Home

De legendarische jazztrompettist Miles Davis zou vandaag 100 zijn geworden. Zijn invloed is nog altijd groot. ‘Ik kom altijd weer bij hem uit’

Miles Davis was met zijn omvangrijke, vernieuwende oeuvre groter dan de jazz. Voor jonge trompettisten is hij een held, maar zijn unieke stijl, waarin juist ook de stilte een centrale rol speelde, is nauwelijks aan te leren. ‘Hoe leer je iemand géén noten te spelen?’

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Wie aan jazz denkt, denkt aan Miles Davis en ook wie eigenlijk niet van jazz houdt, kan nog altijd niet om hem heen, zo groot is het stempel dat hij op de populaire cultuur heeft gedrukt. Dinsdag 26 mei zou hij 100 zijn geworden, als hij niet in 1991, op zijn 65ste, was overleden.

Gek eigenlijk, hij was nog zo jong, maar heeft toch zo veel ­gedaan. Hij speelde in de jaren veertig met Charlie Parker en in 1986 jamde hij met Prince. In die veertig jaar verzette hij diverse bakens in de jazzgeschiedenis. Zo maakte hij in de jaren vijftig baanbrekende albums als Milestones en Kind of Blue. En met zijn tweede kwintet, met onder anderen saxofonist Wayne Shorter en pianist Herbie Hancock, gaf hij akoestische jazz nieuw elan – met vernieuwende akkoordprogressies. In 1970 stond hij aan het begin van de jazzrock en fusion.

Midden jaren tachtig hoorde je zijn muziek zelfs even gewoon op de radio en nam hij, dankzij zijn bewerkingen van pophits van Cyndi Lauper (Time after Time) en Michael Jackson (Human Nature), ook het poppubliek voor zich in.

Miles Davis’ oeuvre is gigantisch. Zo’n zestig studio- en veertig officiële live-albums vormen samen met tientallen boxen (met al dan niet eerder verschenen muziek) nog niet eens een compleet beeld van zijn werk.

Miles navolgen? Ondoenlijk

Hoe zijn latere generaties trompettisten door hem beïnvloed en hoe wordt zijn werk aan conservatoria gedoceerd? Is het werk van Miles Davis niet veel te groot en omvangrijk, of te experimenteel om in lesvorm te gieten?

De omvang is niet het grootste probleem, zegt Jarmo Hoogendijk (61), die sinds hij zelf in 2004 stopte met trompet spelen zich volledig toelegt op doceren.

Hij is met een leerstoel trompet verbonden aan drie Nederlandse conservatoria (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag). Volgens hem is de muziek van Miles lastig te onderwijzen, omdat hij nooit volgens de regels speelt. ‘Hij is meester in het weglaten van noten of zelfs hele maten. Waar ik van trompettisten als Freddie Hubbard, Lee Morgan en Clifford Brown – ook niet de minsten – in lessen solo’s laat uitschrijven, is dat bij Miles ondoenlijk. Het ging bij hem nooit om de solo, alleen maar om wat er om hem heen gebeurde. Hoe pakte zijn ritmesectie die stiltes op?’

Iets anders dan Kind of Blue

Liever gaat Hoogendijk met zijn studenten in een klaslokaal luisteren naar de muziek van Miles. Hij laat ze graag iets anders horen dan Kind of Blue, ook omdat hij merkt dat veel studenten zich juist die sound eigen willen maken, terwijl er nog zo veel meer te horen is.

‘Er zijn veel trompettisten van nu die voor dat omfloerste geluid kiezen, met weinig vibrato en soms ook een flinke portie lucht in de sound. Ik vind dat prima, maar ik wil ze ook waarschuwen: hou nou niet op met het bouwen aan je embouchure. Ga niet alleen zacht spelen in anderhalf octaaf.

‘Ja, de mensen vinden dat prachtig. Maar Miles, en ook iemand als Eric Vloeimans, hebben daar een enorme techniek achter zitten waaraan ze jaren hebben gesleuteld.’

Embouchure, de manier waarop iemand zijn lippen, tanden, kaak en tong gebruikt, is bepalend voor het geluid van de trompettist, maar ook aan slijtage onderhevig. Voor Hoogendijk was een verslechterde embouchure in 2004 de belangrijkste reden om te stoppen met spelen.

‘Door alleen maar die rustige noten te blazen, heb je kans dat je je embouchure kapotmaakt als je een keer wél moet knallen. En knallen, dat deed Miles ook, hoor. Daarom laat ik studenten graag die platen horen waarop hij lekker tekeergaat en zijn trompet laat gillen, zoals op Live at the Fillmore uit 1970.

Eric Vloeimans

Die heeft de Nederlandse jazztrompettist Eric Vloeimans nooit gehoord op het conservatorium. Hij is met zijn 63 jaar een leeftijdgenoot van Hoogendijk en heeft dus nooit les van hem gehad. ‘Maar ik kan me ook niet herinneren dat Miles op het conservatorium zo belangrijk werd gevonden. Er werd op school niet veel over hem gesproken. De meesten wilden vooral van die snelle bebop- en hardbop-licks leren spelen. Nou, die speelt Miles eigenlijk niet.’

Zelf studeerde hij aanvankelijk klassiek trompet. Vloeimans noemt zich bepaald geen natuurtalent (‘ik heb heel lang aan mijn embouchure moeten werken, want ik was al na tien minuten bekaf’), maar kreeg wel aardigheid in improviseren en stapte over naar jazz.

Zijn liefde voor de muziek van Miles Davis werd in 1984 aangewakkerd toen hij de trompettist live zag spelen op North Sea Jazz, toen nog in Den Haag.

‘Hij had een kapiteinspet op en ik vond alles aan hem geweldig. Hoe hij eruitzag, zijn houding en de manier waarop hij pop en jazz met elkaar deed samensmelten. Dat wilde ik ook. En dat is misschien wel wat ik het meest van Miles heb geleerd: je niet op één richting vastpinnen. Ik ben met effectpedalen gaan werken omdat ik hem dat zag doen, en ben hem vanaf dat concert echt gaan volgen.’

Of Vloeimans nu akoestische jazz speelt of klassiek met een barokorkest, bopt met zijn band Hotspot of keihard elektrisch speelt met Gatecrasher – die veelzijdigheid heeft hij van Miles geleerd.

‘Dat hij niet te doceren valt, is misschien wel het grootste compliment voor Miles. Hij belichaamt het ongrijpbare in het muzikale universum, dat is misschien wel zijn grootste kracht.’

‘Trompet was een verlengstuk van zijn stem’

Even was die muziek van Miles bijna wél grijpbaar. Dat was toen Vloeimans door Michael Varekamp (57) werd uitgenodigd mee te doen aan zijn programma Miles!100, vorige week op het Breda Jazz Festival. Niemand, zo zei Jarmo Hoogendijk daarover, voelt in Nederland zo goed de muziek van Miles aan als Varekamp, die Miles in veel van zijn werk (muziekprogramma’s, albums en radiowerk) centraal heeft staan. Vloeimans was vereerd dat Varekamp een tweede trompettist naast hem duldde. En ze speelden prachtig samen stukken van onder meer het album In a Silent Way (1969), begeleid door Varekamps uitstekende band. Dit, en ook een nummer als Milestones, hoor je eigenlijk veel te weinig op de Nederlandse podia.

Het klinkt niet als een imitatie, maar als een interpretatie, en je begrijpt ook wat Varekamp bedoelt als hij zegt dat hij Miles Davis als familie beschouwt. ‘Als Louis Armstrong mijn vader is, dan is Miles mijn moeder. Natuurlijk speelde hij weergaloos trompet in alle registers, maar daar ging het hem nooit om, en mij eigenlijk ook niet. Muziek was voor Miles een gevoel, en de trompet een verlengstuk van zijn stem. Dat is moeilijk uit te leggen of aan te leren.’

Zelf bestudeert Varekamp de muziek van Miles al decennialang, maar hij werd er nog meer door gegrepen toen hij in 1989 diens autobiografie las. Varekamp: ‘Ongelooflijk, zoals hij beschreef hoe hij tot bepaalde stappen kwam, en dat hij uiteindelijk eigenlijk helemaal alleen stond in de jazzwereld. De blues en toch ook wel de eenzaamheid hoor je in al zijn muziek terug. Hij nam soms rigoureuze beslissingen, maar aanvaardde lijdzaam de consequenties van zijn keuzes.’

Dat compromisloze en het radicaal wisselen van stijl op de juiste momenten is precies wat trompettist Teus Nobel (43) zo in Miles bewondert. Hij studeerde af bij Jarmo Hoogendijk, die Nobel ziet als een van Nederlands beste, meest veelzijdige muzikanten. ‘Juist omdat ieder album weer zo anders is dan het vorige, en zijn trompetspel nog altijd beter wordt. Een tributeplaat van Chet Baker laat hij moeiteloos volgen door een stevige elektrische plaat in de sfeer van Miles’.’

Nobel: ‘Ik hou er nu eenmaal niet van om lang hetzelfde te doen. Na anderhalf jaar deuntjes van Chet te hebben gespeeld, wil ik op zoek naar nieuwe uitdagingen. Hoe geweldig ik Chet Baker ook vind. En dan kom ik toch altijd weer uit bij Miles, van wie ik de elektrische periode met Bitches Brew het gaafst vind. Is Miles daarmee mijn ultieme held? Qua zeggingskracht in elk geval wel.’

Een andere bij Hoogendijk afgestudeerde trompettist die de laatste jaren vanuit New York behoorlijk aan de weg timmert, is Ian Cleaver (29). Hij moet op het podium regelmatig aan Davis denken. ‘Ook hier in New York wordt er eigenlijk geen Miles Davis-les gegeven. Goed luisteren en proberen het te voelen is ook hier het advies. Maar hij heeft toch zo’n grote stempel op mijn muziek gedrukt, dat ik, als ik op het podium sta, vaak dingen denk als: welke kleur zou Miles nu met zijn spel willen toevoegen?’

Kijk, doceert Cleaver zelf even via de telefoon vanuit de wijk Harlem. In de begintijd met Louis Armstrong was de trompet bepalend in de jazz. Daarna kreeg je bebop, swing en hardbop en stond de saxofoon meer centraal. De muziek werd meer ritmisch, harder en misschien ook democratischer.

Kunst van het weglaten

‘Miles heeft de macht weer teruggebracht naar trompet. Ik was zelf eerst ook veel bezig met noten leren, toonladders, de hele beboptaal, en hoe je moest improviseren. Om dan ineens iemand te horen die erboven staat, die dat allemaal kan, maar ervoor kiest om het te laten, dat was echt heel leerzaam. Miles was zo iemand.’

Dat weglaten is cruciaal voor de muziek van Miles Davis, maar het is heel moeilijk aan te leren. Hoe leer je iemand géén noten te spelen? Het is bij Miles, zo zeggen ze eigenlijk allemaal, vooral een kwestie van gevoel. Teus Nobel haalt in dit verband meestertrompettist Ack van Rooyen (1930-2021) aan, die ook voor de rest een groot voorbeeld was: Eén noot kan meer zeggen dan twintig. Miles was zo cool in het weglaten ervan. Deal with it, in plaats van alles volspelen.

Jarmo Hoogendijk, die cum laude bij Van Rooyen afstudeerde, herinnert zich iets anders van zijn leermeester, dat hij graag aan zijn eigen studenten doorgeeft. ‘Ik kwam regelmatig bij Ack thuis en zag dan weleens een plaat liggen van Miles die ik nog niet kende. Dan zei hij steevast: ‘Laat die plaat maar eens goed over je heen komen, je moet je gewoon in de muziek van Miles onderdompelen.’ Om eraan toe te voegen: ‘Ik zie Miles niet alleen als trompettist, maar als totaalplaatje.’’

Daar kan Hoogendijk zich nog steeds in vinden:Miles was zo veel meer dan een trompettist of componist. Hij belichaamt zo ongeveer alles wat jazz interessant maakt.’

Miles Ahead. Miles 100th Birthday Party met o.a. Eric Vloeimans en Michael Varekamp, 26/5 Paradiso, Amsterdam.

Michael Varekamp Eclectic Band: Portraits of Miles (verschijnt 15/6).

Jazz Orchestra of the Concertgebouw: Celebrating 100 Years of Miles Davis ft. Chief Xian aTunde Adjuah (11/8 Concertgebouw, Amsterdam; 14/8 Openluchtheater, Valkenburg).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next