Home

Lezersreacties: ‘Gymnasiasten afschilderen als levensvreemde en geprivilegieerde nitwits is kortzichtig’

‘Gymnasiumleerlingen zijn een gevaar voor de samenleving’, schreef Yasmina Ahamiane in een opiniestuk. Volkskrantlezers reageren.

Van waarde

‘Gymnasiumleerlingen zijn een gevaar voor de samenleving.’ Met deze titel opent Yasmina Ahamiane haar betoog tegen de geprivilegieerde bubbel die het gymnasium volgens haar is, of beter gezegd – in haar ervaring – vroeger was. Leerlingen zouden onder hoge druk worden klaargestoomd voor invloedrijke posities zonder te leren welke verantwoordelijkheid die posities met zich meebrengen. Met een hoofd vol Latijnse spreuken en volledig losgezongen van de werkelijkheid zouden zij, vanuit hun structuren van macht en status, grote schade in de samenleving kunnen aanrichten.

Gelukkig is de werkelijkheid heel anders. De leerlingen die wij elke dag voor ons zien, zijn niet alleen intelligent, creatief en nieuwsgierig, maar bovenal betrokken. Ze maken zich er bijvoorbeeld oprecht zorgen over dat onze democratische rechtsstaat onder druk staat, dat er oorlog woedt in het Midden-Oosten en op ons eigen continent en dat het halen van de klimaatdoelen verder uit zicht is dan ooit. En net als heel veel andere jongeren willen zij deel van de oplossing zijn.

Maar waar de een het liefst meteen leert hoe je een warmtepomp installeert, geeft de ander er de voorkeur aan eerst een paar fundamentele vragen te stellen. Hoe komt het eigenlijk dat mensen zichzelf boven de natuur stellen? Wat voor gevolgen kan dat hebben? En hoe gaan mensen om met deze gevolgen? De tweede benadering is niet beter dan de eerste, wel anders.

Voor deze groep leerlingen, de groep die problemen het liefst puur cognitief te lijf gaat, kan juist het gymnasium de plek bij uitstek zijn om maatschappelijke betrokkenheid handen en voeten te geven. Daar komen ze namelijk in aanraking met teksten die in de kern raken aan grote maatschappelijke thema’s als macht, maakbaarheid, rechtvaardigheid, oorlog en menselijkheid.

Sophocles’ Antigone stelt hen de vraag: wat gaat voor, algemeen aanvaarde normen of je eigen principes? Homerus legt hen voor: bestaat er wel zoiets als rechtvaardige oorlog? Cicero daagt hen uit: gaat een goed mens voor invloed en rijkdom, of voor de ander? Zo vormen deze teksten geen ontsnapping aan de werkelijkheid, maar confronteren zij leerlingen juist met de onmiskenbare complexiteit ervan.

Wat helaas ook de werkelijkheid is, is de ongelijkheid in ons onderwijssysteem. Kinderen van theoretisch opgeleide ouders hebben gemakkelijker toegang tot bijles en het netwerk van hun ouders dan kinderen met een andere achtergrond. Dit verschil is niet eerlijk en daar wijst Ahamiane terecht op. Maar het is evenmin eerlijk om het bestaan van deze systemische ongelijkheid te verhalen op één groep leerlingen.

Kansengelijkheid moet in de volle breedte van het onderwijs bewaakt worden, zodat elke leerling terechtkomt op de plek die het best past. Laten we de discussie daarom met nuance voeren en gymnasiasten in hun waarde laten. Want dat zijn ze: leerlingen van grote waarde, die net als alle andere jongeren met hun eigen talenten proberen te bouwen aan een eerlijke, veilige en duurzame toekomst.
Astrid Linschoten is docent klassieke talen aan het Connect College in Echt. Frans Nickel is projectleider gymnasium en docent klassieke talen en filosofie aan het Connect College in Echt.

Niet zoveel veranderd

Iedereen weet dat de kansen in onze maatschappij ongelijk verdeeld zijn. Maar om daar het gymnasium de schuld van te geven? Noem me een boomer, maar in de jaren zestig wisten we al dat het slecht gesteld was met die kansen. Zie onder meer het werk van de socioloog Herman Millikowski.

Ik ben een van de velen die als eerste van zijn familie naar het gymnasium ging en later studeerde. En daar ben ik dankbaar voor. Hetzelfde gold voor veel van mijn klasgenoten. Dat je meer nodig had om te slagen dan rijke ouders met een academische titel, blijkt wel uit het feit dat van de scholieren die na een brugjaar naar het gymnasium gingen, ruim de helft het eindexamen niet haalde.

In de parallelle hbs-klas las mijn leraar Nederlands een brief voor die ik indertijd naar een krant had ingezonden. Daarmee wilde hij aantonen dat gymnasiasten breder kijken dan bromfietsen, meisjes en hockey.

Zou er de laatste zestig jaar zoveel veranderd zijn op het gymnasium? Hierover staat veel behartenswaardigs te lezen in een column van Stine Jensen in NRC, vier jaar geleden: ‘Gymnasia elitaire bolwerken? Eerder een veilige haven voor ‘vroegbloeiers’.’ Ik raad je aan die eens te lezen, Yasmina.
Rik Seur, Goirle

Standpunten onderbouwen

Ik herken mijn oude gymzaal op de afbeelding bij het opiniestuk over gymnasiasten direct. Ik heb er een hoop examens afgelegd. Voor Nederlands bijvoorbeeld, waar we leerden hoe je je standpunten fatsoenlijk kunt onderbouwen. Voor geschiedenis, waar we het onder andere over wij-zij-denken hadden, en voor Latijn, waar we stijlfiguren, zoals de tricolon en de ellips – tegenwoordig veel gezien bij ChatGPT – moesten herkennen. O tempora…
Justa Meijer, Napels (Italië)

Clichés

Een lading clichés moet de stelling van Yasmina Ahamiane, dat gymnasiumleerlingen een gevaar voor de samenleving zijn, bewijzen. Hier zijn er een paar:

1.) Gymnasiumleerlingen zijn niet slimmer maar hebben meer toegang tot hulpmiddelen.
Onzin. Als je eindexamens van mbo, havo of vwo vergelijkt met een gymnasiumexamen, dan zie je het enorme verschil in abstractieniveau. Met alle hulpmiddelen die bestaan kun je dat een gemiddelde havoleerling niet bijbrengen. Wel vallen veel typische vwo-leerlingen buiten de boot omdat ze die middelen niet hebben, en dat is een grote schande voor ons onderwijssysteem.

2.) Gymnasiumleerlingen weten weinig over actuele maatschappelijke thema’s. Ze leven in een bubbel.
Dat klopt, maar gaat voor alle leerlingen op, en iedereen leeft in zijn eigen bubbel. De bubbel van theoretisch opgeleiden is niet wereldvreemder dan die van praktisch opgeleiden. Over het waarom van de desinteresse van de Nederlanders in politiek en maatschappij (en in elkaar) kun je heel wat boeken volschrijven.

3.) Hoogopgeleiden gaan straks beslissingen nemen over een samenleving die ze nauwelijks kennen.
Is dat zo? Verreweg de meeste hoogopgeleiden komen helemaal niet in functies waarin ze beslissingen moeten nemen over de samenleving. Zij die politieke of maatschappelijke invloed ambiëren vormen een zeer kleine groep, en die groep is meestal na hun studie door interesse en ervaring wel degelijk maatschappelijk betrokken. Dit soort valse arbeidersromantiek doet vermoeden dat bouwvakkers en havenarbeiders “echtere” mensen zijn dan professoren of chirurgen. De “maatschappij” bestaat niet. Ook niet op de avondschool, ook dat is een bubbel.

Ik heb heel wat werk gedaan, van ongeschoold uitzendwerk tot beleidswerk voor de overheid, maar steeds als je door het bos de individuele bomen niet meer ziet, verlies je het overzicht.

Gymnasiumleerlingen afschilderen als verwarde, levensvreemde en geprivilegieerde nitwits is net zo kortzichtig en gevaarlijk als blind zijn voor de heterogeniteit van om het even welke maatschappelijke groep. Want juist de intelligentie van gymnasiasten en hun vermogen om te abstraheren is wat een deel van hen in staat stelt om dergelijke beslissingen wél te nemen.
Marcus van Engelen, Leiden

Goed nieuws en slecht nieuws

Yasmina Ahamiane schetst in haar opiniestuk een beeld van verwende gymnasiasten zonder maatschappelijke interesse. Het zou kwalijk zijn dat de leerlingen wel klaargestoomd worden voor invloedrijke posities, maar niet leren wat de maatschappelijke verantwoording van deze functies inhoudt. Ik heb goed nieuws en slecht nieuws voor Yasmina.

Ik zal beginnen met het slechte nieuws: maatschappelijke verantwoording en het accepteren van privileges kun je helaas niet uit boeken leren. Het accepteren van privileges gebeurt niet overnight en gaat vaak gepaard met (confronterende) persoonlijke ervaringen. Het écht bevragen van je eigen opvoeding vergt nogal wat emotionele ontwikkeling.

Dan het goede nieuws: gymnasiumleerlingen rollen meestal niet direct vanuit 6 vwo een invloedrijke positie in. Daar zit vaak nog wel minstens vijftien tot twintig jaar tussen. Dat lijkt me meer dan genoeg tijd om nog wat confronterende en persoonlijke ervaringen op te doen.
Casper Poot, Eindhoven

Geen garantie over de toekomst

Na het lezen van het opiniestuk van Yasmina Ahamiane denk ik terug aan mijn eigen gymnasiumtijd in hartje Gooi, eind jaren tachtig. Mijn vriendinnen en ik kwamen overal vandaan, zowel geografisch als qua afkomst. We woonden in flats, villa’s en rijtjeshuizen. Onze ouders waren van Surinaamse, Nederlandse, Bulgaarse, Turkse afkomst. Arm, uit de middenklasse of rijk. Na schooltijd zaten we rond de keukentafel van de vriendin die het dichtst bij school woonde te bomen over de wereld.

We zijn inmiddels allemaal begin vijftig en geven les aan het vmbo, ontwikkelen onderwijs, zijn directeur, rechercheur, professor en verpleegkundige geworden. Op geen enkele wijze gevaarlijk en wellicht een geruststelling voor mevrouw Ahamiane dat het uit eigen ervaring over één kam scheren van een groep scholieren geen garantie biedt over de toekomst.
Esther Donkers, Almere

Buiten de eigen bubbel

Laat me beginnen te zeggen dat ik de gymnasiumleerling die Yasmina Ahamiane in haar stuk beschrijft, ben en ken. Ik heb het Nederlandse schoolsysteem, op gymnasiumniveau, doorlopen met twee vingers in de neus. Ik kon me focussen op school en wat ik leuk vond, omdat daar de middelen voor waren en de mogelijkheden voor gecreëerd werden. Daarnaast haal ik plezier uit nieuwe dingen leren en die daarna goed uitvoeren. Dus zolang ik deed wat leraren van me vroegen en een 9 haalde, was ik al blij.

In een gesprek met de vader van mijn vriend afgelopen week (zelf handarbeiddocent op het vmbo) wees hij mij erop dat het gymnasium ooit bedacht is door de Grieken en wat voor belangrijk doel sporten toen vervulde tijdens de lessen. Daarbij ervaar je nieuwe dingen met je lichaam en leer je wat voor impact dat heeft op je omgeving of, bijvoorbeeld in het geval van vechtsport, wat de impact is op je tegenstander. Hieruit vallen waardevolle lessen te trekken over jezelf en de ander, waar je in het dagelijks leven veel aan kunt hebben.

Ik vraag me af waar dit onderdeel van het gymnasium gebleven is. Waar zijn de momenten ingebouwd om diepgaand te reflecteren op de stof die je tot je neemt? Waar zijn de stages waarin je ervaringen opdoet in de ‘echte’ wereld en dingen leert over en van je medemens buiten je eigen bubbel? En waar zijn de muziek/kooklessen/kunst/theater/houtbewerking om theorie in de praktijk te brengen of zélf op zoek te gaan naar hoe iets werkt? Ik herinner me vooral vierkante roosters met acht verschillende theoretische vakken per dag, vijf dagen in de week.

En begrijp me niet verkeerd, het goed uitvoeren van wat ik dacht dat anderen van mij verwachtten, heeft me ver gebracht. Ik ben inmiddels afgestudeerd met een master van de TU Delft op zak. Maar het heeft wel heel lang geduurd voordat ik inzag hoe belangrijk het is om voor jezelf na te denken en zelf ervaringen op te doen, in plaats van alleen maar te doen wat anderen van je vragen. En die reflectie op je eigen rol in het systeem is juist zo belangrijk als je, zoals Ahamiane beschrijft, gebruik kan maken van schoongeveegde paden richting invloedrijke banen en functies.

Waar ik nu wel hoop uit put, zijn de bewust-wordende ontwikkelingen in het Nederlandse schoolsysteem. Er wordt al jaren geroepen dat ‘hoger’ onderwijs zeker niet altijd beter is, omdat iedereen een eigen rol te vervullen heeft om de maatschappij draaiende te houden. Maar ik denk wel dat er meer nodig is om de cultuuromslag naar een begripvol en accepterend Nederland daadwerkelijk te bereiken.

Eén goede start is volgens mij om kinderen te leren kritisch te kijken naar hun rol in de maatschappij en kennis te laten maken met de vele verschillende mensen in de samenleving waar ze deel van uitmaken. Door met anderen buiten de eigen bubbel in gesprek te zijn en te blijven, creëren we namelijk meer begrip voor elkaar en hopelijk een samenleving waar we ons allemaal thuis in kunnen voelen.
Charlotte De Jonghe, Amsterdam

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next