De recente asielprotesten gaan vergezeld van racistische uitlatingen. Maar de wortels reiken dieper, blijkt bij de rechtszaak tussen Loosdrechters en de gemeente over de noodopvang voor asielzoekers. ‘Wij zijn búrgers, wij hebben toch óók rechten?’
Toine Heijmans is verslaggever en columnist van de Volkskrant. In 2005 schreef hij het boek 'De Asielmachine'.
Een van de burgers uit Loosdrecht die donderdag met een spoedzitting bij de bestuursrechter probeert de tijdelijke asielnoodopvang weg te krijgen, zegt vooraf: ‘Wij zijn een Gallisch dorpje.’ Zij houden stand tegen de onnavolgbare overheid – dat is het verhaal. Met geknepen stem, soms huilend, legt zijn vrouw daarna de rechter uit dat ‘wij ons aan de regels moeten houden, maar zij niet’. De asielopvang heeft geen omgevingsvergunning, ‘wij zijn búrgers, wij hebben toch óók rechten?’
Vijf weken, dag aan dag, protest in het dorp, en de woede is gestold tot beton. Afgelopen weekend weer een ‘vlaggenparade’ voor het voormalige gemeentehuis waar nu 39 asielzoekers zijn opgevangen, achter beveiliging en hekwerk, deels afgedekt met zwart landbouwplastic. En al gaat het racisme dat bij die gelegenheden te horen is door merg en been, het protest heeft wortels die dieper reiken.
‘We geven ze geen lucht’, zei vorige week een demonstrant in een Defend Loosdrecht-hoodie. ‘Ze’, dat is de overheid van laag tot hoog. Van burgemeester tot premier, van corona tot woningtekort; zelfs de naam Mark Rutte valt geregeld.
De boze burgers blijven liever anoniem; zelfs in de Utrechtse rechtszaal mogen de namen niet genoemd. Dat is de ‘perscode’, zegt de rechter. Vijf burgers en acht bedrijven, verenigd in Burgergroep Loosdrecht; hun advocaat Redmer Keizer is gespecialiseerd in de strijd tussen burgers en overheden. ‘Het zijn grote tegenstanders die vaak veel macht hebben’, staat op zijn website.
Demonstranten tegen de noodopvang komen veelal uit Loosdrecht of omgeving. Ze zeggen het extremisme van relschoppers en geweldplegers af te keuren, maar een dorpsbewoner, actief in het verenigingsleven, zegt ook: ‘Met demonstreren alleen bereik je niks.’
Loosdrecht is niet alleen de rijkeluisplaats met rietgedekte villa’s aan spiegelende veenplassen, het is ook een Hollands ons-kent-ons-dorp met bloemkoolwijken en lage flats dat vrijwel naadloos overgaat in Hilversum, waarmee de gemeente aan het fuseren is. Daarom waren er geen verkiezingen in maart, die komen pas eind dit jaar.
Waarnemend burgemeester Mark Verheijen (VVD) komt van buiten. ‘Die is alleen maar ingevlogen om de fusie door te drukken’, zegt een Loosdrechter. ‘En nu drukt ie ook nog even die asielopvang door. Dát zit de mensen dwars.’ Inmiddels gaan in appgroepen en op sociale media ook berichten rond over onbewezen aantijgingen tegen Verheijen van verkeerd declaratiegedrag, waardoor hij elf jaar geleden moest opstappen als Tweede Kamerlid. Ook dat helpt niet.
De burgemeester maakte excuses, de communicatie rond de asielopvang was slordig. Het is waar de Nationale Ombudsman onlangs voor waarschuwde: de overheid organiseert haar eigen tegenstand. Het resoneert in de rechtbank. De burgers eisen dat de gemeente zichzelf handhaaft, en de vergunningloze opvang sluit. Vooraf, in de wachtruimte, spreken ze onderling over een ‘oorlogsgebied’, en over ‘de druk van het dorp’ om er wat aan te doen.
Onderwijl blijft ook bij Loosdrechters onbekend wat zich precies afspeelt op de eerste etage van het bunkerachtige gebouw. Pers is niet welkom om te berichten over de omstandigheden waarin de asielzoekers moeten leven, en hoe ze met busjes naar een plek worden gereden om te luchten (‘hoe naar is dát voor die mensen’, zegt een van de boze burgers). D66-fractievoorzitter Jan Paternotte kreeg wel toegang: hij sprak met asielzoekers en opvangmedewerkers, en beschreef op Facebook hoe ze worden overstelpt met kaartjes en cadeaus uit het hele land. Ook plaatste hij foto’s van stapelbedden, krap als de kooien op een schip.
Premier Rob Jetten is intussen onzichtbaar als het asiel betreft, ondanks de verhitte gemoederen in dorpen en steden. Over de minister van Asiel is op het demonstrantenveldje te horen: ‘Waar is die man?’ Premier en minister kondigden wel een ‘vliegend team’ aan, maar dat lijkt niet meer dan een daadkrachtige term voor iets ambtelijks dat nog moet worden uitgedacht. Om de gemeenten te helpen, niet zozeer de burgers.
Tegelijk krijgt Geert Wilders alle ruimte het vuur op te stoken, donderdag nog in Den Bosch, waar hij de burgers opnieuw voorhield dat het hún stad is, niet die van de burgemeester.
Onder dat gesternte lichten de burgers uit Loosdrecht hun boosheid toe in de rechtbank. Ze voelen zich ‘overvallen’. Vorig jaar nog hield de gemeente een officiële bewonerspeiling, en de resultaten waren duidelijk: op zich prima, maar alleen gemengde groepen, goede voorzieningen, dagbesteding en oog voor de veiligheid. En nu: ‘Het is onleefbaar geworden, ze lopen dwars door onze tuin.’ Wie? ‘Relschoppers en politieagenten.’ Huilend: ‘Ik ben gegijzeld in mijn eigen wijk.’
Zo krijgt de rechtszaak trekken van het tv-programma De rijdende rechter. Maatregelen die de gemeente beloofde in het veiligheids- en leefbaarheidsplan, opgesteld na de eerste rellen (verlichting, afvalbakken), kwamen er volgens de burgers niet. Wel: betraliede politiebusjes, identificatieplicht, fouilleren. ‘Het is niet eerlijk.’
Dat de gemeenteraad, hun democratische vertegenwoordiging, betrokken was bij het besluit over de noodopvang doet niet ter zake. Een demonstrant zei eerder: ‘Wij waren de enige gemeente zonder verkiezingen, snap je nu waarom?’
Dit gaat dieper dan asielopvang alleen, waarschuwde veiligheidsdeskundige Nikki Sterkenburg in NRC. Staar je niet blind op het extremisme, maar kijk ook naar de ‘omvangrijke groep Nederlanders’ die ‘de democratische spelregels als optioneel beschouwt’. En tijdens de rechtszaak zegt een van de burgers: ‘Waar is de menselijke kant?’
Een dag later doet de bestuursrechter uitspraak: het maatschappelijk belang van de tijdelijke asielopvang is groter dan dat van de burgers.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant