Wie ergens mee worstelt, zit lang niet altijd te wachten op het ongevraagde advies van een ander. Hoe help je iemand zonder oplossingen aan te dragen?
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Een vriend vertelt over een probleem op zijn werk en bijna automatisch begin je oplossingen aan te dragen. ‘Het is de fabrieksinstelling van ons brein’, zegt psycholoog Huub Buijssen, auteur van het boek Mag ik je geen advies geven?. Luisteren naar iemands knelpunten roept ongemak op en advies geven vermindert dat gevoel van machteloosheid.
Iemand adviseren geeft bovendien een goed gevoel. Sterker nog: onderzoek laat zien dat adviesgevers er vaak zelf méér aan hebben dan degene voor wie het advies is bedoeld.
Dat bleek bijvoorbeeld uit een experiment van de Wharton School met middelbare scholieren. Leerlingen kregen óf advies van een docent over motivatie en huiswerk óf ze gaven zelf advies aan jongere leerlingen. De groep die advies gaf, bleek gemotiveerder en besteedde meer tijd aan huiswerk dan de leerlingen die alleen advies kregen. Volgens de onderzoekers versterkt advies geven het gevoel van competentie.
Waarom vinden veel mensen het zo irritant om ongevraagd advies te ontvangen? Uit onderzoek blijkt dat het geven van advies iemands gevoel van persoonlijke macht vergroot. En dat mensen die graag invloed willen uitoefenen, sneller ongevraagd advies geven. ‘Adviezen wekken vaak irritatie op. Jij zit al weken met iets in je maag en een vriend weet binnen een minuut wat je zou moeten doen en draagt dat als een soort dominee uit’, zegt Buijssen. ‘In de rol van adviseur moet je bescheiden blijven. De meeste dingen die jij bedenkt, weet de ander ook wel.’
Psychologen noemen dit ‘Solomon’s paradox’: anderen adviseren is makkelijker dan je eigen problemen verstandig aanpakken.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Volgens Buijssen bestaan er twee soorten problemen: dilemma’s rond wat iemand moet doen en vragen over hoe iemand iets moet aanpakken. Dat verschil bepaalt of advies behulpzaam is of juist niet.
Bij ‘wat moet ik doen?’-kwesties gaat het om grote levenskeuzes: blijf ik bij mijn partner, verbreek ik het contact met mijn ouders, neem ik die baan in het buitenland aan? Volgens Buijssen moet je hier terughoudend zijn met advies. ‘Wie advies geeft over de grote keuzes, redeneert altijd vanuit de eigen waarden, dingen die hij zelf belangrijk vindt’, zegt Buijssen. En die hoeven niet aan te sluiten bij de persoonlijke overtuigingen van de toehoorder.
‘Als jij een vriendin adviseert over wel of niet scheiden, dan zegt jouw raad alles over jouw eigen ideeën omtrent het belang van trouw, autonomie en het beslechten van conflicten’, aldus Buijssen.
Stel: een vriend krijgt een droombaan aangeboden, maar moet daarvoor een flink eind verhuizen. ‘Iemand die zelf erg ambitieus is en geen kinderen heeft, zal zeggen: ‘Moet je doen!’ En iemand die stilstaat bij wat het betekent voor de kinderen om van school te wisselen, zal behoudender reageren.’
Het ligt anders bij ‘hoe moet ik het doen?’-vragen. Buijssen geeft een paar voorbeelden uit de dilemma-rubriek van Volkskrant Magazine: hoe maak ik het uit? Hoe beperk ik het bezoek van mijn schoonfamilie? Wanneer vertel ik mijn dochter dat ik van travestie houd? In zulke situaties kan meedenken juist helpen. Dan gaat het minder over waarden en meer over aanpak, timing of communicatie.
‘Probeer te achterhalen hoe erg de ander last heeft van het probleem. Hoe hoog is de lijdensdruk?’, zegt Buijssen. ‘Je kunt het concreet vragen: wat doet dit met je?’ Mensen hebben pas behoefte aan advies wanneer die lijdensdruk hoog is. Tot die tijd willen ze vaak gewoon lekker klagen. Iedereen heeft het weleens moeilijk op het werk of in de liefde. Ga je dan adviseren over ontslag of over de relatie verbreken, dan voelt de klager zich veroordeeld. Vraag dus waaraan je gesprekspartner behoefte heeft.’
Adviesgevers vullen vaak zelf in wat er aan de hand is. Tijdens trainingen ziet Buijssen hoe snel dat gebeurt. Toen een vrouw vertelde dat ze minder plezier had in haar werk en dat het thuis stroever liep, concludeerde de groep direct dat ze een andere baan nodig had of kampte met een burn-out. Maar daar zat ze helemaal niet mee: ze bleek zich vooral schuldig te voelen omdat ze haar slechte humeur afreageerde op haar man.
Een kant-en-klaar advies van een ander is vaak minder krachtig dan een oplossing die iemand zelf bedenkt. ‘Vraag liever: wat zou je zélf het liefst doen?’, zegt Buijssen. Mensen zijn gemotiveerder om in actie te komen bij ideeën die ze zelf hebben bedacht. Volgens de psycholoog zie je dat al bij jonge kinderen. ‘Die roepen: ‘Zelf doen!’ Zodra ze zelf een lepel kunnen vasthouden, draaien ze hun hoofd weg als je ze wilt voeren.’
Uiteindelijk draait goede steun niet om het geven van antwoorden. ‘Als iemand ergens mee worstelt, help je diegene het best vanuit een nederige opstelling’, zegt Buijssen. ‘De basishouding zou moeten zijn: ik weet het antwoord ook niet, maar ik ben wel bereid om naar je te luisteren.’ Dit klinkt simpel, maar het is lastig. ‘Je moet namelijk constant je natuurlijke neiging om te shinen onderdrukken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant