereen betaald. Als er minder hoeft te worden geïnvesteerd, kan dat helpen om die tarieven minder hard te laten stijgen. Maar de bedrijven die nu zelf maatregelen nemen, zien dat voordeel niet altijd direct terug.

Voor veel bedrijven zijn zulke maatregelen vooral een noodgreep. "Veel van deze oplossingen zijn duurder dan gewoon een zwaardere aansluiting krijgen", zegt Slootweg. "Want als ze goedkoper waren, had iedereen er al voor gekozen."

Vooral bedrijven met lage winstmarges lopen daardoor vast. Zij kunnen vaak niet wachten op de verzwaring van het net, maar verdienen duurdere eigen maatregelen niet terug.

Daarnaast werkt slimme sturing vooral als een bedrijf zijn stroomvraag kan spreiden. Een laadplein kan bijvoorbeeld auto's om de beurt laden. Een fabriek kan sommige processen verplaatsen naar een rustiger moment. Soms helpt zelfs een simpele aanpassing, zoals het verplaatsen van pauzes zodat niet alle chauffeurs hun auto tegelijk opladen.

Maar dat lukt niet overal. Een bedrijf dat 24 uur per dag een gelijkmatig stroomverbruik heeft, kan minder schuiven. En een bedrijf dat van het gas af wil en daarom vier keer zoveel stroom nodig heeft, redt het niet met alleen een batterij.

"Het eerlijke verhaal is dat achter-de-meteroplossingen zeker niet voor alle bedrijven werken", onderstreept onderzoeker Lucas van Cappellen van onderzoeksbureau CE Delft. Batterijen zijn volgens hem zeker geen wondermiddel. Ze kunnen een bedrijf helpen om pieken op te vangen, maar ze kunnen het net ook extra belasten als ze op verkeerde momenten laden of ontladen.

De markt is volgens Van Cappellen snel aan het veranderen. "Slimme sturing is nu het codewoord. Bedrijven die energiemanagementsystemen ontwikkelen schieten als paddenstoelen uit de grond. Maar nog niet ieder bedrijf is ermee bezig." Hij verwacht dat bedrijven de komende jaren veel vaker - al dan niet noodgedwongen - energiemanagementsystemen gaan gebruiken om hun stroomverbruik te sturen.

Bedrijven die het net helpen moeten daar volgens brancheorganisatie Energy Storage NL ook voor beloond worden. "De rekening ligt nu bij ondernemers, terwijl de baten voor het systeem niet altijd bij hen terugkomen", zegt directeur Jeroen Neefs. Hij pleit voor structurele marktprikkels in plaats van losse subsidies.

Dat kan bijvoorbeeld door nettarieven te laten afhangen van het moment waarop stroom wordt gebruikt. Wie het net op drukke momenten ontziet, betaalt dan minder of krijgt een vergoeding. Wie juist bijdraagt aan pieken, betaalt meer. De financiële prikkels hiervoor zijn nu nog te beperkt, maar voor zowel groot- als kleinverbruikers wordt gewerkt aan tijdsafhankelijke tarieven.

Hoogleraar Mulder vindt dat ook belangrijk, maar waarschuwt voor verkeerde keuzes. Subsidies voor batterijen zijn volgens hem niet altijd de goedkoopste oplossing. Soms is het maatschappelijk slimmer om direct in het net te investeren. De uitdaging is dus om te bepalen wanneer een batterij echt helpt en wanneer het vooral een dure noodgreep is.

Daarmee verschuift het probleem langzaam van de netbeheerder naar de ondernemer. Wie genoeg geld en kennis heeft, kan zichzelf soms uit de wachtrij kopen. Wie dat niet heeft, moet wachten tot er weer ruimte op het net is.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next