Home

‘De Zes’ is een heerlijk smulboek vol onderlinge haat en nijd

is columnist voor de Volkskrant

In Antwerpen ging ik naar de tentoonstelling De Zes van Antwerpen, over de zes, bijna allemaal beroemde, modeontwerpers die in 1977 bij elkaar in de klas kwamen aan de Antwerpse modeacademie: Dries Van Noten, Walter Van Beirendonck, Marina Yee, Ann Vandevorst, Dirk Van Saene en Dirk Bikkembergs. De twee Dirken werden respectievelijk Dirkske en De Lange genoemd.

Het was een prachtige tentoonstelling, waarna ik besloot dat ik de panty met daarop afgedrukte gelakte tenen van Dirk Van Saene moest hebben. Maar ik miste wat, namelijk de verhalen van de ontwerpers. Er was een film met modekenners, er waren veel kleren, maar niet: eigen verhalen.

Er lag een catalogus van de tentoonstelling, maar daarna las ik dat er ook een boek was uitgekomen dat omstreden was: De Zes, Het Onvertelde Verhaal van de Zes van Antwerpen van Oscar van den Boogaard (het ietwat hysterische aantal hoofdletters hoort bij deze titel).

De Zes is een heerlijk smulboek, vol onderlinge haat, nijd en een gemeen tijdschriftje dat Dirkske over de anderen maakte – ik denk dat het daarom ‘omstreden’ is. Het gaat ook over vriendschap en liefde, natuurlijk, en dat alles meandert driehonderd bladzijden lang door, waarbij ik het gevoel kreeg dat Oscar van den Boogaard elk woord heeft opgeschreven dat de Zes tegen hem hebben gezegd.

Hoe vaak er niet werd gememoreerd dat de Cinderella een geweldige nachtclub was, of dat ze van Mary Prijot, de vrouw die in haar eentje ongeveer de hele modeacademie bestierde, kleren moesten ontwerpen met het thema ‘oertijd’. Iéts van redactie had er wellicht wel op dit boek moeten worden gepleegd. Zo is er een hele passage gewijd aan de constellatie waarin de Zes de Hiroshimashow van Commes des Garçons hadden gezien: waren het Marina en Martin Margiela, en juist Ann en Martin, of was Dirkske erbij? Niet heel belangrijk.

Tegelijkertijd is het oeverloos laten leeglopen van zes artistieke genieën gewoon lekker om te lezen. Hoe Walter Van Beirendonck als jongen naar een internaat werd gestuurd (‘verschrikkelijk, echt verschrikkelijk’), en daar ‘plateauzolen van 18 centimeter en broeken met olifantenpijpen’ droeg. Hoe een vriend van De Zes een winkel opzette die hij Coccodrillo noemde, omdat hij iemand dat woord door de telefoon had horen zeggen. Of over hoe Dirk Bikkembergs kleding ontwierp: ‘Zodra ik een vonkske had, en wist: dat is het idee, dan duurde het geen tien minuten of de hele taart was klaar.’

Het is geen rechtlijnig verhaal, want verhalen over carrières en ideeën en haat en liefde gaan nu eenmaal niet logisch van A naar B naar C. Ik heb ook het idee dat modeontwerpers niet zo to the point kunnen vertellen als ze kunnen ontwerpen. Dus: het klopt.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next