Home

Vernieuwende architecten winnen prestigieuze Jonge Maaskantprijs voor ‘langetermijnblik op wereld’

Met vernieuwende bouw- en ontwerpmethoden houden architecten Willie Vogel en Eileen Stornebrink rekening met bewoners, dieren, planten én de impact van materiaalgebruik. Dinsdag hebben zij de Jonge Maaskantprijs gewonnen.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Een tijdelijk, maar elegant paviljoen trok in 2024 de aandacht in het Museumpark, tijdens de Rotterdam Architectuur Maand. Het was gemaakt van louter tweedehands materialen, waaronder houten panelen uit Museum Boijmans Van Beuningen, en stond op een fundering van gravel. De jonge architecten Willie Vogel en Eileen Stornebrink gaven er met hun beginnende bureau Studio Inscape direct een visitekaartje mee af.

Als onderdeel van het project bedachten ze kaarten met personages die de verschillende gebruikers van het Museumpark representeren. Met die kaarten konden bezoekers – kijkend door de ogen van een populier, een vleermuis of een dakloze – hun wandeling door het park vervolgen. Na afloop van de architectuurmaand werd het paviljoen gedemonteerd en herbouwd op tuinderij De Stadsboerin in Rotterdam.

Grootse denkbeelden

Hoewel Studio Inscape sindsdien nog geen grote gebouwen heeft gerealiseerd, ontvangt het bureau nu al de prestigieuze Jonge Maaskantprijs. De prijs voor ontwerptalent ging eerder naar grote namen als landschapsarchitect Adriaan van der Geuze en voormalig Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol. De toekenning aan deze beginnende architecten heeft daarmee iets paradoxaals, maar is te danken aan het feit dat de denkbeelden achter de kleinschalige projecten van Studio Inscape groots zijn.

De jury van de Maaskantprijs prijst de manier waarop de architecten ‘het maken van ruimte zien als meer dan een fysieke opgave’. En hoe ze ‘samenwerkingsverbanden bevragen en opnieuw uitvinden, en met een lange termijnblik de wereld inkijken’.

Wie zijn deze eigenzinnige ontwerpers?

Stornebrink (1994) combineerde haar studie bouwkunde in Delft met een stage in Parijs, een uitwisselingsprogramma in het Deense Aarhus en projecten in Ghana, Sint-Maarten en Suriname. ‘Mijn inspiratie verschoof in die periode naar verschillende culturen, veelal uit de Afrikaanse diaspora waar ik zelf ook onderdeel van ben’, zegt ze. Vanuit deze projecten leerde ze om te bouwen met lokale technieken en materialen als hout en brons, en om het bouwproces te organiseren samen met gemeenschappen.

Op de faculteit ontmoette ze Vogel (1994), die naast bouwkunde ook filosofie studeerde. Vooral het vak eco-filosofie inspireerde Vogel. Ze verdiepte zich in het werk van filosoof Bruno Latour, die stelt dat er geen scheiding is tussen de menselijke samenleving en de natuur: alles wat bestaat, staat met elkaar in verbinding. Mensen, planten, dieren, maar ook materialen. ‘Als je met beton bouwt, heeft dat niet alleen impact op de CO2-uitstoot, maar ook op de zandwinningsplekken langs de rivieren’, zegt Vogel.

Harmonie met de omgeving

Het zette haar aan het denken ‘over wat voor architectuur we eigenlijk nodig hebben, welke materialen en werkwijze daarbij horen, en in wat voor omgeving we willen leven’. Moet je überhaupt nog bouwen, wetend dat de bouwsector 40 procent van de CO2-uitstoot wereldwijd produceert en bergen met afval? En als je toch bouwt, hoe doe je dat dan in harmonie met de omgeving? Zulke vragen wil Studio Inscape inzichtelijk en bespreekbaar maken – en de ruimte voor dat gesprek ontwerpt het bureau.

Zo bouwden de architecten voor een ideeënprijsvraag over de toekomst van de Oosterschelde een ‘boardroomtafel’ annex rollenspel in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk. De spelers duiken samen in de ecologische politiek van de regio, waarbij ieder een perspectief vertegenwoordigt, van de boer tot de aardappel en de mossel.

Aan de hand van vraagkaarten moeten ze samen keuzes maken over waterveiligheid, natuurbeheer en landbouw, met de blik op 2030, 2050 en 2100. De installatie bracht de – vastgelopen – discussie over de regio op gang. Ook leverde het een volgende opdracht op in Noord-Brabant, waar Studio Inscape een soortgelijk project ontwikkelde voor de planvorming rond het stroomgebied van de Aa en de Dommel.

‘We gebruiken spel als instrument, en zien spelen als een element voor het aanleren en ontwikkelen van nieuwe methoden’, zeggen de architecten.

Bredere beweging

Studio Inscape’s ecologische denkwijze past in een bredere beweging van jonge architecten die niet zomaar antwoord willen geven op de vraag van een opdrachtgever, maar kritisch willen nadenken over de politieke, financiële en ecologische systemen waarbinnen architectuur tot stand komt.

‘Hedendaagse architectuur houdt zich enorm bezig met ecologisch bewustzijn, maar kosten, tijdsdruk, regelgeving en onbegrip over de urgentie of gebrek aan kennis lijken ervoor te zorgen dat economische belangen voorrang krijgen, en er te snel beslissingen worden genomen’, zegt Vogel in een interview.

Reflecteren voordat je bouwt

De jury benadrukt het belang van de ruimte die de architecten creëren voor reflectie; niet enkel ter evaluatie, maar juist ook voordat je begint met bouwen. En stelt ‘dat we daar allemaal van kunnen leren’.

In september gaat Studio Inscape een Kindermuseum bouwen in de binnentuin van het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Het wordt een speel- en leerplek in de open lucht, met glooiende muren en ‘kunstzuilen’ van gestampte aarde; die willen de architecten samen met de gebruikers gaan maken. Het project zal er drie jaar blijven staan.

‘We hebben de schaal van de regio en kleine, tijdelijke bouwwerken nu verkend’, zegt Vogel. Stornebrink: ‘Deze prijs zien we als een teken dat het tijd is voor de volgende stap: de realisatie van permanente ingrepen in gebouwen of landschappen.’

3 x Studio Inscape

De naam Studio Inscape is een samentrekking van interior en landscape; Vogel en Stornebrink zien architectuur als ‘een voortzetting van de natuurlijke omgeving’.

Vogel is naast haar werk bij het bureau actief in het architectuuronderwijs. Stornebrink, die eerder als programmamaker aan de TU Delft en in Rotterdam werkte, organiseert gesprekken over stadsontwikkeling, duurzaamheid en diversiteit.

Tijdens een residentie in Zuid-Frankrijk ontwikkelden de architecten The Bioregional Game, een spelvorm voor strategieën en ontwerpprincipes die bijdragen aan de circulaire economie, gebruikmakend van lokale grondstoffen als zout, zonnebloemen en roodwieren. Ze willen deze aanpak gaan toepassen in toekomstige samenwerkingen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next