Home

Zelfs ‘pitloze’ mandarijnen bevatten soms pitten. Hoe kan dat?

De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: hoe worden ‘pitloze’ mandarijnen gemaakt en waarom zitten er soms tóch pitten in?

schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.

Mandarijntjes zijn altijd een gok. De ene mandarijn is verfrissend en zoet, de andere mandarijn (zelfde netje, zelfde boom misschien wel) smaakt alsof-ie langdurig is geweekt in azijn. En dan zijn er nog de pitten. Zelfs zogenoemde ‘pitloze mandarijnen’ bevatten vaak gewoon pitten – tegen iedere belofte in.

Hoe kan dat, vraagt lezer Bart Bijtema zich af. Waarom hebben pitloze mandarijnen soms tóch pitten en wat gebeurt er als je zo’n pitje in de grond steekt? Krijg je dan (gewoon) een mandarijnenboompje, of werkt dat toch net anders?

Gespecialiseerde mandarijnenonderzoekers zijn schaars, maar een recente overzichtsstudie van drie onderzoekers van het landbouwonderzoeksinstituut in Beit Dagan in Israël bevat alles wat een mens moet weten over mandarijnen. (Bijna alles dan. De historische context ontbreekt. De Israëlische citrusteelt en daarmee het onderzoek in Beit Dagan hangt historisch samen met de roof van Palestijns land en kwekerijen tijdens en direct na de oorlog van 1948. Die geschiedenis wordt behandeld in The Lost Orchard: The Palestinian-Arab Citrus Industry 1850-1950, uitgegeven door Syracuse University Press.)

Steekproef

De definitie van ‘pitloze mandarijn’ is niet zo zwart-wit als je als consument misschien verwacht, schrijven de onderzoekers. Tot voor kort was het uitgangspunt dat een ‘pitloze’ mandarijnenvariëteit niet meer dan vijf zaden mag hebben in een willekeurige steekproef van 25 vruchten. Die bepaling is de afgelopen jaren, onder invloed van groeiende vraag, aangescherpt. ‘Volgens [huidige] commerciële criteria heeft een ‘pitloos’ mandarijnenras maximaal vier pitten in een steekproef van honderd vruchten, waarbij geen enkele mandarijn meer dan twee zaden mag bevatten.’

Een veelgebruikte methode voor het kweken van pitloze mandarijnen is het gebruik van zogeheten zelf-incompatibele variëteiten, waarvan bloesems zich niet kunnen bevruchten met hun eigen stuifmeel. Uit zo’n niet-bevruchte bloesem kan wél een mandarijn groeien, maar die heeft dan géén pitten.

Pollendragers buitenhouden

Externe bevruchting, met pollen van andere bomen, is te voorkomen door bloeiende bomen te besproeien met kopersulfaatoplossing of het plantenhormoon gibberellinezuur. Een andere, meer lowtechmethode is het bedekken van de mandarijnenbomen onder insectenwerend gaasdoek om bijen en andere pollendragers buiten de deur te houden. Het nadeel van die methode is dat er soms tóch een binnenglipt en bloesems bevrucht. De mandarijnen die daaruit groeien hebben gewoon pitjes.

Kun je die pitten opkweken tot een volwaardige mandarijnenboom? Ja, dat kan. Een op normale wijze bevruchte mandarijnenbloesem produceert normale vruchten met normale pitten.

Het is de vraag of de vruchten van die nieuwe mandarijnenboom ook echt lekker zijn. Bevruchting door willekeurige insecten is een ongecontroleerd proces, en het is mogelijk dat een langsvliegende bij pollen meeneemt van een compleet andere mandarijnensoort. De pitjes zijn dan een onvoorspelbare kruising van twee variëteiten met net zo onvoorspelbare gevolgen voor de smaak van de vruchten aan de nieuwe boom.

Inderdaad: mandarijntjes zijn altijd een gok.

Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next