Home

Over de magie van het beroemdste jazznummer op het beroemdste jazzalbum: ‘So What’ van Miles Davis is baanbrekend en toegankelijk

Het album ‘Kind of Blue’ van Miles Davis wordt in 1959 volgespeeld door zes virtuoze muzikanten, die ermee de jazz een nieuwe richting op stuwen. Aan de hand van het openingsmummer ‘So What’ ontleedt Dennis Bajram waarin dat geniale precies zit.

schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse muziek.

Het album ‘Kind of Blue’ van Miles Davis wordt in 1959 volgespeeld door zes virtuoze muzikanten, die ermee de jazz een nieuwe richting op stuwen. Aan de hand van het openingsmummer ‘So What’ ontleedt Dennis Bajram waarin dat geniale precies zit.

schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse muziek.

2 maart 1959, New York. Tussen de huizen in 30th Street, Manhattan, doemt de gevel van een oude kerk op. Ooit fluisterde men gebeden tussen de gewelven, nu galmen er muziekinstrumenten rond; ‘The Church’ is een muziekstudio geworden. Zes jazzlegendes zitten klaar om te beginnen: Miles Davis, trompet; John Coltrane, tenorsaxofoon; Cannonball Adderley, altsaxofoon; Bill Evans, piano; Paul Chambers, contrabas; Jimmy Cobb, drums.

Vandaag wordt het bekendste nummer van het beste jazzalbum ooit opgenomen. Ze moesten eens weten. Technicus Bob Waller drukt op ‘record’, de Ampex-bandrecorder begint te draaien.

Het gaat nog niet helemaal lekker. Een microfoon bij de drums pikt omgevingsgeluid op. ‘Dat hoort erbij’, zegt Davis. ‘Wat?’, vraagt producer Irving Townsend van achter de mengtafel. Davis grinnikt laconiek: ‘Dat hoort er allemaal bij.’ ‘Dat gerommel niet’, durft Townsend hem tegen te spreken, ‘take two!’

Bij take drie is het raak. Bill Evans en Paul Chambers spelen het betoverende intro van So What. In een spookachtig duetje tussen piano en contrabas schemert de beroemdste melodie uit de jazzgeschiedenis al door. 30 seconden later is het zover:

‘Padam padam padam padam – Sooooo what!’ Hoe kan zo’n simpel deuntje aan de voet hebben gestaan van een nieuw jazztijdperk?

Om dat te begrijpen, duiken we dieper de muziek in. Schrik niet van alle muziektermen en notenbalkjes. Ook zonder muzikale voorkennis snapt u dadelijk de magie achter So What.

Een donkere weg in Arkansas

Ooit liep de jonge Miles Davis bij het vallen van de avond over een stoffige landweg in Arkansas naar de boerderij van zijn grootvader. De kerkdienst was voorbij. ‘Ze speelden er rauwe gospelliederen’, schrijft hij in zijn autobiografie. ‘Dat gevoel wilde ik benaderen: 6 jaar oud, met mijn neef op die donkere weg in Arkansas.’

De ongrijpbare sfeer van So What ligt niet enkel in die jeugdherinnering geworteld. Ook West-Afrikaanse toonladders hebben Davis geïnspireerd, bijvoorbeeld toen hij een Guinese dansvoorstelling bijwoonde. In zijn biografie beschrijft hij hoe de kalimbaspeler traditionele melodieën plukte. ‘Toen ik voor het eerst die duimpiano (kalimba, red.) hoorde… man, wat een krachtige muziek!’

Modale jazz

So What is een modaal jazzstuk. Niet het allereerste, wel het het bekendste. Dat ligt aan de sfeer, maar ook aan het magnifieke spel en de openingsplek op het legendarische Kind of Blue.

Modale jazz ontstond in de jaren vijftig. Tot die tijd was jazzmuziek grotendeels tonaal, gebaseerd op een klassiek systeem van gerelateerde akkoorden. Modale jazz draait daarentegen om de sfeer van een toonladder, zonder functionele harmonieën.

Simpeler uitgelegd: stel je twee huizen voor. Het tonale huis heeft meerdere kamers (de akkoorden) die aan elkaar gerelateerd zijn. Als je naar bed gaat, verlaat je de woonkamer, loop je de trap op naar de badkamer en eindig je in de slaapkamer. Een modaal huis is één grote ruimte (de modus), waarbinnen je vrij kunt bewegen. Simpeler, toch? Schijn bedriegt: al die kamers zijn juist behulpzaam. Ze geven richting en hebben een duidelijke functie.

Het Latijnse ‘modus’ betekent ‘manier’. Zie het als een notenkader waarbinnen je als muzikant kunt bewegen. Modi bestaan al eeuwen en komen wereldwijd in veelvoud voor: van gregoriaanse gezangen tot Indiase of West-Afrikaanse muziek. So What staat in de zogenaamde dorische modus, bestaande uit zeven tonen.

Nooit muziekles gehad? Zet So What aan en wandel over de witte pianotoetsen. Klinkt prima, toch? Als de toonladder verderop een stapje omhoog schuift, speel je gewoon alle zwarte toetsen. Iedereen met het denkvermogen van een flinke peuter kan het imiteren. Zéér vereenvoudigd, natuurlijk.

Wereldrestaurants en klankboeketjes

Als So What anderhalve minuut bezig is, begint Davis aan zijn trompetsolo. Een crash van drummer Jimmy Cobb geeft hem op magische wijze groen licht. Het is alsof Davis ter plekke een nieuw stuk componeert. Minutieus bouwt hij zijn klankwereld op, nootje voor nootje, als personages die worden gepresenteerd aan het begin van een verhaal.

Davis’ trompetsound heeft een krachtige kern, maar klinkt tevens bedwelmend en lyrisch. Met zijn soepele timing nestelt hij zich in het ritme als een kat op schoot. Af en toe slaat hij een klauwtje uit. Over de ritmesectie gesproken: de stoomtrein van Chambers en Cobb! Reng-deng-deng-deng. Wat een contrast met de minimalistische Miles.

Er volgen solo’s van Coltrane, vol sprankelende uitbarstingen, en van Adderley, de traditioneelte van de club. Dan is pianist Bill Evans aan de beurt, de enige die aan het klassieke conservatorium heeft gestudeerd. Op So What is hij de impressionist. Echt akkoorden speelt hij niet, alleen klankboeketjes, geplukt uit de dorische modus. Zelfs zijn pianosolo bestaat volledig uit schilderachtige impressies.

Een superheldenclub

Naast So What bevat Kind of Blue vier andere stukken. Alleen het laatste daarvan, Flamenco Sketches, is puur modale jazz. De overige nummers volgen tonale akkoordschema’s. Toch blijft de eigenzinnige sfeer van So What het hele album domineren.

De zes bandleden vormen een muzikale superheldenclub, met ieder een unieke superkracht. Die superkrachten vertalen zich niet in krankzinnige virtuositeit, maar juist in prettig toegankelijke muziek. Mede daarom is Kind of Blue nog altijd de meest verkochte jazzplaat ooit.

In het boek Kind of Blue – The Making of the Miles Davis Masterpiece (Ashley Kahn, 2001) zegt jazzpianist Chick Corea: ‘Een melodie of een muziekprogramma spelen is één, maar praktisch een nieuwe muziektaal creëren, dat is wat anders.’ Corea en Davis zouden later nog experimentelere jazzstijlen verkennen. ‘Dat is wat Kind of Blue heeft gedaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next