Jurrian van Dongen, huisdichter van Het Klokhuis, heeft zijn mooiste, grappigste en pijnlijkste liedteksten gebundeld in een ook nog eens prachtig geïllustreerde bundel.
schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur.
Die enge gedachte dat het leven een bioscoopfilm is, met acteurs als ouders. Een vader met twee gezichten: één lief en één agressief. Een dementerende opa, voor wie de kleindochter zo graag het geheugen zou willen zijn. Het leven van kinderen die bijna naar de middelbare school gaan of er net op zitten, kan verdrietig en ingewikkeld zijn.
Zelf zullen ze het desgevraagd vast ontkennen, maar op tienerproblemen is maar één goed antwoord: tienerpoëzie. Misschien liever niet in de vorm van gedichten, maar dan toch zeker wél in de vorm van liedteksten. Laat Jurrian van Dongen, huisdichter van het informatieve en creatieve programma Klokhuis, nu net zijn mooiste, grappigste en pijnlijkste hebben gebundeld in het ook nog eens prachtig geïllustreerde Want ik besta.
Van Dongen heeft een zeldzaam ontwikkeld vermogen om grote gevoelens terug te brengen tot hun essentie. Arm zijn betekent een stem ‘die zeker weet dat je iets mist’; een voorouder die naar Nederland immigreerde is ‘ongepland voorgoed gebleven’. Over scheiden, hét tienerprobleem aller tijden, merkt hij op ‘dat twee mensen die elkaar haten, net die twee zijn waar ik het meeste van hou.’
Van Dongen legt een kundige vinger op zere plekken en neemt de zorgen van lezers en luisteraars serieus door er recht voor z’n raap, pakkende en soms gewoon wondermooie woorden bij te geven. Het verdrietige struisvogelkuiken, dat niet kan vliegen, dicht hij een ‘luipaardloopvermogen’ toe.
En gelukkig valt er minstens evenveel te lachen in deze feestelijke bundel. Een lied over een ridder in een vastgeroest harnas bijvoorbeeld. Zijn nieuwe liefje waardeert hem juist daarom: ‘u bent niet zo slap als uw voorgangers’. Of een geestig allitererend loflied op broccoli ‘die stoere stronkjes vol vitamine C’ en de bronstijd, waarin prestatiedruk nog niet bestond. Want ‘niemand ging voor goud’.
De nog relatief onbekende illustrator Stien Van Kerckhoven geeft in verschillende stijlen en technieken met een fijne dubbelzinnigheid extra betekenis aan de gedichten. Bij het gedicht over twee broers, waarvan er een in de gevangenis zit, schildert ze nagenoeg identieke portretten van eenzame jongens in een kale kamer met een stapelbed: de broers, één thuis en één opgesloten, worden allebei gestraft.
Van Dongen won voor theaterliederen twee keer de Annie M.G. Schmidtprijs en bundelde die al eerder voor volwassenen. De pas drie jaar bestaande eigenzinnige uitgeverij Blauw Gras nodigde hem uit – een beetje tot zijn eigen verbazing, schrijft hij in het nawoord – om dit nu ook voor kinderen te gaan doen.
Die verbazing was nergens voor nodig. In de vorige eeuw was televisiepoëzie schrijven heel gewoon. Beroemde dichters Willem Wilmink, Karel Eykman en Hans Dorrestijn maakten zeer gewaardeerde liederen voor de Stratemakeropzeeshow, De film van Ome Willem, J.J. De Bom voorheen de kindervriend en Het Klokhuis, die pas daarna in bundels verschenen.
Een goede zet van uitgever Edward van de Vendel die, zelf dichter, maar al te goed weet hoe weinig aantrekkelijke poëzie er wordt gemaakt voor tieners. Zo weinig, dat het genre weleens op sterven na dood lijkt. Zeer ten onrechte, bewijst Want ik besta.
Jurrian van Dongen: Want ik besta. Met illustraties van Stien Van Kerckhoven. Blauw Gras; 10+; € 18,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant