Home

Ontdek het immense oeuvre van Miles Davis met deze tien hoogtepunten

Dinsdag zou jazztrompettist Miles Davis 100 zijn geworden. Zijn beroemdste album is het meesterwerk Kind of Blue, terecht hét jazzalbum van de vorige eeuw. Maar er valt in zijn oeuvre zo veel meer te ontdekken. Een diepe duik aan de hand van tien hoogtepunten.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Wie zich meer wil verdiepen in de immense erfenis van Miles Davis, kan met deze tien chronologisch geordende hoogtepunten beginnen. Een slechte plaat heeft Davis nooit gemaakt, maar er is zo veel meer te ontdekken dan alleen Kind of Blue (1959).

Over de kwaliteiten van Kind of Blue (1959) is iedereen het al sinds het verschijnen eens. Een meesterwerk, dat als eerste jazzalbum meer dan een miljoen keer over de toonbank ging. Nog altijd is het een van de best verkochte albums uit de jazzgeschiedenis en ook zeer geliefd onder popliefhebbers die verder weinig hebben met jazz.

Kind of Blue is al decennia lang voor veel luisteraars het ideale jazz-instapalbum en mag dat ook blijven. Maar onderstaande tien albums, tracks en een concertregistratie op YouTube helpen bij een diepere duik in het grandioze oeuvre van Miles Davis.

Birth of the Cool (1949-1950)

De eerste vruchten van de samenwerking tussen Miles Davis en componist, arrangeur en orkestleider Gil Evans zijn een verzameling singles, opgenomen in 1949-1950 met het Miles Davis Nonet, dat in 1957 als het album Birth of the Cool verscheen. Wonderschone, rijk gearrangeerde, even tintelende als melodieuze stukken waarin ook Lee Konitz (altsax) en Gerry Mulligan (baritonsax) schitterden.

Miles Davis keek zelden terug op zijn werk en verafschuwde nostalgie. Maar tijdens het jazzfestival van Montreux in 1991, een paar maanden voor zijn dood, maakte hij een uitzondering door het publiek te verrassen met Boplicity, dat hij samen met Evans voor dit album schreef.

Walkin’ (1954)

Miles Davis maakte begin jaren vijftig een aantal platen voor het platenlabel Prestige, waarvan Walkin’ uit 1954 de beste is. ‘Man, dat album zette mijn carrière en mijn hele leven op z’n kop’, noteerde Davis in Miles - De autobiografie (1989). Davis nam het op toen hij succesvol was afgekickt van de heroïne en hij fysiek en mentaal fit was.

Het album werd vooral zo geliefd vanwege het titelstuk, een van zijn eerste klassiekers. Het was ook lang vaste prik tijdens zijn concerten. Walkin’ is typerend voor veel van Davis’ composities later in de jaren vijftig. Een eenvoudig thema bouwt hij uit tot een lange mid-tempo blues, van in dit geval ruim dertien minuten.

Door de simpele maar fraaie melodielijnen en de soulvolle solo’s is dit een van Davis’ populairste stukken.

’Round Midnight live tijdens het Newport Jazzfestival, 1955

Miles Davis was dan wel eindelijk clean, maar een vaste band had hij niet toen hij in 1955 George Wein tegenkwam. Wein was de organisator van het Newport Jazz Festival, dat dat jaar voor de tweede keer werd georganiseerd.

Davis wilde er spelen. ‘You can’t have that festival without me’, zei hij dwingend, en hij kreeg zijn zin. Wein formeerde een gelegenheidsband om hem heen, met onder anderen pianist Thelonious Monk.

De vertolking daar van Monks ’Round Midnight zou legendarisch worden. Het was voor het eerst in de jazzgeschiedenis dat trompet en microfoon zo dicht op elkaar zaten, wat Davis vooral deed omdat hij zijn instrument door geluidsproblemen niet goed hoorbaar vond.

Nooit eerder klonk een trompet zo hard vooraan als toen. De adembenemende versie van ’Round Midnight zou niet alleen een nieuwe trend beginnen, het leverde Davis ook een platencontract op bij Columbia, waar hij dertig jaar lang zijn albums zou uitbrengen.

Ascenseur pour l’échafaud (1958)

Sinds de vroege jaren vijftig kwam Miles Davis graag in Parijs, waar hij een relatie kreeg met Juliette Gréco. Toen hij haar in 1957 opzocht, stelde ze hem voor aan regisseur Louis Malle. Deze bleek fan van Davis en vroeg hem muziek te schrijven voor zijn nieuwe film Ascenseur pour l’échafaud (lift naar het schavot). ‘Een prachtige en leerzame ervaring’, noemt Davis het in zijn autobiografie.

De soundtrack is een fraai buitenbeentje in de discografie van Davis. Met een deels Amerikaanse en deels Franse band speelt Davis wonderschone, vaak korte impressionistische schetsen. Veelal trage, stemmige stukken met steeds die haast klievende volle, ronde toon uit Miles’ trompet.

The Complete Live at the Plugged Nickel (1965)

Meestal gaat de honderdste verjaardag van een groot componist of muzikant (Miles Davis was allebei) gepaard met bijzondere plaatuitgaven. Dat is gek genoeg nu niet het geval. De enige speciale uitgave is de heruitgave van de acht cd’s of tien lp’s bevattende box The Complete Live at the Plugged Nickel 1965, die verscheen in 1995.

Die is welkom, want hoewel de muziek nog altijd te streamen is, was de fysieke versie van de box al jaren niet meer leverbaar.

Sinds die uitgave worden de zeven hier verzamelde concerten die Davis met zijn toenmalige kwintet in 1965 gaf in een kleine club in Chicago tot de beste jazz uit die periode gerekend. Of misschien wel de beste jazz ooit.

Columbia had twee avonden lang een tape mee laten lopen in een speciaal daarvoor aangerukte mobiele studio. Maar opnamen van deze concerten met naast Davis Wayne Shorter (tenorsaxofoon), Herbie Hancock (piano), Ron Carter (bas) en Tony Williams (drums) verschenen pas jaren later, ook nog eens sterk geamputeerd, op plaat. Pas in 1995 werden die maar liefst zeven concerten alsnog integraal uitgebracht.

Davis’ kwintet had het hele jaar nauwelijks gespeeld, want de trompettist tobde erg met zijn gezondheid. Nieuw materiaal was niet ingestudeerd en vooral drummer Tony Williams had geen zin om avond aan avond nog eens de gebruikelijke nummers als Walkin’, So What en If I Were a Bell af te werken. Zonder Davis in te lichten spraken zijn begeleiders af alles eens anders aan te pakken, met wat Williams ‘anti-muziek’ zou noemen. Alles net wat anders spelen dan hun broodheer verwachtte, zo zouden ze het voor zichzelf weer spannend en opwindend maken.

De concerten op de eerste dag, 21 december, zijn helaas niet opgenomen, maar de opnamen van de twee daaropvolgende dagen maken duidelijk dat Davis zich niet gek liet maken. Hij was verrast, maar je hoort dat Davis begreep wat ze wilden en ook meeging in hun improvisatiedrang.

Vijf muzikanten die elk een andere kant op willen, dat leidt tot chaos. Behalve als je zo goed naar elkaar luistert en zo muzikaal bent dat je precies aanvoelt waar de andere bandleden heen willen. En dat is hier zeven concerten, zevenenhalf uur lang, het geval.

Het geluid is matig, de ritmesectie staat te zacht in de mix. En de nog niet helemaal fitte Davis heeft wel eens krachtiger gespeeld.

Maar het avontuur, het knotsgekke samenspel, de knappe manier waarop nummers worden uit- en aangekleed en de wijze waarop de muzikanten elkaar meestal toch weer vinden, maken dit unieke document tot een onvergetelijke luisterervaring.

In A Silent Way (1969)

Bitches Brew (1970) is onmiskenbaar het hoogtepunt binnen wat jazzrock of fusion is gaan heten. Miles Davis voelde de concurrentie van rockmuziek, die een veel groter publiek trok dan jazz. Bovendien hield hij van de muziek van Jimi Hendrix en andere rockbands en wilde hij ook liever in popzalen spelen dan op de gebruikelijke jazzpodia.

Om zich daar verstaanbaar te maken, was het wel handig om de akoestische sound elektrisch te versterken, dus zocht Davis naar een nieuwe elektrische sound, die op Bitches Brew tot volle wasdom kwam.

Een van zijn fraaiste albums bracht Davis een half jaar voor die dubbel-lp uit, het ook elektrische maar meer toegankelijke In a Silent Way. De muziek is minder hectisch en gejaagd en Miles Davis en Wayne Shorter soleren vanuit hun tenen.

YouTube: Isle Of Wight (1970)

1970 was een van Davis’ productiefste jaren. Hij bracht diverse goed ontvangen live-albums uit en zijn elektrische band kreeg steeds meer vorm. De muziek draaide steeds minder om melodie en steeds meer om het ritme en de groove.

Het concert dat Davis in augustus 1970 gaf op het Britse Isle of Wight Festival geeft een uitstekende indruk van de blakende vorm waarin Davis toen verkeerde met zijn ritmesectie, onder anderen bassist Dave Holland en drummer Jack DeJohnette.

Let vooral op de twee toetsenisten Keith Jarrett in het geel en Chick Corea in het blauw. Miles Davis had ze bewust zo ver mogelijk uit elkaar gezet zodat ze nauwelijks van elkaar konden horen hoe ze speelden. Erg goed, zo blijkt.

He Loved Him Madly (1974)

Een van zijn langste nummers schreef Miles Davis toen Duke Ellington overleed. He Loved Him Madly duurt meer dan een half uur en vulde in 1974 een hele plaatkant van het aan hem opgedragen Get Up with It.

Je moet ruim een kwartier wachten op de eerste trompetklanken in dit breed uitgesponnen, mooi opgebouwde nummer. Een slepende blues met nauwelijks een beat, die jaren later nog weleens werd meegenomen door ambienthouse-dj’s op chill-outfeestjes na afloop van een rave.

Het is een van de laatste plaatopnamen van Miles voordat hij zich in 1975 zes jaar lang uit de muziek zou terugtrekken.

We Want Miles (1982)

Zijn comeback beleefde Miles Davis in 1981 met het wisselend ontvangen The Man With the Horn, waarop de experimenten met funk en een vleugje soul de maker zelf uiteindelijk ook niet echt aanstonden.

Veel beter, en eigenlijk misschien wel het meest opzwepende dat Miles Davis met zijn daverende band uitbracht, was dit live-album, opgenomen in hetzelfde jaar.

Miles rockt zoals we nog nooit hadden gehoord, met in zijn band onder anderen Marcus Miller op bas en gitarist Mike Stern. Miller zou een paar jaar later de man worden achter het succesvolle maar ook wat zweverige geluid op Tutu (1986), maar liever horen we hem toch tekeer gaan zoals hier.

Shirley Horn – You Won’t Forget Me (1991)

Miles Davis was niet zo makkelijk te porren voor gastbijdragen, maar voor Shirley Horn, een van zijn favoriete zangeressen, maakte hij in 1990 graag een uitzondering. Een jaar voor zijn dood speelde hij in het veelzeggend getitelde You Won’t Forget Me een van zijn mooiste partijen in jaren. Het was de laatste plaatopname van Miles Davis.

Source: Volkskrant

Previous

Next