Het geld voor jonge Nederlandse innovatieve bedrijven droogt op, waarschuwt investeerdersclub NVP. Vooral buitenlandse investeerders stappen in veelbelovende jonge Nederlandse techondernemingen, ondanks het Europese streven naar economische zelfstandigheid.
zijn redacteur Economie van de Volkskrant.
Natuurlijk was het een sprong in het diepe. Zoals elke startende ondernemer, van fietsenmaker tot softwarebouwer, ging ook Jan Willem Heinen met zijn plan voor een elektrisch vliegtuig een ongewis avontuur tegemoet. Maar het plan was groot, en de ambitie ook, en die twee werden serieus genomen.
Hij vond een paar grote investeerders en kreeg een Europese subsidie van 17,5 miljoen euro. Er kwamen grote partners aan boord, zoals twee fabrikanten van vliegtuigmotoren uit Canada en Japan. Ook drie vliegtuigmaatschappijen sloten zich aan, waaronder het Amerikaanse Delta. Voor de stappen richting prototype, een eerste hybride vliegtuig van Maeve, was nog eens 20 miljoen euro nodig.
Dat extra geld blijkt echter niet te vinden.
Het lijkt in een trend te passen. Beginnende ondernemingen weten in Nederland best wat geld aan te trekken, maar als ze willen doorgroeien zijn financiers opeens een stuk moeilijker te vinden. De Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP) luidde vorige week zelfs de alarmbel. ‘De motor voor de volgende fase stokt’, aldus deze club van investeerders. ‘Dat is een zorgwekkende ontwikkeling.’
De NVP kan het weten. Zij verenigt 90 procent van alle partijen die in Nederland geld steken in bedrijven, van het durfkapitaal waarmee start-ups leven ingeblazen wordt tot de grote sommen waarmee volwassen ondernemingen worden overgenomen via zogeheten buy-outs. In 2025 hadden de in Nederland gevestigde fondsen ruim 55 miljard euro aan kapitaal geïnvesteerd.
Dit geld is niet van henzelf: ze halen dit op bij vermogende partijen, zoals grote beleggers, vermogensbeheerders, pensioenfondsen en rijke families. Daarmee vullen ze een zogeheten fonds, dat specifiek bedoeld is voor een bepaalde sector of een bepaald segment. Zo haalde het Nederlandse Waterland in de eerste paar maanden van dit jaar 4,6 miljard euro op. Hun strategie: middelgrote bedrijven opkopen om die marktleider te maken, zoals ze bijvoorbeeld hebben gedaan met biefstukketen Loetje.
Dit private equity wordt soms als schadelijk gezien. Het Amerikaanse KKR, dat ook in Nederland actief is, staat bekend om zijn meedogenloze bezuinigingen en opknippraktijken. Maar de meeste investeerders zitten wel voor zeven tot tien jaar in een bedrijf, en helpen niet alleen met geld maar ook met managementervaring. Veel bedrijven worden er beter of groter van.
Alleen: de geldschieters laten het nu dus deels afweten. Het afgelopen jaar haalden de fondsen nog maar 32 miljoen euro aan groeikapitaal op, geld bedoeld voor de pubers onder de bedrijven, de zogeheten scale-ups, relatief jonge ondernemingen die van een waarde van 50 miljoen willen doorgroeien richting 500 miljoen. Sinds het topjaar 2022 is dit segment min of meer opgedroogd, zegt Felix Zwart, onderzoeker bij NVP. ‘Die 32 miljoen is het laagste bedrag ooit gemeten.’
Hoogleraar finance Willem Schramade van Nyenrode Business Universiteit, een kenner van de beleggingswereld, zegt het investeringstekort ‘helaas’ te herkennen. ‘Dat is nogal tragisch, want het potentieel is enorm. Juist deze investeringen zijn hoognodig voor de economische en geopolitieke uitdagingen waar Nederland voor staat. We laten heel veel mooie bedrijven lopen. En dus heel veel verdienvermogen.’
Naar de oorzaken is het zoeken. Natuurlijk hebben de geopolitieke spanningen ook invloed op het humeur van investeerders. Maar voor start-ups, de baby’s en kleuters van het bedrijfsleven, werd er vorig jaar nog steeds een miljard euro opgehaald, en ook voor buy-outs, de grotere overnames, is nog steeds best veel animo. Het zijn juist de bedrijven die van klein naar groot willen gaan die geen tractie krijgen.
Maarten Steinbuch, techondernemer, hoogleraar Systems and Control aan de Technische Universiteit Eindhoven en adviseur van asprirant-vliegtuigbouwer Maeve, ziet ‘veel onzekerheid’ onder investeerders door de oorlog in het Midden-Oosten. ‘Net als toen de oorlog in Oekraïne begon. En Europa is men al zo voorzichtig met investeren in de meest innovatieve bedrijven. In de Verenigde Staten wordt veel meer risico genomen en gaat het vaak om grotere investeringen.’
Soms staat de ene sector ook gewoon meer in de belangstelling dan de andere, ziet Steinbuch. ‘Er was jarenlang veel aandacht voor de sector energie en klimaat. Nu kijken investeerders vooral naar kansen op het gebied van defensie en kunstmatige intelligentie.’
Ook is het een probleem dat er het afgelopen jaar weinig zogeheten exits waren. Dat is het moment dat een veelbelovend bedrijf naar de beurs gaat, of wordt opgekocht door een grotere onderneming. De opbrengst kunnen investeerders vervolgens in nieuwe ondernemingen steken, waarna de cyclus weer begint.
‘Grote bedrijven nemen relatief weinig van onze jonge innovatieve ondernemingen over’, zegt Zwart. ‘In de VS gebeurt dat veel vaker, als onderdeel van hun pijplijn voor research and development. Ze betalen er doorgaans ook veel meer voor. Europese bedrijven zien zo’n overname eerder als te duur en complex.’
Die exits zijn uiteindelijk ook bepalend voor het investeringsklimaat, zegt Zwart. ‘Als je weet dat je een bedrijf na verloop van tijd waarschijnlijk goed kunt verkopen, ben je ook bereid meer risico te nemen.’
Aan de kwaliteit van de Nederlandse jonge ondernemingen lijkt het niet te liggen. Allereerst gaan relatief weinig scale-ups failliet, blijkt uit de cijfers: vorig jaar maar zes. En ook opmerkelijk: terwijl Nederlandse investeerders huiverig zijn en groeifondsen opdrogen, blijft het buitenland geïnteresseerd. Met name Europese en Amerikaanse investeerders waren wél bereid geld te steken in groeiende ondernemingen.
Dat kan worden gezien als compliment, zegt Martijn van Dam, voorzitter van de NVP en oud-staatssecretaris van Economische Zaken voor de PvdA. ‘Maar het maakt ons ook kwetsbaar. Buitenlandse investeerders gaan niet zelden aan zo’n bedrijf trekken. Dan verdwijnt bijvoorbeeld plotseling een hoofdkantoor of onderzoeksafdeling naar een ander land. Dat gaat dan dus ten koste van de Nederlandse economie, concurrentiepositie en werkgelegenheid.’
Waar moeten de oplossingen worden gezocht?
Uniformering van de regelgeving van Europese landen is een grote wens van de sector, aldus NVP-voorzitter Van Dam. Dan kunnen Nederlandse bedrijven hun succesvolle producten veel makkelijker ‘uitrollen’ over de grote Europese markt, net zoals Amerikaanse bedrijven een grote thuismarkt hebben. Hetzelfde geldt voor de Europese kapitaalmarkt, die ook veel complexer is dan de Amerikaanse. Europese investeerders zouden veel makkelijker moeten kunnen investeren in hun buurlanden.’
Daarnaast zouden Nederlandse pensioenfondsen veel meer kunnen doen, zegt hoogleraar Schramade. ‘Die steken nu gemiddeld niet meer dan 0,1 procent van hun enorme vermogen in start-ups of scale-ups. Pensioenfondsen zijn extreem risicomijdend en bureaucratisch, met bijvoorbeeld zeer strikt voorgeschreven verhoudingen in hun beleggingsportefeuille. Een uitzondering is pensioenfonds PME/PMT. Dat steekt wel veel geld in veelbelovende hightech-bedrijven. Dat gaat waarschijnlijk een geweldig rendement opleveren.’
Het kan zo makkelijk zijn, aldus Schramade. ‘Als alle pensioenfondsen 0,5 procent van hun vermogen ter beschikking zouden stellen voor jonge bedrijven, dan heeft Nederland meer dan genoeg geld voor alle innovatie.’
Een woordvoerder van Nederlands grootste pensioenfonds, ABP, erkent dat pensioenfondsen een grotere rol kunnen spelen, met name als het gaat om langetermijninvesteringen in risicodragend kapitaal. ‘Tegelijkertijd geldt dat ABP altijd belegt in het belang van zijn deelnemers. Investeringen moeten dus passen binnen het risico-rendementsprofiel dat daarbij hoort.’
Het ABP doet niet niks. Het heeft ruim 3 miljard euro geïnvesteerd in venture capital en groeikapitaal. Daarvan is 700 miljoen belegd in Europese fondsen, waaronder het Nederlandse Innovation Industries en Gilde Healthcare. Voor meer investeringen in groeiende ondernemingen is het betrokken bij het opzetten van een Scale-up Europe Fund, bevestigde het ABP vrijdag. Met het ministerie van Economische Zaken spreekt het over deelname aan het Dutch Impact Growth Fund van Invest-NL.
De NVP vindt daarnaast dat het kabinet een verkeerd signaal afgeeft. De overheid steunt weliswaar het start-up ecosysteem via bijvoorbeeld Invest-NL. Maar het kabinet-Jetten bezuinigt ook op het Toekomstfonds, een potje met subsidies die als hefboom werken, en zo private investeerders kunnen verleiden ook in te stappen. ‘De overheidssteun levert niet alleen geld op, het is ook een kwaliteitskeurmerk’, zegt Zwart. ‘Dat verlaagt de drempel voor andere investeerders.’
Nederland heeft de komende tien jaar meer dan 150 miljard euro extra investeringsgeld nodig, zegt NVP-voorzitter Van Dam. ‘Dat moet vooral komen van private partijen. Bij de fondsenwerving blijkt altijd weer dat stimulering van de overheid essentieel is. Het is onbegrijpelijk dat het kabinet tot 40 miljoen per jaar wil bezuinigen op het Toekomstfonds. Dat gaat ons echt tientallen start-ups per jaar kosten, als het er niet meer zijn.’
Hoogleraar Steinbuch ziet enerzijds dat Nederland ‘veel meer aandacht heeft voor innovatieve bedrijven dan tien jaar geleden, zoals in deep tech en duurzame circulaire techniek.’ Anderzijds is het ‘jammer dat bijvoorbeeld het Nationaal Groeifonds het laat afweten. Daar was 20 miljard euro voor uitgetrokken, maar er werd maar iets meer dan de helft uitgekeerd. Als het kabinet het rapport-Wennink (ex-CEO van ASML) nog eens zou lezen, over de benodigde investeringen, dan begrijpen ze het wel. Innovatie levert heel veel werkgelegenheid op.’
Minister van Economische Zaken Heleen Herbert (CDA) erkent dat er is bezuinigd op het Nationaal Groeifonds, waarvan bijna 7 miljard euro van de beloofde 20 miljard anders zal worden besteed, ruim 1 miljard gaat bijvoorbeeld naar meer wegen en woningen rond de halfgeleiderindustrie in de Brainport Regio Eindhoven.
Zij benadrukt wel dat ook dit kabinet het ‘van groot belang’ acht om jonge innovatieve bedrijven te blijven steunen. Er blijft dan ook een brede waaier van steunmaatregelen in stand, uiteenlopend van fiscale voordelen tot subsidies. Daarbij richt het zich ook op meer publieke-private samenwerking, zoals in een nieuwe Nationale Investeringsinstelling. Ook is er een initiatief als een beleggingsfonds waarin Nederlandse pensioenfondsen kapitaal kunnen gaan storten. ‘Tegelijkertijd wil dit kabinet de overheidsuitgaven beheersen’, aldus de bewindsvrouw. Regelingen als het Innovatiekrediet uit het Toekomstfonds blijven bestaan, ‘zij het met minder geld.’
Voor de Nederlandse start-up en vliegtuigbouwer Maeve dreigt inmiddels een faillissement, al is oprichter Heinen nog naarstig op zoek naar nieuwe investeerders. Pijnlijk detail: aanstaande donderdag zal vanaf Schiphol een ander (geheel) elektrisch vliegtuig een demonstratievlucht maken. De fabrikant: een start-up uit de Verenigde Staten.
In een eerdere versie van dit artikel stond dat het geld van een nieuwe investeringsronde van de Delftse chipsmaker QuantWare ‘vooral’ uit het buitenland kwam. Inderdaad kwamen er miljoenen van een Britse en twee Amerikaanse investeerders, maar meer dan de helft van het kapitaal kwam van Nederlandse investeerders, waaronder het Amsterdamse durfkapitaalfonds Forward.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant