De EU-landen stevenen af op een harde confrontatie over de nieuwe Europese meerjarenbegroting. De buitenlandministers van lidstaten die netto geld ontvangen van de EU en hun collega’s die netto betalen, schermden dinsdag met ‘rode lijnen’ en toekomstige veto’s.
is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.
EU-voorzitter Cyprus sloot het debat af met de opmerking dat het ‘constructief’ was geweest, maar feitelijk verdiepten en verstevigden de netto-ontvangers en netto-betalers hun loopgraven.
Zestien lidstaten – ‘twee derde van de EU’, benadrukte de Poolse minister – kwamen dinsdagochtend met een gezamenlijke verklaring dat de EU meer geld nodig heeft. Deze groep wil niet dat er wordt bezuinigd op de EU-subsidies voor landbouw en de armere regio’s, samen goed voor twee derde van de EU-uitgaven.
Het zijn zuidelijke EU-landen als Italië, Spanje en Griekenland, de oostelijke lidstaten (onder meer Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Bulgarije, Roemenië) en de Baltische staten die weinig aan de nieuwe begroting (2028-2034) willen veranderen, behalve dat die omhoog moet. Zij weten zich gesteund door het Europees Parlement.
Hun ‘zuinige’ collega’s ontbeten ter voorbereiding op het debat met z’n negenen: Nederland, Duitsland, Frankrijk, Finland, Zweden, Oostenrijk, Denemarken, België en Ierland. Minister Tom Berendsen noemde het begrotingsvoorstel van de Europese Commissie ouderwets en in omvang onacceptabel. Ook het schrappen van de korting op de Nederlandse EU-betaling is voor hem onverteerbaar. Volgens Berendsen leidt het Commissievoorstel ertoe dat Nederland jaarlijks tussen de 2,7- en 3,7 miljard euro extra aan de EU moet afdragen.
De onderhandelingen over een nieuwe EU-meerjarenbegroting zijn altijd gevuld met crises en dreigementen. Het gaat om grote getallen (een budget voor zeven jaar) met grote belangen van de 27 EU-landen. Het voorstel dat de Commissie vorige zomer presenteerde, telt op tot 2.000 miljard euro, circa 900 miljard euro meer dan de huidige meerjarenbegroting (2021-2027).
Een deel van deze stijging komt door de inflatie, die de afgelopen jaren hoog is geweest. Daarnaast moet de EU de leningen voor het coronaherstelfonds terugbetalen (180 miljard euro) en vragen de lidstaten meer geld om de defensie, veiligheid en de concurrentiekracht van de EU te versterken.
Commissaris Piotr Serafin (Begroting) wees erop dat zonder de terugbetaling van de leningen de nieuwe EU-meerjarenbegroting neerkomt op 1,15 procent van het Europese bruto binnenlands product, tegen 1,13 procent nu. ‘Dat kun je geen enorme stijging noemen’, aldus Serafin.
Hij stuitte op weinig begrip bij de ‘zuinige’ landen. ‘In tijden dat nationaal de broekriem wordt aangehaald, kan de EU niet doen alsof er geen budgettaire grenzen zijn’, zei de Oostenrijkse minister Claudia Bauer. De Duitse EU-ambassadeur stelde dat een ‘grote verhoging van het budget niet gaat gebeuren’. Berlijn, Wenen en Den Haag willen dat de extra uitgaven voor veiligheid en economie worden betaald uit bezuinigingen op de landbouw- en regiosubsidies.
De zestien ‘vrienden’ van de subsidies vinden dat de EU meer gezamenlijk moet lenen om de uitgaven te betalen. Ook pleiten zij voor nieuwe Europese belastingen om het budget te spekken, tot ergernis van de zuinige negen. ‘Er bestaat geen gratis geld’, aldus de Zweedse minister Jessica Rosencrantz.
Volgende maand komt EU-voorzitter Cyprus met een eerste compromisvoorstel om de partijen tot elkaar te brengen. Minister Berendsen acht de kans ‘heel klein’ dat dit voorstel succesvol zal zijn. Zijn Cypriotische collega daarentegen ziet wel degelijk ‘landingszones’.
EU-president António Costa wil dat de regeringsleiders eind dit jaar een akkoord bereiken. Verschillende ministers benadrukten dat ‘kwaliteit boven snelheid’ gaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant