is psychiater en schrijver.
Sommige Nederlandse uitdrukkingen hebben een gelaagdheid die pas echt indruk maakt als je de herkomst ontrafelt. Ik herinner me dat ik ‘vogelvrij’ ooit verkeerd gebruikte, totdat een collega mij uitlegde dat het niet betekent dat iemand zo vrij is als een vogel. Integendeel. Het is een oud woord voor iemand die buiten de bescherming van de wet valt en door de gemeenschap wordt verstoten: iemand op wie gejaagd mag worden.
Jarenlang dacht ik dat dit woord thuishoorde in de geschiedenisboeken. Of elders, hooguit bij de chaos van een burgeroorlog, de wereld die ik ooit verruilde voor de beschaving van een democratische rechtsstaat. Niet dat ik naïef ben; ik heb mij nooit blindelings in die zoete droom laten meevoeren. Maar nooit eerder drong het zo duidelijk tot mij door dat vogelvrije mensen ook hier bestaan, dat er voor onze ogen op hen wordt gejaagd. En niemand lijkt hen werkelijk te kunnen beschermen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vogelvrij waren de asielzoekers in de noodopvang in Loosdrecht op die bewuste avond in mei, toen er brand werd gesticht bij het gebouw en de brandweer werd tegengehouden. Wat moeten ze gevoeld hebben daarbinnen? Kijkend naar de oprukkende vlammen onder hun ramen, de rook ruikend, luisterend naar de woedende kreten. Wisten ze dat ze in de spoedtribunalen daarbuiten al als verkrachters en ordeverstoorders waren veroordeeld?
De vogelvrije mens van onze tijd is de asielzoeker – iemand achter wie geen politieke macht staat om bescherming af te dwingen. Hannah Arendt analyseerde dit mechanisme al in 1951, toen zij schreef over mensen die hun ‘recht op rechten’ verloren. Haar analyse was gebaseerd op de miljoenen vluchtelingen en staatlozen die na de Eerste Wereldoorlog door Europa zwierven, beroofd van burgerschap, veiligheid en politieke vertegenwoordiging.
‘The right to have rights’ is niet voor iedereen weggelegd, stelde Arendt destijds. Zodra mensen over grenzen vluchten, verliezen ze paradoxaal genoeg de ‘universele’ mensenrechten. Zij stelt dat het grootste gevaar ontstaat wanneer een mens al zijn politieke kwaliteiten verliest en alleen nog maar mens is – zonder paspoort, zonder een overheid die voor hem opkomt. Die abstracte naaktheid van louter mens-zijn maakt hem vogelvrij.
Hij is dan overgeleverd aan de grilligheid van de medemens, die alles van hem kan maken – een zondebok, een exemplaar van een soort, een tabula rasa waarop men alle denkbare schrikbeelden kan projecteren. Hij is ontdaan van subjectiviteit; niet alleen bestolen van de taal waarmee hij iets over zichzelf kan vertellen, maar bovenal van de ruimte om dat te doen.
De demonstranten in Loosdrecht moeten die rechteloosheid instinctief hebben geroken. Ze zaten er helaas niet naast. De veroordeling door de politiek bleef beperkt tot milde, operationele afkeuringen; er werd gesproken over de onacceptabele hinder voor hulpverleners, maar de existentiële dreiging voor de mensen achter de ramen bleef nagenoeg onbenoemd. Vergelijk dat eens met de grote woorden als ‘pikzwarte nacht’ en de loodzware historische vergelijkingen na de rellen rondom de Maccabi-supporters in Amsterdam. Toen kwamen buitenlandse delegaties opdagen, reageerden parlementen en konden politici niet genoeg woorden vinden om de gebeurtenissen moreel te veroordelen.
Wat was het verschil? Achter de vermeende slachtoffers stond een natiestaat; een macht die er niet voor terugdeinsde om al politieke tamtam te maken nog vóór de feiten vaststonden, en die politiek machtsvertoon niet schuwde om demonstratief voor haar burgers op te staan.
Markeer Loosdrecht met een rode punaise op de kaart. Het is mei 2026, vijfenzeventig jaar na het verschijnen van Hannah Arendts Totalitarisme. De geschiedenis herhaalt zich wanneer we haar niet begrijpen of te nauw interpreteren. Ter herinnering: zij schreef dat vluchtelingen door het systeem worden gezien als een ‘anomalie’ – een afwijking – en in de praktijk vooral worden bejegend als ‘het uitschot van de aarde’, ongewenst en politiek overbodig. Mensen die in de tribunaaltjes van de straat al veroordeeld zijn vóór iemand hun verhaal kent. Klinkt dat bekend?
Wie de geschiedenis niet kent, ziet nu over het hoofd dat die rode punaise op de kaart een humanitaire crisis aanwijst. En nee, niet alleen voor de asielzoekers die daar die avond blijkbaar levend hadden mogen verbranden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant