Home

Sytske Frederika van Koeveringe is even herkenbaar als authentiek in haar eerste dichtbundel

Het is moeilijk te zeggen wanneer een gedicht herkenbaar genoeg is, maar ook weer niet té herkenbaar. Bewegingsmogelijkheden slaagt in die balanceeract.

Een gedicht schrijven is een balanceeract tussen originaliteit en herkenbaarheid. Je wilt aan de ene kant een thema uitzoeken waarin een breder lezerspubliek interesse heeft of zichzelf herkent; daarom zijn er zo weinig bundels over het paringsritueel van naakte molratten, de ABC-formule of die ene leuke grap op vakantie met je vrienden in 1997 waar jullie toen zo ontzettend om hebben gelachen.

Aan de andere kant wil je ook niet té algemeen zijn: dan schrijf je in clichés.

Bijkomend probleem is dat wat herkenbaar is voor de een, voor een ander alweer te obscuur is, of niet obscuur genoeg. En in een goed gedicht kun je met meer wegkomen dan in een matig gedicht.

Er is, kortom, moeilijk een peil op te trekken wanneer een beeld of een idee herkenbaar genoeg is, maar ook weer niet té herkenbaar, voor in een gedicht.

Eerste bundel, vijfde boek

Des te knapper dus dat er zo ontzettend veel herkenbaarheid voorbij komt in Bewegingsmogelijkheden, de debuutbundel van Sytske Frederika van Koeveringe. Dat zal ermee te maken hebben dat het weliswaar haar eerste bundel is maar ook haar vijfde boek, want in een verhaal, roman of essay geldt ongeveer hetzelfde als het op herkenbaarheid aankomt.

Maar het is ook duidelijk iets waar Van Koeveringe een aangeboren gevoel voor heeft. Het openingsgedicht is bijvoorbeeld één grote aaneenschakeling van herkenbaarheid die precies specifiek genoeg is opgeschreven:

1.
Er blijven terugkerende patronen mij
confronteren dat ik niet lekker vaar in
dit volwassen bestaan ik weet
nog steeds niet waar die knop zit
die ik in kan drukken voor ik volschiet
tijdens een sollicitatiegesprek

*
Ik blijf Ja zeggen als ik Nee bedoel
Voor ik het weet sta ik op een borrel
met een glas witte wijn in mijn handen
te voelen hoe de duur van die Nee
door mijn gewrichten trekt en ook
dát spreek ik niet uit

*
Er zijn te veel momenten dat ik afdwaal
naar de vuile randen van een ventilator
in een gemiddeld huishouden

*
en ik denk bijna nooit aan seks

Het echt magische van herkenbaarheid is dat je helemaal niet jezelf hoeft te herkennen om toch dat prettige gevoel van herkenning te ervaren. Ik geloof niet dat ik ooit aan de vuile randen van een ventilator heb gedacht, maar desondanks ervaar ik het gevoel dat Van Koeveringe hier wil overbrengen.

Het is precies goed

Ik heb nog nooit in de brandende zon achter mijn vriendin aan door een stadje in Colombia gelopen (zoals de ik in het gedicht ‘4.4’), toch vóél ik de regels: ‘We zeggen niets, het is precies goed wij lopend in een voor ons/ onbekende cultuur, mijn vriendin voorop met een boterhamzakje/ in haar handen waarin vier eieren bungelen’.

In deze strofe zie je ook mooi de twee kanten van de medaille: aan de ene kant het vrij rechttoe, rechtaan geformuleerde ‘wij lopend in een voor ons onbekende cultuur’, waarmee in gewone woorden een complex gevoel wordt uitgedrukt, versus het boterhamzakje met de vier eieren; een ongebruikelijk beeld waarmee juist iets heel gewoons wordt weergegeven.

Je kunt het over heel Bewegingsmogelijkheden zeggen (of juist niet zeggen): het is precies goed.

Sytske Frederika van Koeveringe: Bewegingsmogelijkheden. Atlas Contact; 160 pagina’s; € 21,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next