Niet honderdduizenden, maar miljoenen mensen werden door Nederlanders in slavernij gehouden. Na eigen onderzoek is journalist Leendert van der Valk nog conservatief in zijn schatting. ‘Ik wil het belang van de excuses niet tenietdoen, maar het had inclusiever gekund.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Niet honderdduizenden, maar miljoenen mensen werden door Nederlanders in slavernij gehouden. Na eigen onderzoek is journalist Leendert van der Valk nog conservatief in zijn schatting. ‘Ik wil het belang van de excuses niet tenietdoen, maar het had inclusiever gekund.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Journalist Leendert van der Valk (46) wijst naar de wereldkaart, afgebeeld op het opengeslagen voorblad van zijn zojuist verschenen boek Vergeten plekken, vergeten mensen – Een atlas van het Nederlandse slavernijverleden. ‘Dit is de werkelijke grootte van het continent Afrika’, zegt hij.
Elke wereldkaart is een ‘projectie’: een platgedrukte wereldbol op een kaart. Van der Valk gebruikt in zijn boek projecties van de zogeheten Equal Earth-kaart. En niet de mercatorprojectie, de kaart die wij gewend zijn, die in klaslokalen hangt, die in boeken, kranten en op tv wordt getoond, die uitzoomend op Google Maps verschijnt. ‘Daarop is Europa veel te groot en Afrika even groot als Groenland, daar klopt natuurlijk niks van.’
Van der Valk: ‘Die vertrouwde wereldkaart is een koloniaal product en geeft een eurocentrisch, vertekend beeld van de wereld. Ik poog waar mogelijk meer afstand te nemen van het koloniale perspectief, waarin ik als Nederlander ben gevormd.’
Eigenlijk is Van der Valk – vandaag in Adidas-jasje met logo van oldskoolraptrio Run DMC – muziekjournalist (voor NRC) en docent journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft het talent zich grondig in onderwerpen te verliezen. Zo wist hij, vlak voor ‘wat eigenlijk een vakantie was naar Tobago’, ineens ontzettend veel over West-Afrikaanse natuurgoden en hun muzikale ritmes. Zo ontstaat dan een artikel, vaak voor De Groene Amsterdammer, of een boek, zoals Voudou (2017).
Voor zijn nieuwste, het omvangrijke en verhalende overzichtswerk Vergeten plekken, vergeten mensen, spitte de journalist archieven door, las stapels recent verschenen historische publicaties en sprak met historici, demografen, activisten, nazaten en slavernijdeskundigen. Met wetenschappelijke precisie toont hij hoeveel wijdverbreider, langduriger en grootschaliger het Nederlandse slavernijverleden was dan we vaak denken.
Hij becijfert dat het aantal slachtoffers van Nederlandse slavernij vijf tot tien keer zo hoog ligt als ‘zeshonderdduizend’, een getal dat is opgenomen in de Canon en wordt genoemd in exposities, schoolboeken en in 2023 door de koning in zijn historische excuses voor dit verleden.
Tal van plekken en dus mensen ontbreken volgens Van der Valk in ‘het nationale verhaal over slavernij’ – van Indonesië, India en Taiwan tot New York, Guyana, de Maagdeneilanden, Tobago, Zuid-Afrika en Madagaskar.
U noemt uw boek een atlas, is dat in oorsprong niet ook een koloniaal vehikel?
‘Atlassen waren bij uitstek koloniale instrumenten. Ik ben mij bewust van de ironie. De eerste atlassen, bedoeld voor de scheepvaart, waren verzamelingen van kaarten van de wereld met Europa in het centrum. Alsof het de natuurlijke orde der dingen is, en niet een keuze die machtsverhoudingen uitdrukt.
‘Die kaarten waren overigens visueel fantastisch, met rijk versierde lijsten. Maar ze tonen ook hoe we de wereld zagen: als een plek waar rijkdommen te halen waren, mensen en producten. Kapitalisme en kolonialisme zijn nauw verweven.
‘Toen ik op steeds meer vergeten gebieden en geschiedenissen stuitte, dacht ik toch: ik wil een kaart, waarop ik ze kan aanwijzen. Maar ik noem het bewust een en niet de atlas. Verder is het een verhalenboek en verre van een klassieke atlas.’
Hoe bent u als muziekjournalist en niet-historicus in het onderwerp slavernij verzeild geraakt?
‘Het begon met muziek. Ik verdiepte me in de herkomst van ritmes en melodieën van de muziekgenres in mijn platenkast: hiphop, jazz, blues, funk, soul. Dan kom je al snel bij het slavernijverleden terecht. West-Afrikaanse ritmes, natuurgoden en liederen zijn met mensen op de transporten vanuit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika meegekomen.
‘Ik wilde weten wanneer de eerste Afrikaanse muziek in Amerika heeft geklonken. In 1619, in Virginia, waar de eerste Afrikaanse slaafgemaakten naartoe werden gebracht. Dat die allereerste Afro-Amerikaanse gemeenschap is ontstaan door Nederlandse koloniale handel, weet vrijwel niemand.
‘Deze Afrikanen waren door een Engelse kapitein van een Portugees slavenschip geroofd, met een Néderlandse kaperbrief. Hij handelde in opdracht van de toenmalige burgemeester van Vlissingen. Ik dacht: hoe kan het dat wij dit niet scherp hebben in ons beeld van het Nederlandse slavernijverleden?’
Dwalend door literatuur en archieven kwam Van der Valk steeds meer landen tegen die hij nooit met het Nederlandse slavernijverleden in verband had gebracht: VOC-slaven in Japan, mensenhandel in het huidige Bangladesh, genocide en slavenroof op een eilandje bij Taiwan, de enorme omvang van slavernij in Batavia en de Kaapkolonie – allemaal onder Nederlandse vlag.
Hoe meer hij zich erin verdiepte, hoe meer hij zich begon te storen aan de mal van het maatschappelijk vertelde verhaal over Nederlandse slavernij. Dat, kort samengevat, luidt: Nederland verscheepte zeshonderdduizend Afrikaanse slaafgemaakten naar Suriname en het Caribisch gebied, Nederlandse slavernij vond plaats tussen 1637 (het jaar waarin Nederland fort Elmina voor de kust van het huidige Ghana veroverde op de Portugezen) en 1863, het officiële afschaffingsjaar.
Van der Valk: ‘Het doet geen recht aan de geschiedenis: miljoenen mannen, vrouwen en kinderen die door Nederlanders in slavernij werden gehouden, vallen buiten deze kaders.’
Hoe kan dat volgens u? Historici hebben zich de afgelopen jaren toch juist veel meer verdiept in het perspectief van de slachtoffers in de koloniale geschiedenis?
‘De kennis is er wel. Maar die ligt verspreid in een doolhof aan publicaties waarin alleen gespecialiseerde historici de weg kennen. Ik maak in mijn boek dankbaar gebruik van al het nieuwe historisch onderzoek. Onderzoekers verdiepen zich in deelaspecten van slavernij en kolonialisme. Zij beseffen juist dat allerlei regio’s en mensen buiten het ‘geijkte verhaal’ vallen.
‘Het lastige blijft: veel bronnen zijn ooit opgesteld vanuit een economisch perspectief. Wat niet relevant werd gevonden, is niet genoteerd en de nadruk ligt op hándel in mensen, maar slavernij is zoveel meer dan dat. Neem alleen alle mensen die in slavernij zijn geboren.
‘Wie een biografie wil maken van een slaafgemaakte, zoals ik in mijn boek probeer, moet eindeloos zoeken in archieven zonder te weten of je op de goede plek zoekt, of je überhaupt iets gaat tegenkomen. Zonder de recente digitalisering van veel archieven had ik dit boek met persoonlijke verhalen niet kunnen schrijven.’
Heeft u een voorbeeld van zo’n verhaal?
‘Koopman Cornelis de Houtman vaart als eerste onder Kaap de Goede Hoop langs, het is de koloniale moederreis waaruit de VOC is voortgekomen, in 1595. Onderweg op Madagaskar rooft hij twee jongens van 12 en 15 jaar: Lourens en Madagascar. Hij laat ze als slaaf aan boord werken. Ik heb geprobeerd hun verhaal te reconstrueren, want het is een uitvoerig onderzochte reis, met veel beschikbare teksten.
‘Onderweg treft De Houtman, naar wie overal in Nederland straten en kades zijn vernoemd, bovendien vijf Nederlandse schepen die met ‘Suicker en Swarten, meest vrouwparsoonen’ naar slavenmarkten in Portugal reizen. Toch begint de Nederlandse slavernij vaak pas in 1637, toen Elmina bij Ghana op de Portugezen werd veroverd.’
Hoe verklaart u dat?
‘Het klinkt als een helder afgebakend verhaal, vanaf dat moment had de WIC een slavenfort, maar al lang voor die tijd gaat het in reisverslagen constant over ‘slaven’. Een ander voorbeeld is Tobago, dat was een belangrijke Nederlandse kolonie. In Nederland is dat amper bekend. Datzelfde geldt voor de geschiedenis van de Ramapo Munsee, een groep inheemse Amerikanen die vlak bij New York wonen, afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners van Manhattan. Er komen daar allemaal Nederlandse achternamen voor: Defreese, Vandonk, DeGroat.
‘Inheemse slavernij is zo’n vergeten groep, want slecht geregistreerd. Mensen werden ter plekke gevangen en ingezet, daar kwamen geen documenten aan te pas. Er is vooral fragmentarisch bewijs. Zelf kennen de Ramapo hun geschiedenis door mondelinge overdracht, vertelde een chief, Dwaine Perry, me.’
Van der Valk schat dat minimaal 3,3- tot 5,3 miljoen mensen onder slavernij hebben geleefd in Nederlandse koloniën. In zijn boek legt hij uitvoerig uit hoe deze getallen tot stand zijn gekomen. Hij noemt alle betrokken onderzoekers en verwijst naar beschikbare (openbare) bronnen.
Hoe serieus zijn deze getallen?
‘Ik ben, net als mensen die mij hebben geholpen, zeer behoudend geweest. De werkelijke getallen liggen vermoedelijk nog hoger. Het trans-Atlantische getal zeshonderdduizend is bijvoorbeeld vooral gebaseerd op officiële compagniepapieren. In werkelijkheid was de handel rommeliger: smokkel, kaapvaart, particuliere handel, intra-Caribische handel en inheemse slaafgemaakten – allemaal niet of onvolledig genoteerd.
‘Nijmeegse historisch demografen hebben een voorzichtige berekening gemaakt van het aantal in slavernij geboren mensen in Suriname. Ook dat is slecht gedocumenteerd. Tussen de 167- en 265 duizend baby’s zijn in slavernij geboren, wederom: conservatieve schattingen.
‘De 1,2- tot 1,9 miljoen mensen in slavernij rond de Indische Oceaan zijn deels gebaseerd op onderzoek van Matthias van Rossum. In Azië moet je de cijfers nog veel meer bijeensprokkelen. Mensen wisselden voortdurend van eigenaar en slaafgemaakten waren vaak geen bezit van de VOC, maar van particuliere VOC-medewerkers.’
In het Surinaamse buurland Guyana waren mensen teleurgesteld dat zij geen deel uitmaakten van de Nederlandse excuses voor het trans-Atlantische slavernijverleden. Begrijpt u dat?
‘Absoluut. Tot 1814 waren Essequibo, Demerara en Berbice (huidig Guyana, red.) Nederlands. Nederland had er meer slaafgemaakten dan in Suriname. Ik vrees dat politiek opportunisme een rol speelt: het was minder recent, en er waren minder nazaten in Nederland om een vuist te maken. Geen groep kortom die niet meer te negeren viel, dat gold voor de recentere koloniën wel.
‘Hetzelfde geldt voor Zuid-Afrika; waarom is het verhaal van de Kaapkolonie niet meegenomen? Het had inclusiever gekund, tegelijkertijd wil ik het belang van de excuses niet tenietdoen.’
Een andere vergeten groep zijn kinderen, las ik in uw boek.
‘Ik had me niet gerealiseerd hoe ontzettend veel kinderen onder slavernij hebben geleefd. Het blijkt ook niet altijd uit de cijfers, omdat kinderen minder of geen economische waarde vertegenwoordigen. Staat er ‘2 stuks’, dan kan dat om zes kinderen gaan. En heel veel kinderen overleefden het niet. De focus ligt bovendien op slavenhandel. Maar onvrijheid werd doorgegeven via de baarmoeder, er zijn talloze baby’s geboren in slavernij.’
Gaat het over slavernij, dan gaat in het publieke debat meestal niet over Azië.
Knikkend: ‘Neem een land als India. Wordt nooit met Nederlandse slavernij geassocieerd, maar daar zijn minstens honderdduizend mensen tot slaaf gemaakt onder Nederlandse vlag. Het toont op welke schaal Nederland zich bezighield met mensenhandel.
‘Die mensen waren nodig omdat hele populaties werden uitgeroeid om bepaalde gebieden in bezit te krijgen. Neem de genocide op de Banda-eilanden onder J.P. Coen. Al die plekken moesten opnieuw bevolkt worden, ‘geherpeupleert’, dus werden er slaafgemaakten gehaald. Uit Taiwan, Madagaskar, Sri Lanka, en India dus. Het eerste Nederlandse schip werd met 1.100 mensen volgeladen. Dat is zo’n absurd getal, daar waren die schepen totaal niet op toegerust. Een groot deel overleefde het niet.’
Die mensen in India werden, net als in Afrika, door lokale handelaren verkocht. Kun je dan over Nederlandse mensenhandel te spreken?
‘Slavernij bestond op veel plekken in de wereld. Het gaat om de handelsgeest die eraan is toegevoegd, de industriële schaal waarop het is ingezet, het vervoeren van mensen tussen continenten als scheepslading – dat zijn Europese uitvindingen.’
Waarom is het Aziatische verhaal zoveel minder bekend?
‘Het nationale verhaal, geconstrueerd in de 19de eeuw, is: de WIC is onze schandvlek, die handelde in mensen, de VOC was een succesvolle handelsmaatschappij die met lokale vorsten samenwerkte en niet aan mensenhandel deed. Wat gewoon niet klopt. Slavernij in Nederlands-Indië ging door tot in de 20ste eeuw.
‘Er heerst een hardnekkig idee dat slavernij in VOC-gebied minder erg zou zijn geweest. Er is weinig grond om dat te denken en ik vind zulke vergelijkingen problematisch. Slaafgemaakten werden vaker ingezet in huishoudens, minder op plantages, is de redenering. Maar ook daar maakten mensen verschrikkelijke dingen mee. En in Zuidoost-Azië had je ook plantages voor nootmuskaat, koffie, suiker, mét slaafgemaakten. Het is allemaal onderdeel van hetzelfde koloniale, uitbuitende systeem.
‘Door de jaren heen hebben nazaten en activisten vanuit de Afro-Caribische gemeenschap in Nederland een lange strijd voor erkenning en aandacht gevoerd. Vanuit de Indische gemeenschap speelde dat minder, zij hadden een andere, recentere erkenningsstrijd voor de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog te voeren.
‘Ik vind het wrang dat voor alle aangedane leed maar beperkte ruimte is. Ik zie het als een voortzetting van het koloniale principe van verdeel en heers. Het resultaat is een cynisch systeem, waarin activisten of mensen die proberen ergens aandacht voor te krijgen in een onderlinge concurrentie terechtkomen.’
Sommige mensen zullen zeggen: wéér een boek over slavernij. Hoe kijkt u naar mensen die met VOC-vlaggen zwaaien omdat ze liever ‘trots’ zijn op de Nederlandse koloniale geschiedenis?
‘Ik heb nooit begrepen waarom mensen trots zijn op zaken waarin ze geen persoonlijk aandeel hebben gehad. Diezelfde mensen zeggen: slavernij, wat heb ik daarmee te maken?
‘Het gaat om een Europees systeem dat eeuwenlang de wereld heeft gevormd. Europeanen hebben inwoners van zoveel gebieden uitgeroeid, de bodem van gebieden uitgeput, alles ingezet voor eigen gewin. Het is mijn stellige overtuiging dat je in de verdeling van welvaart, kansen en rijkdom in de wereld nog steeds die koloniale lijnen ziet. De doorwerking valt niet te negeren, hoe het mondiale Zuiden op achterstand is gekomen, en hoe Europa en Amerika zich nog altijd als centrum van de wereld beschouwen.
‘Een andere duidelijke doorwerking zie je in racisme: het kijken naar de ander via raciale lijnen. Om slavernij goed te praten, werd een verhaal van minderwaardige mensen verteld. Deze ideeën resoneren nog altijd in het huidige wij-zijdenken en xenofobie.’
Van der Valk pakt de wereldkaart in zijn boek er weer bij. Op dertig plekken staat een getal. ‘Plekken waar Nederland koloniaal actief is geweest. Bijna allemaal regio’s met armoede, minder kansen en een groter gevaar voor ecologische rampen. Hoe kun je niet zien dat de welvaartsverdeling en chaos in hele delen van de wereld zijn terug te voeren op het Europese gedachtegoed van het tot nut maken van andere mensen en andere plekken voor eigen gewin?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant