Home

Jonkvrouw Elena ontdekt familiebanden met slavernij: 'Mijn voorvader beheerde een plantage' - Omroep West

DEN HAAG - Toen jonkvrouw Elena Beelaerts van Blokland negen jaar geleden oude familiepapieren begon uit te pluizen, verwachtte ze meer te leren over de stamboom van haar grootmoeder. Na een relatief korte zoektocht stuitte Elena op een opvallend document. In een trouwakte ontdekte ze dat één van haar voorouders planter was in Suriname. 'Ineens kwam die slavernijgeschiedenis in mijn leven.'

De ontdekking kwam onverwacht. Elena was onderzoek aan het doen naar de familie van haar overgrootmoeder, over wie weinig bekend was.

Tijdens een zoektocht stuitte ze online op documenten waarin Paramaribo werd genoemd, gevolgd door een harde confrontatie met het koloniale verleden van haar familie. 'Ik vond het onbegrijpelijk dat ik dat niet wist', zegt ze. 'En ik schaamde me voor mijn blinde vlek.'

Die voorouder was Theodore Bray, een jongeman die in 1841 naar Suriname vertrok om fortuin te maken op de plantages. Eerst werkte hij zich op binnen het plantagesysteem, later werd hij zelf eigenaar van plantage Spieringshoek.

Maar wat Elena’s ontdekking extra bijzonder maakt, is dat Theodore tientallen tekeningen maakte van het dagelijks leven op de plantage. Omdat fotografie nog nauwelijks bestond, vormen die tekeningen een zeldzaam inkijkje in het koloniale Suriname.

Voor Elena waren die prenten confronterend. Op een tekening is te zien hoe hij zich onderuitgezakt laat bedienen door tot slaaf gemaakte mensen. 'Dat hij daar zo vanzelfsprekend en neerbuigend zit, vind ik ongemakkelijk. Het laat zien hoe gewoon slavernij was. Hij nam de menselijkheid van zijn slaafgemaakten af en verliest daar ook zijn eigen menselijkheid', vindt ze.

Tegelijkertijd begon ze zich af te vragen hoe iemand als Theodore zichzelf zag. Hoe kon een mens leven binnen een systeem dat zo onmenselijk was? Die vraag vormde uiteindelijk de basis voor haar boek Ach Freule en haar verdere onderzoek.

Volgens Elena werd er binnen haar familie nooit over het slavernijverleden gesproken. 'Wij hebben daar generaties niet over gepraat', zegt ze. Juist dat zwijgen begon haar steeds meer bezig te houden. Ze besloot zich verder te verdiepen in de geschiedenis van slavernij, kolonialisme en de rol van Nederland daarin.

Niet vanuit schuldgevoel, benadrukt ze, maar vanuit verantwoordelijkheid. 'Ik voelde dat als ik er nu niet naar kijk, terwijl ik weet dat dit eigenlijk mijn verhaal ook is, dan blijf ik medeplichtig aan de gevolgen.'

In haar zoektocht ontdekte Elena ook hoe sterk Den Haag verbonden is met slavernij. Als bestuurlijk centrum van het koloniale rijk. Op het Lange Voorhout en Korte Voorhout staan nog altijd statige panden van families die rijk werden dankzij plantages en koloniale handel. 'Een groot deel van onze welvaart komt natuurlijk uit de koloniën', zegt Elena.

Ook het Mauritshuis speelt daarin een symbolische rol. Het museum wordt daarom ook het 'Suikerpaleis' genoemd, vanwege de banden met Johan Maurits van Nassau-Siegen. Hij verdiende rijkdom in Nederlands-Brazilië, waar suikerplantages draaiden op de arbeid van tot slaaf gemaakte mensen. De opbrengsten uit die suikerhandel hielpen mee met de bouw van het beroemde Haagse museum.

Den Haag was bovendien de politieke motor achter het slavernijsysteem. In de hofstad werden wetten gemaakt, koloniale besluiten genomen en werd uiteindelijk ook de afschaffing van slavernij geregeld.

Maar zelfs na de officiële afschaffing in 1863 moesten voormalige tot slaaf gemaakten in Suriname nog tien jaar verplicht doorwerken onder staatstoezicht.

Elena merkt dat gesprekken over het slavernijverleden nog altijd gevoelig liggen. Niet alleen in de samenleving, maar soms ook binnen families. Toch vindt ze het belangrijk om het gesprek te voeren. 'Het is noodzakelijk dat we dit onder ogen zien en niet wegkijken', zegt ze.

Wat haar betreft gaat het niet over persoonlijke schuld, maar over eerlijk kijken naar hoe Nederland door geweld en vernedering rijk is geworden. En welke gevolgen daarvan vandaag de dag nog zichtbaar zijn.

Inmiddels reist Elena langs scholen, debatcentra en theaters om in gesprek te gaan. Ook met een nazaat van de tot slaaf gemaakten van Theodore. Ze merkt dat veel mensen zoeken naar woorden en manieren om over het onderwerp te praten. 'We zijn pas net begonnen', benadrukt ze.

Maar juist dat gesprek, hoe ongemakkelijk soms ook, vindt zij essentieel. 'Het is nodig om ons verhaal over onze gedeelde geschiedenis completer te maken. Anders blijven de gevolgen etteren in ons. Als mensen niet over iets praten omdat het lastig is, wordt het alleen maar pijnlijker en ongemakkelijker.'

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next