Home

In ‘De symfonie van onvrede’ wordt de werkelijke oorzaak van het rechts-populisme onder handen genomen

Catherine de Vries beschrijft gedegen hoe het niet zozeer een ideologische bekering is die de kiezer naar rechts doet opschuiven, maar juist een gevoel van verlies en miskenning.

Catherine de Vries, internationaal vermaard politicoloog en auteur van De symfonie van onvrede, hoorde regelmatig een Sallands gezegde uit haar vaders mond komen:

‘’t Is mie ’n gekaekel wel, ma’eier legg’n: ho mà.’

Wat het betekent spreekt voor zich en voor wie het geldt laat zich ook wel raden.

Haar vader, een kleine boer, hield er niet altijd zo’n cynische blik op na. Pas toen hij door globalisering zijn bedrijf verloor en erachter kwam dat de overheid nauwelijks iets deed voor mensen zoals hij, begon hij, eerst een trouwe CDA-stemmer, langzaam naar rechts op te schuiven. Uiteindelijk kwam hij uit bij de PVV.

Geen ideologische bekering dus, maar een verschuiving voortkomend uit het gevoel door de traditionele partijen te zijn vergeten.

Een terugtrekkende overheid

Deze politieke radicalisering van haar vader staat niet op zichzelf, zo observeert De Vries, maar past binnen een (internationaal) patroon. Onvrede onder de bevolking ontstaat door een overheid die zich terugtrekt uit het tastbare dagelijkse leven, met name in afgelegener regio’s.

De bus rijdt minder vaak, de school fuseert, de huisartsenpost verhuist naar een dorp verderop. Mensen ervaren een gevoel van verlies en voelen zich door de overheid achtergesteld omdat zij zich hier geen rekenschap van geeft. Want: de economie groeit, toch?

Het gevoel van verlies en miskenning leidt eerst tot onvrede en vervolgens tot al te menselijke zoektocht naar een zondebok. Dankzij de slinkse inmenging van radicaal-rechtse partijen worden dat ‘de migrant’ en ‘de gevestigde orde’.

Om deze boodschap op een originele manier over te brengen, bedient De Vries zich – zie de titel – regelmatig van muzikale beeldspraak, al laat die de lezer soms bevreemd achter. Zijn radicaal-rechtse politici de componisten van de symfonie van onvrede, de dirigenten of allebei? Zijn de radicaal-rechtse stemmers nu het orkest of de luisteraars?

En waarom spreekt ze over miljoenen mensen die het door radicaal-rechtse politici gecomponeerde ‘refrein van onvrede’ kunnen meezingen, terwijl een symfonie helemaal geen refrein heeft?

Problemen in stand houden

Even los van de muzikaliteit, roept De Vries’ boodschap ook inhoudelijk vragen op.

Zo zet ze de radicaal-rechtse politicus neer als iemand die door hemzelf gecreëerde ‘problemen’ liever in stand houdt dan oplost. Want ‘een opgelost probleem verdwijnt uit het repertoire van onvrede, een voortdurend probleem kan telkens opnieuw worden ingezet.’

Zou het werkelijk? Zou Wilders ook maar een seconde twijfelen talloze migranten het land uit te kieperen, mocht hij het alleen voor het zeggen hebben? En wordt dat tot dusver niet vooral voorkomen omdat er nog voldoende tegenkrachten zijn?

De Vries lijkt er te weinig rekening mee te houden dat extreemrechtse figuren oprecht xenofoob kunnen zijn of daadwerkelijk gedreven kunnen worden door een (misplaatst) romantisch-conservatief omzien naar een geïdealiseerd verleden.

Hierin staat ze niet alleen. Commentatoren lijken wel vaker haast niet te kunnen geloven dat politici er kwaadaardige sentimenten op kunnen nahouden. Of dat hun denkbeelden, terwijl ze hun volle verstandelijke vermogens lijken te bezitten, op een dwaalspoor kunnen raken. Maar het lijkt mij dat Wilders de islam oprecht haat. En dat Baudet, maar ook belangrijke radicaal-rechtse opiniemakers als Wierd Duk, daadwerkelijk vrezen dat migranten de joods-christelijke beschaving (wat dat ook precies moge betekenen) komen vernietigen.

Iets soortgelijks geldt voor radicaal-rechtse stemmers. In dit boek zijn zij twee keer slachtoffer. Eerst van een overheid die vanuit een neoliberale ideologie besluit steeds minder wezenlijke voorzieningen aan te bieden. Vervolgens van rechts-populistische politici die hun begrijpelijke onvrede geniepig gebruiken voor eigen gewin.

Maar treft hen dan geen enkele blaam voor hun eigen radicalisering? Onbedoeld schemert er een bepaalde betutteling door in het idee dat het goedbedoelende maar wat naïeve volk niet in staat is door de evidente leugens van radicaal-rechts heen te prikken. Bovendien geldt voor hen hetzelfde als voor politici: burgers kunnen simpelweg xenofoob en conservatief zijn. Ze hebben heus niet altijd rechtse politici nodig om bang te zijn voor ‘de ander’ die de eigen cultuur en de daarbij passende (onmisbaar gewaande) tradities bedreigt.

Afbraak publieke voorzieningen

Toch staat er, deze opmerkingen terzijde, ook een hoop waardevols in dit boek. Met name in het sterke tweede deel. Overtuigend laat De Vries hierin zien hoe de afbraak van publieke voorzieningen een wezenlijke oorzaak is van rechts-populisme, en dat dit niet alleen voor Nederland geldt.

Met een karrevracht aan sociaalwetenschappelijk onderzoek legt ze hetzelfde patroon bloot in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië. In het derde en laatste deel van het boek verlegt ze haar aandacht naar manieren waarop middenpartijen politiek zouden moeten bedrijven. Wat ze niet moeten doen, is de taal en thema’s (‘Minder migranten, grenzen dicht!’) van radicaal-rechts overnemen. Empirisch onderzoek laat zien dat dit averechts werkt. Het normaliseert de radicaal-rechtse boodschap alleen maar, en mensen kiezen dan liever voor het origineel.

Volgens De Vries moeten middenpartijen ‘positieve emoties, zoals hoop, rechtvaardigheidsgevoel en verbondenheid’ mobiliseren. Politiek moet weer een arena worden ‘waarin meningsverschillen worden uitgevochten en beslecht, niet via hashtags, maar via argumenten’. De politiek moet ‘niet ieder week van koers veranderen, ook niet wanneer de media schreeuwen om snelle actie’.

Het is allemaal waar, natuurlijk, maar ook een beetje vrijblijvend.

De vraag die ten slotte rest, is: wat voegt De symfonie van onvrede toe aan de schier onoverzichtelijke berg boeken, nota’s, essays en commentaren die over de opkomst van het populisme zijn geschreven?

In wezen is het een politiek pamflet dóór iemand uit het politieke midden vóór het politieke midden. Het legt pijnlijk bloot hoe de middenpartijen vielen voor de lokroep van het neoliberalisme, ze de verzorgingsstaat hebben uitgekleed en door de afbraak van publieke voorzieningen een gat creëerden waarin rechtspopulisten konden springen. Met dit heldere verhaal houdt De Vries het ideologisch dolende politieke centrum een spiegel voor. En dat lijkt me heel wat waard.

Catherine de Vries: De symfonie van onvrede – De opmars van radicaal-rechts in Europa. Querido facto; 224 pagina’s; € 21,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next