In Hongarije brokkelt de steun voor de voormalige regeringspartij Fidesz en zijn leider Viktor Órban nog iedere dag verder af. Zelfs in de handvol gestaalde Orbán-bastions lijkt het rotsvaste geloof in de partij te zijn verdwenen. Hoe is dat verval te verklaren?
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Krisztian Elemér Huszti (27) stemde om verschillende redenen op Fidesz, maar bovenal uit gewoonte. ‘Het is als een relatie, je went eraan’, zegt de uitbater van een kleine supermarkt in het dorp Sárkeresztúr. ‘Het was een veilige keuze. Met verandering weet je het maar nooit.’ Viktor Orbán vindt hij ‘een geweldige man’ die veel voor het land heeft gedaan. ‘Denk aan de familiesubsidies of steun bij het kopen van een huis. Ze gaven iets terug aan de mensen.’ Eén kanttekening: ‘Het grootste deel van het geld hebben ze gestolen en zelf gehouden.’
Een maand na de verkiezingen waarbij Fidesz een verpletterende nederlaag leed, is bij sommige kiezers het enthousiasme voor de partij aan de lauwe kant. Zelfs in deze plattelandsstreek op anderhalf uur rijden ten zuiden van Boedapest, waar de provinciale weg langs rustige plaatsjes voert die beginnen met sár (‘modder’). En dat terwijl dit een van de slechts tien kiesdistricten is waar de partij, zij het nipt, het hoogste aantal stemmen kreeg.
Alle andere kiesdistricten wisten de nieuwe premier Péter Magyar en zijn partij Tisza binnen te slepen (in het Hongaarse kiesstelsel worden 106 van de 199 zetels toegewezen via het hoogste aantal stemmen per district; de rest wordt verdeeld via een landelijke kieslijst). Landelijk kreeg Tisza 53 procent van de stemmen, Fidesz 38 procent.
Volgens het onevenwichtige kiesstelsel, dat ironisch genoeg door Orbáns partij is ontworpen, vertaalt dit resultaat zich naar een ‘supermeerderheid’ van twee derde van de parlementszetels waarmee de nieuwe regering onder meer de grondwet kan aanpassen. Evengoed stemden alsnog 2,5 miljoen Hongaren op Fidesz.
Zoals Huszti. Hij kent er nog wel een paar: ‘Die en die stemden ook op Fidesz.’ Hij wijst wat mensen aan die zich deze lome zondagnamiddag verzamelen voor de supermarkt en de naastgelegen tabakswinkel, waar ze samen bier drinken, sigaretten roken en loten krassen. De radio van een stationair draaiende auto verzorgt de muziek. Maar zijn ouders stemden op Tisza, blijkt als vader Elemér (48) zich in het gesprek mengt. ‘Vanwege de corruptie’, verduidelijkt hij, ‘vanwege alles wat ze gestolen hebben.’
Nu het stof van de verkiezingsuitslag is neergedaald en de nieuwe regering van Magyar is gevormd, lijkt het voorheen dominante Fidesz week na week verder te imploderen. Orbáns optredens zijn sporadisch en weinig strijdvaardig. Bij een partijtop eind april bood hij zelfs aan om op te stappen als partijleider, wat het bestuur niet accepteerde. Als de partij vertrouwen in hem heeft, zei Orbán volgens Fidesz-coryfee Tamás Deutsch, blijft hij aan. Dit zal een van de voornaamste agendapunten zijn bij een partijcongres op 13 juni.
Zijn zetel leverde Orbán, die sinds 1990 ononderbroken in het parlement zat, vlak na de verkiezingen in. Bij de inauguratie van Magyar als premier op 9 mei was hij niet aanwezig, hoewel dit voor een vertrekkend premier gewoonte is. Deze zomer gaat hij langere tijd naar de Verenigde Staten, naar verluidt om als voetbalfanaat het WK te bezoeken. Ook wonen zijn dochter en schoonzoon – István Tiborcz, een van de rijkste Hongaarse zakenmannen – in New York: zij emigreerden ruim een half jaar voor de verkiezingen.
Een terugkeer van Orbán als premier, als hij zijn partij uit het slop trekt, lijkt uitgesloten. Tisza wil een amendement op de grondwet indienen om de wettelijke termijn voor een premier te beperken tot acht jaar, ook voor politici die het ambt eerder vervulden: Orbán was in totaal twintig jaar premier. Tussen de nieuwe regering en Fidesz-loyalisten als president Tamás Sulyok is een bittere strijd gaande: Magyar maant hem nog altijd om voor 31 mei op te stappen. Vooralsnog weigert Sulyok.
Met veel minder zetels dan verwacht (ze gaan van 135 naar 52) gaat de parlementaire fractie van Fidesz op de schop. Voormalige spreekbuizen van de partij binnen de media schrappen propagandaprogramma’s of veranderen van toon. Sommige aan de partij gelieerde zakenmannen weten niet hoe snel ze hun straatje moeten schoonvegen.
Kikkers die niet uit de kruiwagen springen, likken hun wonden. Orbán schreef in een brief aan de partijleden dat ‘het doel van onze gemeenschap is om de grote nationale prestaties van de afgelopen jaren te verdedigen’ nu een ‘tijdperk van liberaal bestuur’ aanbreekt. Serieuze bespiegeling op de reden waarom ze de verkiezingen verloren, ontbreekt.
Sommige politici, zoals voormalig politiek directeur en campagneleider Balázs Orbán (geen familie), suggereren politieke druk vanuit Brussel – via ngo’s, media en de oppositie – als oorzaak voor de verloren verkiezingen. Voormalig parlementsvoorzitter László Kövér noemde ‘satanische krachten’ als oorzaak. Een bekende Fidesz-influencer suggereerde dat Orbán, ‘Gods uitverkorene om over Hongarije te heersen’, tijdens een bezoek aan India een offer bracht in een hindoeïstische tempel en zo kwade geesten over Hongarije heeft afgeroepen.
Kiezersonderzoek toont vooral aan dat grootschalige corruptie, economische achteruitgang, het verval van de publieke voorzieningen alsook de leugens en propaganda debet waren aan de nederlaag. In de peilingen verliest Fidesz ondertussen meer kiezers dan ooit. Volgens een onderzoek vlak na de beëdiging van de nieuwe regering, steunt 69 procent van de ondervraagden Tisza. Slechts 23 procent zou nog op Fidesz stemmen.
Het komt voor dat de steun voor een partij na een verkiezingszege doorgroeit. Maar dit is extreem, beaamt Zsolt Enyedi, politicoloog aan de Central European University. ‘Het laat zien dat veel mensen Fidesz niet om ideologische redenen maar wegens persoonlijke belangen steunden. Fidesz was voor hen de staat. Met name in kleinere plaatsen en binnen kwetsbare groepen durfden mensen niet op een andere partij te stemmen uit angst hun baan te verliezen of staatssteun mis te lopen.’ Nu Fidesz niet meer gelijk is aan de staat, lopen deze kiezers over.
De partij weet niet op te krabbelen van de dreun die ze op 12 april incasseerde. Enyedi: ‘De leiders zeggen niets of ze zeggen tegenstrijdige dingen. Fidesz is verlamd. Magyar is ondertussen buitengewoon actief. Bijna elk uur komt hij met nieuwe informatie of maakt hij een symbolisch gebaar.’ Sinds hij premier is, lijkt Hongarije nog altijd in de ban van de grote Magyar-show, met op sociale media onder meer gelikte filmpjes over de ongekende luxe en versnipperde documenten in de ministeries.
A post shared by Péter Magyar (@magyar_peter_official_the_man)
Een uitstapje naar het vroeger door Fidesz gedomineerde platteland maakt vooral duidelijk hoe overweldigend Tisza heeft gewonnen. Statistisch gezien wemelt het hier van de Fidesz-kiezers, maar krijg er maar eens eentje te spreken. Mensen houden de boot af, willen niet over de verkiezingen of politiek praten, laat staan zeggen wat ze hebben gestemd. Wie wel enthousiast van wal steken, zijn de Tisza-kiezers.
Zo kijken József Baji (61) en Noémi Molnár (50), die net boodschappen hebben gedaan in Sárbogárd, vol vertrouwen naar de toekomst. Ze reisden zelfs naar Boedapest voor het grote inauguratiefeest van Magyar. Baji slaakt ‘een zucht van verlichting’, zegt hij. ‘Eindelijk is die roversbende verdwenen.’ Angstbeelden die Fidesz de Hongaren voor de verkiezingen inprentte, bijvoorbeeld dat Magyar het land bij de oorlog in Oekraïne zou betrekken, hebben geen vat op hen. Molnár, gekscherend: ‘Is het je opgevallen? Er is helemaal geen oorlog.’
Sommige analisten luiden al het einde van Fidesz in: ze verklaren de patiënt dood nu het systeem van Orbán zienderogen afbrokkelt en de ideologische overtuiging van zijn kiezers dunnetjes blijkt. Zo ver wil onderzoeker Enyedi nog niet gaan. ‘Ja, we happen bijna dagelijks naar adem door de snelle ontwikkelingen en de verdere verzwakking van Fidesz’, zegt hij, ‘maar ik zou de partij niet volledig afschrijven’.
Wellicht is ‘het merk Fidesz’ te beschadigd, ook loopt het charisma van Orbán de nodige deuken op nu meer corruptieschandalen over zijn directe (familie)kring naar buiten komen. Maar de partij vertegenwoordigt nog altijd een stroming in het Hongaarse electoraat die Magyar, weliswaar een conservatief, te gematigd achten, stelt Enyedi.
Bij de doordeweekse mis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Boedapest zit een handvol gelovigen op de kerkbankjes. Het katholieke gebedshuis staat erom bekend de afgelopen jaren een aparte mis op te dragen aan Viktor Orbán op zijn verjaardag (31 mei). Zo noemde de priester twee jaar geleden Orbán ‘een geschenk van God’.
Toch is de eerste gelovige die na de communie de kerk uitloopt een enthousiaste Tisza-aanhanger. De 82-jarige Eta (ze wil haar achternaam niet geven) is blij dat er een nieuwe regering is. ‘Daar mogen we vooral de jongeren dankbaar voor zijn. Veel van mijn vrienden en leeftijdsgenoten stemden op Fidesz.’ Ze heeft zeven kleinkinderen, drie van hen wonen in het buitenland. ‘Ze vertrokken vanwege het beleid onder Fidesz. En ik kies altijd de kant van mijn kleinkinderen.’
De 64-jarige kerkganger Éva Osztie vindt daarentegen dat het land onder Orbán de goede kant op ging. ‘Met name op het gebied van migratie en lhbti’ers. En de economie was niet zo slecht als de oppositie zei.’ Nu Magyar aan de macht is, vreest ze dat hij ‘duizenden migranten binnenlaat’, hoewel hij juist het harde grensbeleid belooft voort te zetten. Hongarije wordt dan ‘net als West-Europese landen, waar je ’s avonds na acht uur niet de straat op kunt’, zegt ze. ‘En straks laten ze ook weer lhbti’ers de scholen binnen, dan lopen onze kinderen gevaar.’ De vorige regering introduceerde een wet die onder meer informatie over homoseksualiteit verbiedt rondom minderjarigen.
Ook op het in Hongarije populaire Facebook worden zorgen gedeeld. Waar een meerderheid van de Hongaren in de wolken is sinds de verkiezingsuitslag, schreef documentairemaker en publicist Fruzsina Skrabski op haar profiel dat ze in ‘een nachtmerrie’ is beland. Het pro-Fidesz-weekblad Mandiner plaatste haar post door als column. Ze chargeerde een beetje, zegt ze in een videogesprek vanuit haar huis aan het Balatonmeer. ‘Maar ik vrees de persoonlijkheid van Magyar, ik vind het een agressieve man.’
Skrabski omschrijft zichzelf als ‘Facebook-influencer’ ter rechterzijde. ‘Ik ben een christelijke rechtse vrouw.’ Toch uit ze ook kritiek op Fidesz. Om iets te noemen: de billboards van Fidesz tijdens de verkiezingscampagne die mensen angst aanjoegen voor de Oekraïense president Volodymyr Zelensky vond ze ‘lelijk en onchristelijk’. Maar ze vindt Orbán een goede politicus, ‘een groot denker en strateeg’.
Skrabski kijkt positief terug op de regeringen van Fidesz. ‘Ze vertegenwoordigen zaken die ik belangrijk vind: het vaderland, God en familie.’ De partij is de laatste jaren vervreemd geraakt van de kiezer, denkt ze. Over de nieuwe regering is Skrabski sceptisch. ‘Magyar vertelt kiezers wat ze willen horen, maar ik geloof zijn beloften niet. Hij wil het geld van de EU binnenhalen, maar dat betekent dat hij zal moeten doen wat de EU zegt.’
Vader en zoon Huszti discussiëren verder in Sárkeresztúr. De 27-jarige Krisztian verwacht weinig verandering in Hongarije, maar vader Elemér denkt daar anders over. ‘Ik hoop dat ze hun beloften waarmaken.’ Hij krijgt trouwens nog 50 duizend forint (140 euro) van zijn zoon: ze hadden op de verkiezingsuitslag gewed. ‘Hij heeft niet betaald. Zo zijn ze, die lui van Fidesz.’ Ze lachen. Beiden zijn benieuwd wat er nu gaat gebeuren. ‘Ik ben eigenlijk niet echt teleurgesteld’, zegt Krisztian over de verkiezingen. ‘Vooral nieuwsgierig.’
Source: Volkskrant