Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt de kosten van klimaatmaatregelen oneerlijk verdeeld tussen arme en rijke burgers, en ook tussen huidige en toekomstige generaties. Dit blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant.
Het opraken van grondstoffen, het opwarmen van de aarde, de teloorgang van de natuur: allemaal onderwerpen waarover een meerderheid van de Nederlanders zich zorgen maakt, aldus het nieuwste SCP-rapport. Maar op de huidige aanpak van de overheid klinkt veel kritiek.
‘Onrechtvaardigheid’ en ‘oneerlijk’ zijn woorden die daarbij regelmatig vallen in het rapport. Zo vindt een ruime meerderheid van de Nederlanders de kosten van de klimaataanpak oneerlijk verdeeld tussen landen (85 procent), huidige en toekomstige generaties (83 procent), burgers en bedrijven (82 procent) en tussen arme en rijke burgers (78 procent).
Hoewel ook in de hoogste inkomensgroep de meerderheid (62 procent) bezorgd is dat het leven duurder wordt door klimaatmaatregelen, profiteren deze mensen doorgaans financieel meer. Zo rijden mensen in deze groep vaker een – met overheidssubsidie aangekochte – elektrische auto. Gecombineerd met een thuislader in de garage of bij de carport worden ze een stuk minder geraakt door stijgende brandstofprijzen. Ook subsidies voor bijvoorbeeld de verduurzaming van woningen bereiken relatief rijkere groepen het meest.
De minst verdienende Nederlanders zijn de laatste jaren naar verhouding steeds meer kwijt aan hun energierekening, bleek eerder dit jaar ook uit onderzoek van ING Research. Voor de hoge inkomens namen die relatieve kosten juist af, vermoedelijk dankzij investeringen in verduurzaming zoals zonnepanelen.
Onder het hele palet aan overheidsmaatregelen is een aantal duidelijk het populairst bij Nederlanders. Zo zagen de onderzoekers veel steun voor investeringen in het openbaar vervoer (79 procent is voor), in groene waterstof (70 procent), grote batterijen voor energieopslag (64 procent) en wind op zee (62 procent). Bij een verplichte duurzame aanschaf bij het afdanken van een cv-ketel wordt de steun al krapper (58 procent), net als voor de aanleg van warmtenetten (55 procent).
De onderzoekers signaleren bij Nederlanders over het geheel ‘meer steun voor de ‘wortel’ dan voor de ‘stok’’. Een vleestaks om het eten van vlees te ontmoedigen? Niet doen, zegt 51 procent. Daartegenover staat een groep van 29 procent die zo’n vleestaks wél een goed idee vindt, al is die groep voorstanders kleiner geworden sinds de vorige meting van twee jaar geleden.
Sowieso zien de onderzoekers dat de bereidheid slinkt om zelf offers te brengen voor het tegengaan van klimaatverandering. Uit het rapport: ‘Veel mensen voelen zich onvoldoende gehoord en vinden dat de overheid te weinig rekening houdt met de belangen van burgers. Mensen hebben vaker het gevoel dat de regering naar de wensen van bedrijven luistert, dan naar burgers.’
Ondertussen laat de opwarming van het klimaat zich steeds nadrukkelijker voelen, onder meer door hitterecords, een stijgende zeespiegel en meer extreem weer. Bij het huidige klimaatbeleid stevent de wereld af op gemiddeld ongeveer 2,6 graden opwarming in 2100 – ver boven de veilig geachte grens uit het Akkoord van Parijs.
Europa en ook Nederland warmen relatief sneller op, onder meer door verandering van windpatronen. In Nederland is de gemiddelde jaartemperatuur de afgelopen 125 jaar al met ruim 2 graden toegenomen.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant