Na zijn studie stond Hans op een tweesplitsing: kiezen voor zekerheid of voor het ongewisse. Zijn keuze van toen zit hem nog steeds dwars. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
‘De deuren van de wereld openden zich toen ik naar de middelbare school ging en ik mij onder gelijken bevond. Ik vond zielsverwanten, mensen in wie ik mezelf herkende en die zich in mij herkenden. Ik ontmoette een vriend die ik nu nog steeds als mijn beste beschouw. We waanden onszelf kunstenaars, dichters, we zouden een beroemd komisch duo worden. Tomaat met bretels zouden we gaan heten. We waren creatief, alternatief en brutaal. En bevoorrecht. We werden aangemoedigd en geprezen en onze toekomstplannen werden met de dag groter en eindelozer. Mijn vriend ging taal en literatuurwetenschap studeren, ik ging naar de kunstacademie.
Ik studeerde halverwege de jaren negentig af in grafisch ontwerp en illustratie. Met een gymnasium- en academiediploma op zak dacht ik dat de wereld aan mijn voeten lag. Nadat ik vanaf de lagere school in de schoolbanken had gezeten, had ik verwacht dat ik in een wereld terecht zou komen waarin alles kon en mocht, een leven waarin ik mijn eigen tijd zou indelen. De hele dag doen waar ik goed in was en wat ik leuk vond. Terwijl ik jaren had gedroomd van een groots en meeslepend leven, ging die deur op dat moment dicht. Een onzichtbare kracht duwde mij een serieuze kant op. Ik kreeg een vriendinnetje, een baan bij een ontwerpbureau, en op mijn 27ste kregen we een zoon. Twee jaar later een dochter.
Hoewel alles een bewuste keuze was, had ik mezelf in een situatie gewurmd waarin er ineens niet zo heel veel meer mogelijk was. Ik was in een mal geduwd van een bestaan met verplichtingen en verantwoordelijkheden. Er moest gewerkt, gezorgd en geld verdiend worden. Het liefst elk jaar een beetje meer om een beter leven op te bouwen. En voordat ik het in de gaten had, was ik 50. Het leven is aan me voorbijgetrokken. Ik heb er spijt van dat ik niet moediger ben geweest om destijds te kiezen voor een ludieker leven. Het leven van een kunstenaar, een komiek, een schrijver, een onbegrepen bon vivant voor mijn part.
Ik probeer terug te gaan naar een moment, een actie of juist het gebrek aan actie, waar ik nou precies spijt van heb. In mijn hoofd is dat moment waarop ik na mijn studie bij die tweesplitsing stond en moest kiezen voor zekerheid en verantwoordelijkheid of die mistige weg aan de andere kant waarvan je niet weet waar die heengaat en waar je terechtkomt. Ik zal nooit weten wat het andere scenario me had opgeleverd. Voor hetzelfde geld was het helemaal hartstikke misgegaan en was ik in de goot beland. De kwestie is dat ik niet weet hoe het leven was gelopen als ik moediger was geweest. Ik zou terug willen naar het moment waarop ik rechts de uitgestippelde wereld zie liggen, en dan linksaf gaan.
Na ruim twintig jaar voor een ontwerpbureau te hebben gewerkt, werd ik een paar jaar geleden getipt voor een baan als artdirector bij een groot commercieel bedrijf. Een heel serieuze baan met nog meer verantwoordelijkheden. Het was veel commerciëler dan ik gewend was, het draaide om zoveel mogelijk producten te verkopen. Ik keek toen naar een aflevering van Tegenlicht die ging over bullshitbanen. Meer dan 20 procent van de mensen vindt dat ze nutteloos werk doen, zoals managers, consultants, coaches of ambtenaren. Een antropoloog vertelde in het programma dat mensen die in de reclame werken het minst teruggeven aan de maatschappij. Van elke euro die ze verdienen, kosten ze de maatschappij 11 euro. Ze zitten in die banen vanwege de financiële veiligheid, vanwege de voorwaarden, zeker niet omdat het hun droombaan is.
Toen we vorig jaar uitgerust van een heerlijke vakantie in Spanje terugkwamen, dacht ik dat ik er wel weer klaar voor was. Ik was om half negen op mijn werk, maar om twaalf uur was ik weer thuis. Ik trok het niet meer. Ik had eindelijk de moed om die verstikkende baan op te zeggen en voor de vrijheid van het freelance bestaan te kiezen. We zijn nu een half jaar verder en het is minder rooskleurig dan ik hoopte, de opdrachtgevers staan nog niet in de rij. Er zijn paniekmomenten waarop ik denk: ik kan dit helemaal niet, ik moet terug in m’n hok. Ik voel me gelukkig en ongelukkig tegelijk: bevrijd en onthand. Ik zit alsnog gewoon de hele dag achter mijn bureau. Terwijl ik natuurlijk de hort op kan gaan als ik niks te doen heb. Maar dat voelt niet goed.
Ik probeer iets om te keren door zzp’er te zijn, maar in zekere zin is het leven onomkeerbaar. De tijd is meedogenloos, je kunt nooit helemaal terug. Ik moet mezelf herprogrammeren. Van een leven waarin ik altijd maar van alles moest, wennen aan een leven waarin ik ook eens een middag voor me uit mag staren, de tijd aan me voorbij laten gaan. Als je spijt hebt van iets wat je gedáán hebt, is het meestal lastiger om het ongedaan te maken. Ik heb mijn kinderen nooit geslagen, een fout bewind gesteund of varkens gecoupeerd. Ik heb spijt van iets dat ik juist níét heb gedaan, en dan kun je nog een poging wagen om het alsnog te doen. Maar ik sta niet meer als 25-jarige op die tweesprong, ik kan het avontuur van het ongewisse pad niet meer inslaan. Had ik toen maar een tussenjaar genomen om me op mijn leven te bezinnen. Maar dat was toen nog niet gebruikelijk, sterker nog, ik had er nooit van gehoord.
Ik geloof niet dat ik in een midlifecrisis zit. Niet in de zin van dat ik een motor wil kopen, een staartje laat groeien of een jongere vriendin ambieer. Maar ik realiseer wel dat ik over de helft ben. Mijn wens is dat ik kan genieten van de vrijheid als zzp’er. Dat ik mijn creativiteit kwijt kan en tegelijkertijd ook geld verdien want hoewel zij mij steunt in mijn beslissing, wil ik niet dat mijn vrouw alles voor mij betaalt. Ik hoop dat ik aan het eind van mijn leven tevreden ben met mezelf. Dat ik eruit heb gehaald wat erin zat. Iedereen snapt dat het geen zin heeft om met spijt terug te blikken op je leven. Maar op zich kan het geen kwaad om jezelf de vraag te stellen van: ben ik gelukkig geweest? Heb ik het goed gedaan? Heb ik eruit gehaald wat erin zat?
Vooral mannen, en zeker mannen van mijn leeftijd, zullen niet snel toegeven dat ze gefaald hebben of dat ze mislukt zijn. Ze houden vooral de schijn op dat het allemaal crescendo gaat. Voetbalpraat in de kleedkamer, het blijft oppervlakkig. Vooral niet laten merken dat je iets meer van jezelf verwacht had. Ze blijven volharden dat het hartstikke goed gaat, helemaal super. Dat geloof ik niet, ik kan niet de enige zijn die hier een spijtgevoel over heeft. Ik noem het stille spijt. Met mijn vriend van de middelbare school, die al een eeuwigheid voor de provincie werkt, zit ik weleens tijdens het drinken van een biertje te mijmeren over onze grenzeloze ambitie van destijds. Als het duo Tomaat met bretels dat nooit het daglicht zag, kijken we elkaar meewarig aan: zie ons hier nou zitten, mannen van middelbare leeftijd. Je moet natuurlijk niet cynisch worden. Je moet er geen negatieve bijsmaak bij krijgen als je erover nadenkt want laten we wel wezen, we hebben een heel goed leven. Maar je mag natuurlijk best toegeven dat het niet helemaal is geworden wat je je ervan voorstelde.’
Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant