De oorlog in Iran raakt de bevolking hard. De inflatie is fors gestegen en de werkloosheid neemt toe. Net over de grens met Turkije komen Iraniërs inkopen doen of wat geld verdienen. ‘In Iran is alles duur.’
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Bij de Turkse grenspost Gürbulak wemelt het van de mannen – en enkele vrouwen – met drie sloffen sigaretten in een plastic zak. Ze zoeken contact met andere mannen (en enkele vrouwen) nabij de slagbomen. Er wordt onderhandeld, stapeltjes Turkse lira komen tevoorschijn en zodra de partijen het eens zijn, volgt de overdracht van de plastic zak.
De kruimels van de Iraanse economie rollen hier, in het uiterste oosten van Turkije, de Turks-Iraanse grens over. Terwijl de aanvallen door de VS en Israël en de afsluiting van de Straat van Hormuz de economie van het toch al onder sancties zuchtende Iran verder hebben verzwakt, proberen Iraniërs uit het grensgebied er het beste van te maken, met gebruikmaking van de prijsverschillen tussen Iran en Turkije.
‘Van de Turkse douane mogen we per persoon maximaal drie sloffen sigaretten en 1 kilo thee mee de grens over nemen’, zegt de 40-jarige Amir, die net als zijn vriend Ferhad (36) de koopwaar in een rugzak torst. Ze komen uit de Iraanse stad Maku, 15 kilometer verderop, en gaan naar de 30 kilometer westelijk gelegen Turkse stad Dogubeyazit om hun spullen te verkopen, ook omdat ze daar goederen kunnen inkopen die in Iran duurder zijn, of schaars. ‘Alles is duur in Iran’, zegt Ferhad. ‘We kunnen niet meer rondkomen.’
Om een indruk te krijgen van de toestand van de Iraanse economie en van de gevolgen van de problemen voor het dagelijks leven in Iran, sprak de Volkskrant bij Gürbulak met Iraniërs die de grens over waren gekomen. Toestemming om Iran te bezoeken, krijgt de krant niet.
Het onderzoek werd aangevuld met schriftelijke interviews, in het Perzisch uitgevoerd via WhatsApp, met vijf inwoners van evenzoveel Iraanse steden: Teheran, Karaj, Yazd, Babol en Isfahan. Direct telefonisch contact is vanwege de internetblokkade nog altijd nagenoeg onmogelijk.
‘Veel dingen die we ons voorheen konden veroorloven, kunnen we niet meer kopen’, schrijft de 52-jarige Elinaz uit Karaj, secretaresse op een ministerie. ‘Geloof me, het is veel erger dan de afgelopen jaren. Vooral de afgelopen maanden was de toestand rampzalig. Ik ben maar een laaggeplaatste ambtenaar, mijn leven is een stuk moeilijker geworden.’ Op alles heeft ze moeten bezuinigen: voedsel, kleding, gezondheidszorg. ‘Van vlees kan ik alleen nog maar dromen.’
Bezoeken aan de tandarts heeft Elinaz moeten uitstellen, en hetzelfde geldt voor de 55-jarige Peyman, een kantoorklerk uit Teheran. De 47-jarige Mehdi, autohandelaar uit de stad Yazd, meldt dat de kosten van medische zorg ‘krankzinnig’ zijn gestegen. ‘Ik heb een specifiek medicijn nodig voor mijn chronische ziekte, en dat is tien keer zo duur geworden als voor de oorlog.’
De verhalen sluiten aan bij wat de afgelopen tijd via allerlei bronnen – waaronder de Iraanse overheid zelf – bekend is geworden over de economische terugval in het land sinds het begin van de oorlog, eind februari. De conclusie is onontkoombaar: het gaat slecht met de Iraanse economie, heel slecht.
Voedsel is de afgelopen maanden steeds duurder geworden, de werkloosheid neemt snel toe. Miljoenen banen staan op de tocht. Cruciale infrastructuur, de petrochemische industrie en metaalfabrieken is ernstige schade toegebracht. Eind april zei regeringswoordvoerder Fatemeh Mohajerani tegen het Russische persbureau RIA Novosti dat de oorlog Iran 270 miljard dollar had gekost, een volgens haar conservatieve schatting.
De officiële inflatiecijfers over maart, de eerste oorlogsmaand, komen voor essentiële producten als voedsel en bakolie uit boven de 100 procent op jaarbasis. De olie-export is teruggevallen van 2,1 à 2,5 miljoen vaten tot naar schatting 1,5 miljoen vaten per dag, voor een groot deel naar China. Andere exporten naar China, Irans belangrijkste handelspartner, daalden naar een vijfde van het niveau van een jaar eerder. De Verenigde Arabische Emiraten, voorheen handelspartner nummer 2, doen helemaal geen zaken meer met Iran.
Rampzalig staat het er vooral voor met de werkgelegenheid, in een land dat door het jarenlange embargo toch al een hoge werkloosheid kende. Viceminister van Sociale Zaken Gholamhossein Mohammadi zei half april dat meer dan twee miljoen mensen als direct of indirect gevolg van de oorlog hun baan waren kwijtgeraakt.
De econoom Hadi Kahalzadeh, eerder werkzaam bij de Iraanse sociale dienst en nu verbonden aan Brandeis University in de VS, schrijft dat 10 tot 12 miljoen banen, goed voor de helft van de beroepsbevolking, op de tocht staan. ‘Als deze oorlog een verborgen doel heeft, dan wel het ontregelen van de Iraanse arbeidsmarkt’, aldus Kahalzadeh.
Van de vijf online-informanten in Iran zijn Mehdi en de 52-jarige Farideh uit Isfahan de enigen die niet bang zijn dat werkloosheid voor hen op de loer ligt: de eerste heeft een eigen bedrijf, de tweede is huisvrouw. ‘Honderd procent’, antwoordt Peyman op de vraag of hij zich zorgen maakt over behoud van zijn baan. ‘Absoluut’, schrijft Behrouz, een 55-jarige administrateur uit Babol. Veel van zijn vrienden en familieleden zijn werkloos geraakt.
Bovenop de officiële cijfers bestaat er verborgen werkloosheid. Van het fenomeen ‘tijdelijk contract’ werd al volop gebruikgemaakt door Iraanse werkgevers, en veel contracten zijn sinds het begin van de oorlog simpelweg niet verlengd. Ook hebben sommige ondernemingen, zonder mensen te ontslaan, al drie maanden of langer geen loon uitbetaald. Bij Darugar, producent van cosmetica en hygiëneproducten in Teheran, gingen werknemers daarom in staking.
Sommige werklozen zoeken hun heil in buurland Turkije, zo blijkt aan de Turks-Iraanse grens. De 38-jarige Ferhat uit de grensstad Bazargan stapt in een minibus samen met andere mannen die gaan helpen met de theepluk in Trabzon, aan de Zwarte-Zeekust. ‘Het is niet goed in Iran’, zegt hij. ‘Er is geen werk.’
Jafar Karimi (48), inwoner van Salmas, brengt met zijn bus arbeiders heen en weer naar diverse plekken in Turkije waar emplooi is voor Iraniërs. ‘Omdat er geen werk is in Iran, gaan veel mensen nu naar Turkije’, zegt hij. ‘Het geld dat ze daar verdienen is in Iran veel meer waard dan in Turkije.’ De rial, de Iraanse munt, is door de oorlog verder ingezakt, een extra oorzaak van de prijsstijgingen.
De 44-jarige Kazim, een kapper uit Bazargan, komt de vestiging van Seç uitgelopen, een van de maar liefst twee supermarkten op 20 meter van de grens (dit terwijl het dichtstbijzijnde dorpje 2 kilometer verderop is). De klandizie bestaat – naast chauffeurs van de honderden vrachtwagens die voor de grens staan te wachten – vooral uit Iraniërs die even heen en weer gaan om inkopen te doen.
Kazim heeft twee tassen met spullen die in Iran duurder, slechter of niet verkrijgbaar zijn. Vandaag zijn dat olijven, olijfolie, cacao, biscuitjes en brood. ‘Het witbrood is in Turkije beter’, zegt hij. ‘Ik kom hier elke twee dagen, ook om spullen te verkopen.’
Sigaretten met name, want die zijn juist dúúrder in Turkije, reden waarom dagelijks talloze Iraniërs de grenspost passeren, plastic zak met drie sloffen sigaretten in de hand. In Iran kost een slof omgerekend 240 Turkse lira (4,50 euro). Aan de grens gaan ze voor ruim het dubbele van de hand, en de Turkse rokers betalen uiteindelijk de prijs die ze gewend zijn, 1.000 lira – of misschien een beetje minder.
Wiens schuld is het allemaal, de inflatie en de werkloosheid? De respondenten in de vijf Iraanse steden zijn er eenstemmig heel duidelijk over. ‘Het regime en zijn wrede leiders’, schrijft Elinaz. ‘Onbekwame heersers zonder aandacht voor de behoeften van het volk’, volgens Peyman. ‘Kortom, een regime dat Iran al bijna een halve eeuw niet goed heeft kunnen besturen.’
Aan de grens lopen de meningen meer uiteen. Daar valt bij sommigen kritiek te horen op de Verenigde Staten. ‘Het komt allemaal door de Amerikanen’, zegt Ferhad. ‘Zij doen wat ze willen, maar wij lijden eronder.’ Karimi, de vervoerder van theeplukkers: ‘De Amerikanen zeggen het beste voor te hebben met het Iraanse volk, maar waarom doen ze dit dan? Er zijn zieken die door de blokkade geen medicijnen meer krijgen.’
Enkelen gaan zelfs zo ver dat ze ontkennen dat er economische problemen zijn. ‘Het gaat goed met de Iraanse economie’, zegt Ihsan Yusufyan (53), die voor groothandel heen en weer rijdt tussen Iran en Turkije. ‘Beter dan in Turkije in elk geval. De oorlog is in Iran, maar de prijzen stijgen in Turkije en Europa.’ Het is een opvallende bewering, gezien het stellige negativisme van de meeste anderen. Hoe dan ook, ook deze geluiden klinken kennelijk in Iran.
Wat overheerst is echter de somberte. ‘Ik kom steeds meer mensen tegen die psychologisch op het randje zitten’, zegt Peyman uit Teheran. ‘Als je met ze in gesprek gaat, krijg je te maken met zeer agressief gedrag.’ Ook signaleert hij een enorme toename van het aantal inbraken en diefstallen, volgens hem als gevolg van de toegenomen werkloosheid.
‘Depressie komt heel veel voor’, zegt Elinaz, de secretaresse uit Karaj. ‘Mensen staan onder een verstikkende druk en dat is duidelijk te zien aan hun gezichten.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant