DigiD en het bedrijf erachter komen niet in Amerikaanse handen. Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Economische Zaken (D66) verbiedt de voorgenomen overname. Het Bureau Toetsing Investeringen adviseert haar over te gaan tot ‘een volledig verbod’ vanwege het risico voor de nationale veiligheid.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), een relatief jonge toezichthouder, evalueert of bij overnames de nationale veiligheid in het geding kan komen. Zo moet het orgaan voorkomen dat bedrijven die van cruciaal strategisch belang zijn voor Nederland onder controle komen te staan van (potentieel) vijandige mogendheden.
Het BTI heeft Aerdts geadviseerd de overname te verbieden, omdat die ‘mogelijk een risico vormt voor het publieke belang’, schrijft de D66-staatssecretaris aan de Tweede Kamer.
Het parlement was zeer bezorgd over de mogelijke overname van Solvinity. Het van oorsprong Nederlandse bedrijf, dat sinds 2014 eigendom is van een Britse investeringsmaatschappij, heeft het softwareplatform ontworpen voor het inlogportaal DigiD.
Nederlanders communiceren via DigiD met tal van overheidsdiensten, waaronder de Belastingdienst, MijnOverheid, diverse gemeentes en het Centraal Justitieel Incassobureau. Ook het Openbaar Ministerie maakt gebruik van DigiD.
Solvinity verzorgt het databeheer van uiterst gevoelige informatie over Nederlandse burgers en bedrijven, waaronder belastingaangiften, strafrechtelijke aanklachten en veroordelingen, persoonlijke adresgegevens en telefoonnummers en verkeersboetes. Technisch gezien worden al deze gegevens op servers in Nederland bewaard, maar de eigenaren van Solvinity kunnen de versleutelde gegevens ontcijferen en aan derden doorspelen als ze daartoe gedwongen worden.
Groot was daarom de opschudding in de Tweede Kamer toen eind vorig jaar duidelijk werd dat de Britse eigenaar het bedrijf wil verkopen aan het Amerikaanse ict-bedrijf Kyndryl, een afsplitsing van IBM.
De Amerikaanse regering heeft de afgelopen jaren een aantal wetten aangenomen die de Amerikaanse overheid verregaande bevoegdheden geeft over Amerikaanse bedrijven. Die ondernemingen zijn op grond van die wetten verplicht de Amerikaanse overheid inzage te geven in hun data, inclusief databestanden die ze in het buitenland hebben opgeslagen.
De Verenigde Staten worden niet meer automatisch als bevriende natie gezien sinds het aantreden van president Donald Trump. Trump en andere leden van zijn regering laten geregeld blijken dat zij het in hun ogen ‘zwakke’ Europa willen domineren, onder andere door middel van hun grote voorsprong op ict-gebied.
Europese overheden zijn sterk afhankelijk van Amerikaanse technologie. Bijna alle Nederlandse overheidsinstanties nemen ict-diensten af van Microsoft, Google, Meta of pioniers in kunstmatige intelligentie als OpenAI, Anthropic of Palantir.
Als Kyndryl via Solvinity de eigenaar zou worden van het DigiD-platform, zou de Amerikaanse overheid zich toegang tot de Nederlandse data kunnen verschaffen. Gevoelige privégegevens zou de VS in theorie kunnen inzetten om belangrijke personen (ministers, Kamerleden, hoge ambtenaren, rechters, medewerkers van inlichtingendiensten) te chanteren.
Ze zouden DigiD zelfs kunnen platleggen om de Nederlandse belastinginning te frustreren, en dat gebruiken als politiek drukmiddel richting het Nederlandse kabinet.
Dat dit geen spookverhalen zijn, is al gebleken. De Verenigde Staten verschaften zich vorig jaar toegang tot de e-mail van de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof en blokkeerden zijn toegang tot dat Microsoft-account.
Aanklager Karim Khan had de woede van president Trump gewekt door een arrestatiebevel voor de Israëlische premier Benjamin Netanyahu uit te vaardigen. Trump liet zijn macht voelen (de Verenigde Staten erkennen het Strafhof niet) door in te breken op Khan’s email-account.
De brede roep vanuit de Tweede Kamer om de overname van Solvinity te verbieden, beantwoordde het kabinet de afgelopen maanden met een procedureel antwoord: eerst moest het oordeel van de twee toezichthouders op dergelijke overnames worden afgewacht. Naast het BTI moest ook de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de verkooptransactie beoordelen.
De ACM zag in februari geen bezwaren voor de overname, maar deze toezichthouder kijkt uitsluitend naar de mededingingsaspecten. De ACM keurde de overname goed, omdat die geen gevaar zou vormen voor de concurrentie op de Nederlandse markt voor digitale beheersdiensten.
Het BTI kijkt daarentegen wél naar het nationale veiligheidsbelang. Het bureau, een onderdeel van het ministerie van Economisch Zaken, werd in 2020 specifiek opgericht om de naleving van twee recente wetten te waarborgen: de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) uit 2020 en de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo) uit 2023. Deze wetten moeten voorkomen dat vitale Nederlandse infrastructuur onder controle komt te staan van potentieel vijandige buitenlandse partijen.
Toen de wetsvoorstellen voorlagen in het Nederlandse parlement dacht men hierbij voornamelijk aan China en Rusland, maar inmiddels worden ook de Verenigde Staten gewantrouwd. Het BTI heeft Kyndryls overnameplannen de afgelopen maanden getoetst aan de WOZT en kennelijk geoordeeld dat die een onaanvaardbaar risico vormen voor de nationale veiligheid.
Aerdts schrijft aan de Tweede Kamer dat ze ‘serieuze indicaties’ kreeg dat Kyndryl op het punt stond de overname te voltooien. Een verbod zou daarna als mosterd na de maaltijd komen. Daarom besloot Aerdts de overname officieel te verbieden. Ze heeft Kyndryl en Solvinity hierover maandag geïnformeerd.
Kyndryl spreekt in een schriftelijke verklaring zijn teleurstelling uit over het overnameverbod. Volgens het bedrijf heeft de ‘politisering’ van het overnameproces de ‘duidelijke en belangrijke voordelen’ van de transactie ‘overschaduwd’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant