Home

Mensen in witte pakken zijn moderne onheilsbrengers: symbolen van ‘sorry, het is eigenlijk al te laat’

Een foto uit Gaza van een man in een wit beschermpak heeft meteen iets onheilspellends. We kennen dit beeld van ebola-uitbraken en de coronapandemie, maar het gaat hier om iets anders.

schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.

De Chimaera had drie hoofden: een van een leeuw, een van een slang en op haar rug een van een geit die vuur spuwt. Je vindt haar op oude Griekse vazen, in de Metamorfosen van Ovidius en in moderne jeugdboeken zoals Onmogelijke wezens van Katherine Rundell.

Van alle fabeldieren in de mythologie is de Chimaera het angstaanjagendst. Want zodra zij verscheen, wisten mensen dat het goed mis was. Natuurrampen, vulkaanuitbarstingen, schipbreuk, ziekte, dood – de Chimaera zien, betekende aangekondigd onheil.

De mens in een allesverhullend wit pak werd de Chimaera van het journaal. De onheilsbrenger, de angstaanjager, het symbool van ‘sorry, het is eigenlijk al te laat’. Afgelopen week, vrijdag nog op de voorpagina, waren ze er weer, de ingepakte mannen en vrouwen. Tegen de klippen op zorgend voor ebolapatiënten en gestorvenen, in grote angst voor besmetting, nu er in Congo en Oeganda een nieuwe uitbraak gaande is. Wanhoop, isolement en dreiging in een figuur gevangen.

Hoewel er tijden waren dat mannen in witte pakken verbonden waren aan ander nieuws – de Bijlmervliegramp, Tsjernobyl – en we vermoedelijk altijd wel zullen denken aan de covidfase in ons leven, roept het beeld bij velen vooral op: ebola. Het was ook mijn eerste gedachte bij de foto hierboven. Dat bleek mis. Dit gaat over muggen.

In zijn eentje daalt de man, met drukspuit op de rug, een trap af richting iets wat lijkt op een leegstaand meer – alsof hij afdaalt in de ringen van de hel. De grijze troep die is overgebleven en de achtergrond vol puin en kapotte gebouwen helpen niet, het vormt een desolaat landschap.

Dit lijkt een inspectie van een postapocalyptische wereld – al is de man niet helemaal alleen, want beneden staat nog iemand, onbeschermd op een mondkapje na. En er bloeit iets tussen het beton op de voorgrond, gele bloemetjes, in kleurrijm ook nog met de gele drukspuit. Het maakt de treurnis er niet minder op. Welk onheil wordt hier aangekondigd?

Bij de vrijwel leegstaande Sheikh Radwan-vijver in Gaza werd op 14 mei door de gemeente Gaza en de Verenigde Naties een team van ongediertebestrijders ingezet. Veel mensen die hun huizen verloren, leven er in tenten, er ligt eindeloos veel afval en de hitte zuigt insecten en ander ongedierte aan in onhandelbare aantallen. Mensen leven tussen het puin, de ratten zijn niet meer te stoppen, er zijn foto’s van baby’s en kinderen met rattenbeten en huidinfecties, mensen durven ’s nachts niet naar het toilet.

De Verenigde Naties trokken aan de bel, want anderhalf miljoen mensen leven zonder basale hygiëne en Israël houdt hulporganisaties tegen. De muggen komen in zwermen, de kans dat zij ziekten verspreiden groeit. Een paar mensen in beschermpakken proberen met pesticiden te bestrijden wat ze kunnen, al lijkt het vechten tegen een bierkaai.

Onzichtbaar als het beestje is, was de mug meermaals in het nieuws deze week. In positieve zin in Afrika, waar onderzoekers na vier jaar observeren in Kenia, Malawi en Ghana in The Lancet concludeerden dat de malariavaccins aanslaan en de kindersterfte afneemt. Het vaccin is nu in 25 landen beschikbaar, er is hoop.

In Nederland, waar een rapport van de Gezondheidsraad en de Wetenschappelijk Klimaatraad stelt dat met de opwarming ook de kans op ziekteverspreiding door muggen zal toenemen. En dus in Gaza, waar na alle vernietiging het insect nu in stilte een genadeklap kan geven.

Vrijwel ongezien, slechts aangekondigd door één Chimaera, een symbool van wanhoop dat eigenlijk juist hulp komt bieden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next