Home

Opinie: CEO’s hebben in Nederland te veel invloed op het politieke beleid

De lobby van CEO’s is in Nederland uitermate effectief, zeker onder het huidige minderheidskabinet. Daardoor dreigt een fatsoenlijke afweging van belangen, zoals dat bij overheidsbeleid hoort, in het gedrang te komen, stelt Gustave de Serière.

Op 22 februari van dit jaar zat prins Constantijn bij WNL Op Zondag. Hij noemde de nieuwe box 3-wet om vermogen te belasten ‘jezelf in de voet schieten’. De wet was tien dagen eerder aangenomen. Drie dagen later kondigde minister Eelco Heinen aan de wet te willen herzien. Dat kwam, zei hij, door ‘een storm van kritiek’ van internationale beleggers, van Elon Musk, en van prins Constantijn.

Geen parlementair debat. Geen formeel lobbytraject. Een storm van publieke stemmen buiten het proces.

Ik heb in de politieke communicatie in Brussel gewerkt. Ik weet hoelang je normaal bezig bent om een minister van koers te laten veranderen. Jaren, soms. Rondetafels, position papers, werkbezoeken, Kamermoties. Dat Constantijn dit in een zondagochtendprogramma regelt, zegt iets. Niet over hem. Over ons politieke systeem.

Want dit is geen incident. Het is een patroon.

Over de auteur

Gustave de Serière is communicatiemedewerker.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Vier maanden

In januari 2026 schafte de Tweede Kamer de bonuscap af voor medewerkers bij banken en in de fintech (financiële technologie, red.), jarenlang het strengste regime van de hele EU. Adriaan Mol van betaaldienstverlener Mollie had publiekelijk zijn frustratie geuit over de bonuscap. De fintechsector hamerde al maanden op hetzelfde aambeeld: ze konden niet concurreren om ICT-talent. Minister Heinen herhaalde die argumenten vervolgens letterlijk in een Kamerdebat. Vier maanden later dienden VVD, CDA en D66 het amendement in en werd het aangenomen.

In Brussel werken zo’n 26 duizend geregistreerde lobbyisten voor vergelijkbare resultaten. Vier maanden is daar de doorlooptijd van een voorbereidend werkdocument.

En dan is er nog de aandelenoptieregeling die het aantrekkelijker maakt om medewerkers te belonen met opties op aandelen in het bedrijf, en die 1 januari volgend jaar in moet gaan. Techleap, dat jonge techbedrijven helpt, en Constantijn hebben daar meer dan tien jaar voor gelobbyd, via rapporten, Kamerbrieven en presentaties aan bewindslieden. Het resultaat is een schoolvoorbeeld van hoe de traditionele lobby werkt: gedegen, gedocumenteerd, en traag.

Datzelfde resultaat had in het huidige politieke klimaat waarschijnlijk de helft van die tijd gekost.

Campagnemoment

Nederland heeft een minderheidskabinet. Dat betekent dat ministers bij elk wetsvoorstel wisselende steun moeten zoeken. Elke stemming is tegelijkertijd een coalitietest en een campagnemoment. In dat klimaat heeft een bewindspersoon geen meerderheid in zijn rug. Hij heeft een verhaal nodig dat buiten de Kamer resoneert, dat kiezers begrijpen, dat je kunt herhalen zonder een lobbyist te hoeven citeren.

Een bekende Nederlander of ondernemer die publiekelijk zegt dat Nederland zichzelf in de voet schiet, is zo’n verhaal. Een position paper van een brancheorganisatie niet.

Ik vergelijk dit weleens met populisme. De populist zegt: ik spreek namens het volk, al die anderen niet. De CEO-als-lobbyist zegt iets structureel vergelijkbaars: ik spreek namens de sector, namens de ondernemers, namens de toekomst van Nederland. Beide claims zijn partieel en zelfbenoemd, maar ze werken, omdat ze in een mediaomgeving worden gedaan die ze zelden als zodanig herkent.

Het probleem is niet dat Mol ongelijk heeft over de bonuscap. Misschien heeft hij gelijk. Het probleem is dat een formeel beleidsproces méér belangen afweegt. Kleinere spelers, vakbonden, onafhankelijke analyse. Die afweging is er bij informele CEO-druk niet. Gevestigde bedrijven met een podium winnen. De rest verdwijnt naar de achtergrond.

Niet transparant

Dat dit breder speelt, bleek in maart. Onderzoek van Open State Foundation en NOS Bureau Regio toonde aan dat in meer dan honderd gemeentelijke verkiezingsprogramma’s lobbyteksten letterlijk waren overgenomen, vaak zonder bronvermelding. ‘Lobbyen in Nederland is niet transparant’, zei directeur Serv Wiemers. Op nationaal niveau is het nog minder zichtbaar.

Amerika laat zien waar dit naartoe gaat als niemand het een naam geeft. Bij Trumps inauguratie in januari 2025 zaten Elon Musk, Mark Zuckerberg, Jeff Bezos en Sam Altman dichter bij de president dan zijn eigen kabinetsleden. Palantir verdubbelde zijn federale contracten tot bijna een miljard dollar. OpenAI sloot een contract met het Pentagon. De CEO is er geen lobbyist meer, hij is de staat geworden.

In Nederland geldt dat niet. Maar het mechanisme is hetzelfde, alleen kleiner en zachter. En ons politieke systeem wordt er steeds ontvankelijker voor. Elk kabinet dat struikelt, elke coalitie die smaller wordt, vergroot het gat waarin een talkshow-optreden meer doet dan een jaar vergaderen.

Wat nodig is, is geen nieuw register. Het is iets simpelers en lastigers tegelijk: de bereidheid om een WNL-optreden van een prins, een LinkedIn-post van een CEO, of een vertrekdreiging van een unicorn te blijven benoemen als wat het is: politieke beïnvloeding. Onzichtbare invloed is de meest effectieve soort.

Amerika heeft ons laten zien wat er gebeurt als je te lang wacht met ingrijpen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next