Het kinderfeestje op het Jan Mensplein in Amsterdam zou van twee tot vier worden gehouden en om half drie begon het te stortregenen, zodat de slagroomtaart van de Hema snel in een kleine slagroommodderpoel veranderde. Gelukkig hadden de meeste kinderen hun taart al op, maar van een tweede stuk zou het niet meer komen.
Een vriendin in New York in het bezit van twee kinderen – de oudste schijnt aan haar gevraagd te hebben: ‘Mama, waarom ben ik de enige normale in dit gezin?’ – schreef me: ‘Ik heb eens gelezen dat de jeugd ophoudt als je in een modderpoel geen mogelijkheid meer ziet, maar een hindernis.’ Ik moest dus wel in de slagroommodderpoel een mogelijkheid zien.
Enkele ouders belden en zeiden: ‘Ik neem aan dat jullie met de kinderen naar binnen zijn gegaan?’
Nou, de waarheid gebiedt te zeggen dat we met de kinderen onder een glijbaan stonden en dat de glijbaan weinig soelaas bood. Een mogelijkheid, kortom.
Echt bejaard en volwassen wil ik op mijn 92ste worden. Dan zeg ik tegen mijn partner: ‘Als ik die rolstoel niet meer uitkom moet je me in een Zwitsers bos vastbinden aan een boom en hard wegrennen.’
Op slechte dagen trekt dat Zwitserse bos nu al aan me. Dan denk ik: bind me vast, al is het maar voor een nacht.
De slagroommodderpoel werd weggegooid, de kinderen werden afgehaald, een kind dat was kwijtgeraakt dook geheel uit eigen beweging weer op, wat achteraf gezien toch moest worden gekenschetst als een van de mooiere momenten van het verjaardagsfeest. Het blijft lastig als je na afloop tegen een moeder moet zeggen: ‘Je zoon zei dat hij even een frisbee ging zoeken en daarna hebben we hem niet meer gezien.’
Er volgde nog een feestje voor volwassenen maar ook dat liep niet noemenswaardig uit de hand.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant