In Congo is opnieuw een ebolabehandelcentrum bestormd door een woedende menigte. Ze eisten de lichamen op van hun overleden dierbaren. De lijken zijn uiterst besmettelijk.
is verslaggever voor de Volkskrant
In het Centraal-Afrikaanse land Congo en buurland Oeganda waart een zeldzame variant van het ebolavirus rond. Tegen dat Bundibugyo-virus bestaan nog geen goedgekeurde vaccins of medicijnen. Een derde tot de helft van de patiënten overleeft de besmetting niet.
In de getroffen gebieden worden ijlings klinieken ingericht om patiënten op te vangen en te behandelen. Hulpverleners staan voor een hachelijke taak: het virus verspreidt zich snel via lichaamssappen van zieken en overledenen, zoals bloed, ontlasting en speeksel. Bovendien woedt in delen van Congo een conflict tussen rebellengroep M23 en regeringstroepen.
Behalve met oorlogsgeweld en besmettingsgevaar moeten hulpverleners ook nog eens rekening houden met uitzinnige nabestaanden. De afgelopen dagen werden al driemaal klinieken belaagd door woedende burgers.
Zondag schoot de politie in het Oost-Congolese stadje Mongwalu in de lucht om een groep jonge mannen op afstand te houden van het lokale ziekenhuis. De mannen eisten twee lichamen op van overleden dierbaren om hen zelf te begraven.
Hetzelfde gebeurde een paar dagen eerder ook in de stad Rwampara, zo’n 85 kilometer verderop, waar inwoners een geïmproviseerde kliniek in brand staken.
Familieleden mogen om veiligheidsredenen hun doden niet zelf begraven. Maar dat botst met het lokale begrafenisritueel, vertelde een inwoner van Rwampara tegen CNN, waarbij rouwenden de dode nog eenmaal aanraken. Begrafenissen worden nu door speciale teams uitgevoerd.
Het dodental loopt gestaag op. Maandag waren er al 220 vermoedelijke sterfgevallen en meer dan 900 vermoedelijke besmettingen geregistreerd. Volgens Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), lopen de autoriteiten ‘achter de feiten aan’. ‘We schalen onze operaties zo snel mogelijk op, maar op dit moment kunnen wij het tempo waarin de epidemie zich verspreidt niet bijbenen.’
Dat komt deels doordat besmettingen vaak pas laat worden opgespoord. De incubatietijd van de Bundibugyo-variant kan oplopen tot 21 dagen. Besmette mensen vertonen in die periode geen symptomen en vallen daardoor niet op bij controles aan de grens.
Bovendien werd de huidige uitbraak relatief laat ontdekt en is er weinig geld om de verspreiding in te dammen, mede als gevolg van bezuinigingen op ontwikkelingshulp door westerse landen en de verminderde Amerikaanse steun aan de WHO, zeggen experts.
Om de virusuitbraak tot staan te brengen, hebben Afrikaanse landen nu 319 miljoen dollar nodig, meldt de gezondheidsdienst van de Afrikaanse Unie. Tien procent wordt betaald door Congo en Oeganda zelf. Ook Zuid-Afrika heeft 5 miljoen dollar toegezegd. ‘De wereld is veiliger als Afrika veiliger is’, aldus de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa. ‘Als we vandaag laat en traag reageren, zitten we morgen met veel hogere menselijke, sociale en economische kosten.’
Source: Volkskrant